Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 102
Dossier 75
Jaar 1939
Stadsarchief

Afschrift van een brief/nota.

29 februari 1936. Van: Een niet nader genoemde commissie (vermoedelijk gelieerd aan de slagersbond of een hygiëne-inspectie).

Origineel

Afschrift van een brief/nota. 29 februari 1936. Een niet nader genoemde commissie (vermoedelijk gelieerd aan de slagersbond of een hygiëne-inspectie). Afschrift.

29 Februari 1936.

Aan den WelEd.Gestr.Heer Mr.Lietaert Peer-
bolte,
Anthony Duyckstraat
's-Gravenhage.

WelEd.Gestr.Heer.,

Ons refereerende aan ons bezoek op 27-2-'36, ten
kantore van de Volksgezondheidsraad, hebben wij de eer U te doen
toekomen een nota, waarin wij, met gegronde argumenten betreffende
hygiene, aandringen het daarheen te willen leiden, dat de artikelen
wild en gevogelte uitsluitend in die bedrijven m gen worden
verkocht, welke aan de door de wetgever gestelde eischen voldoen.

Die eischen dienen volgens onze Commissie in de eerste
plaats in te houden die bepaling, dat de artikelen wild en gevogelte
in geen geval mogen worden verkocht in slagerijen, levensmiddelen-
bedrijven, warenhuizen e.d. en wel om de navolgende redenen:

De artikelen wild en gevogelte verspreiden, vooral
in pas gedoode toestand een duidelijk waarneembare, onaangename, weeë
lucht, welke bij het wild het meest tot uitdrukking komt.

Het wild in diverse schakeeringen, brengt de bosch
of heidelucht mede, waarbij de eigenaardige lucht van urine, ingewanden
en kropvulling van dien aard is, dat die noodzakelijkerwijze de smaak
van het teere vleesch ongunstig moet beïnvloeden. Bij ontweiding of
ontdarming komen die gassen sterk naar voren. Wij denken daarbij nog
niet eens aan ree of hert in de bronstijd.

Ook in de panklare toestand verspreiden alle artikelen
wild en gevogelte een sprekende, weeë lucht, die zeker van nadeelige
invloed is op andere levensmiddelen in open toestand.

De eischen door de consument aan wild en gevogelte
gesteld zijn van geheel andere aard dan die, welke gelden voor vleesch
e.d. Een voorbeeld hiervoor is de eisch van voldoende bestorvenheid
(zonder van "adelijkheid" te reppen). En zelfs bestorven wild zal niet in
een slagerij kunnen worden geduld.

In bonafide slagerskringen wordt dan ook de meening
gehuldigd, dat deze zaken niet anders dan streng gescheiden moeten wor-
den gehouden. Hiervoor getuigt de verklaring van den WelEd.Heer Joh.van
der Veer, Voorzitter der Utrechtsche Salgerspatroons Vereeniging, lid
van het Hoofdbestuur der Nederlandsche Slagersbond, welke U ingesloten
gelieve aan te treffen.

Verklaringen in dezelffden geest van vooraanstaande
personen uit de organisatie's van de slagerswereld, zullen U nog worden
toegezonden.

De WelEd.Zeer Gel.Heer Dr. Majusky, keuringsveearts van
waren te Arnhem, welke eenige jaren practisch de keuring van wild en
gevogelte heeft verricht, is gaarne bereid U zijn bevindingen daarom-
trent mede te deelen. Evenzoo de WelEd.Zeer Gel.Heer Dr. de Koning,
veearts te Utrecht.

De Commissie neemt bij deze gelegenheid te baat Uw
aandacht er op te vestigen, dat zij unaniem van meening is, dat het
venten met de artikelen wild en gevogelte, alsmede het in panklare
toestand ten verkoop aanbieden op markten eveneens op hygienische
gronden dient te worden verboden.

z.o.z. * Kernbetoog: De schrijvers pleiten voor een strikte scheiding tussen de reguliere vleeshandel (slagerijen) en de handel in wild en gevogelte. De hoofdreden is de "weeë lucht" en gassen (afkomstig van ingewanden, urine of het 'besterven') die de kwaliteit van ander vleesch en levensmiddelen zouden aantasten.
* Terminologie: Het document gebruikt specifieke vaktermen zoals ontweiding (het verwijderen van ingewanden bij wild), bestorvenheid (het laten rusten van vlees om het malser te maken) en "adelijkheid" (verwijzend naar haut-goût, de beginnende staat van ontbinding die vroeger bij wild gewaardeerd werd).
* Toon: Formeel, autoritair en beroepend op deskundigen uit de veterinaire sector en de beroepsvereniging van slagers. Het document weerspiegelt de toenemende behoefte aan specialisatie en hygiënische regulering in de voedselketen van de jaren '30. Dit document is geschreven in een periode (1936) waarin de Nederlandse overheid, via organen als de Volksgezondheidsraad, de controle op voedselkwaliteit en volksgezondheid intensiveerde. De geadresseerde, Mr. P. Lietaert Peerbolte, was een vooraanstaand ambtenaar bij het Departement van Sociale Zaken (waaronder Volksgezondheid viel) en speelde een belangrijke rol in de totstandkoming van wetgeving rondom hygiëne.

De brief toont een lobby vanuit de "bonafide slagerskringen" om de verkoop van wild te weren uit algemene slagerijen en warenhuizen, deels uit hygiënisch oogpunt, maar mogelijk ook om concurrentie van ongeschoolde venters en markthandelaren tegen te gaan. De genoemde Joh. van der Veer en de keuringsveeartsen Dr. Majusky en Dr. de Koning onderstrepen de institutionele verankering van dit verzoek.

Samenvatting

  • Kernbetoog: De schrijvers pleiten voor een strikte scheiding tussen de reguliere vleeshandel (slagerijen) en de handel in wild en gevogelte. De hoofdreden is de "weeë lucht" en gassen (afkomstig van ingewanden, urine of het 'besterven') die de kwaliteit van ander vleesch en levensmiddelen zouden aantasten.
  • Terminologie: Het document gebruikt specifieke vaktermen zoals ontweiding (het verwijderen van ingewanden bij wild), bestorvenheid (het laten rusten van vlees om het malser te maken) en "adelijkheid" (verwijzend naar haut-goût, de beginnende staat van ontbinding die vroeger bij wild gewaardeerd werd).
  • Toon: Formeel, autoritair en beroepend op deskundigen uit de veterinaire sector en de beroepsvereniging van slagers. Het document weerspiegelt de toenemende behoefte aan specialisatie en hygiënische regulering in de voedselketen van de jaren '30.

Historische Context

Dit document is geschreven in een periode (1936) waarin de Nederlandse overheid, via organen als de Volksgezondheidsraad, de controle op voedselkwaliteit en volksgezondheid intensiveerde. De geadresseerde, Mr. P. Lietaert Peerbolte, was een vooraanstaand ambtenaar bij het Departement van Sociale Zaken (waaronder Volksgezondheid viel) en speelde een belangrijke rol in de totstandkoming van wetgeving rondom hygiëne.

De brief toont een lobby vanuit de "bonafide slagerskringen" om de verkoop van wild te weren uit algemene slagerijen en warenhuizen, deels uit hygiënisch oogpunt, maar mogelijk ook om concurrentie van ongeschoolde venters en markthandelaren tegen te gaan. De genoemde Joh. van der Veer en de keuringsveeartsen Dr. Majusky en Dr. de Koning onderstrepen de institutionele verankering van dit verzoek.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →