Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 106
Dossier 68
Jaar 1939
Stadsarchief

Afschrift van een brief/petitie.

Van: De poeliers en wildhandelaren, verenigd in algemene vergadering te Utrecht (Hotel "Des Pays-Bas"). Aan: Zijne Excellentie de Minister van Economische Zaken te 's-Gravenhage.

Origineel

Afschrift van een brief/petitie. De poeliers en wildhandelaren, verenigd in algemene vergadering te Utrecht (Hotel "Des Pays-Bas"). Zijne Excellentie de Minister van Economische Zaken te 's-Gravenhage. AFSCHRIFT

                                       A a n
                              Zijne Excellentie den Minister
                              van Economische Zaken
                                      te
                                        's-G R A V E N H A G E .
                              =========================

Excellentie,

      De poeliers en wildhandelaren, vereenigd in algemeene vergadering in Hotel "Des Pays-Bas" te Utrecht op 24 Juli 1935 nemen door dezen zeer beleefd de vrijheid Uwe Excellentie het navolgende mede te deelen:

1e. De stand van zaken in het poeliersvak is zeer slecht, gezien de concurrentie welke haar wordt aangedaan door venters en gelegenheids-kooplieden, welke bij groote aantallen de gemeenten komen bezoeken;
2e. Deze personen kunnen niet als poelier worden aangemerkt, daar hen ten eenenmale iedere vakkennis ontbreekt;
3e. Het product, dat wordt aangeboden, is 2de of 3de kwaliteit, wat blijkt uit de veelvuldige veroordeelingen door H.H. kantonrechters, terwijl het product dan verkocht wordt als zijnde "uit eigen mesterij" e.d.;
4e. Op de markt en aan de deur wordt eveneens geslacht, gevogelte verkocht, hetgeen wordt aangevoerd op diverse voertuigen, open wagens, e.d. daar den geheelen dag ten verkoop ligt en 's avonds weder als onverkocht wordt weggevoerd om dan den volgenden dag opnieuw aan het publiek te worden aangeboden, waaruit blijkt, dat deze z.g. poeliers het met de zoo hoog noodige hygiëne niet al te secuur nemen:
5. Het verkoopen van geslacht gevogelte langs de deur en op de markt brengt mede, dat ieder, die een kip of kuiken wenscht te koopen, het voorwerp bevoelt en betast, zoodat het niet uitgesloten is, dat personen met ziektekiemen, deze overbrengen op het geslachte goed, waardoor dus de volksgezondheid kan worden geschaad;
6e. Deze gelegenheidskooplieden hebben alleen een wagen, kar of pakhuis gehuurd, hebben geen bedrijfsonkosten terwijl de bonafide poeliers verplicht zijn volgens de keuringsdienst hun winkels, werkplaatsen, etc. zoo in te richten, dat zij een toonbeeld zijn van helderheid, het een bij bovenaangehaalde kooplieden verre te zoeken is, c.q. door de ambtenaren zeer moeilijk te controleeren.
7e. Waar de geordende poelierszaken het in hun eigen belang noodzakelijk achten een goede administratie te voeren, waardoor het volle pond aan den fiscus toekomt, komt de z.g. poelier hier vrij van, d.w.z. zij betalen geen of zeer weinig inkomstenbelasting, omzetbelasting en vallen buiten sociale wetten, daar hunne bedrijven of manier van zakendoen door de ambtenaren niet zijn te contrôleeren, waardoor de staat een groot bedrag aan gelden moet derven;
8e1 Bij de Inspecties der belastingen is te contrôleeren het steeds dalende winstcijfers over de afgeloopen jaren van de gevestigde poeliers, door de feiten als hierboven aangehaald;

                                                    Z.O.Z. In deze brief uiten gevestigde poeliers hun diepe onvrede over de opkomst van ongecontroleerde straathandel in gevogelte en wild. Hun argumentatie rust op vier pijlers:
  1. Professionaliteit: De nieuwe concurrenten missen de nodige vakkennis.
  2. Productkwaliteit en Misleiding: Er wordt inferieur vlees verkocht onder valse voorwendselen (zoals de claim dat het uit "eigen mesterij" komt).
  3. Volksgezondheid: De hygiënische omstandigheden bij de straathandel laten te wensen over (onafgedekt vervoer, herhaaldelijk aanbieden van oude voorraad, en het aanraken van vlees door klanten), wat een risico vormt voor de volksgezondheid.
  4. Oneerlijke concurrentie: De gevestigde winkeliers kampen met hoge regeldruk en kosten (keuringsdienst, belastingen), terwijl de ambulante handelaren deze kosten ontwijken. Dit leidt tot inkomstenderving voor zowel de ondernemers als de schatkist.

De brief is een duidelijke oproep aan de overheid om in te grijpen in de markt om de positie van de "bonafide" vakman te beschermen. Dit document stamt uit 1935, een periode waarin Nederland nog volop de gevolgen ondervond van de Grote Depressie. Door de hoge werkloosheid zochten veel mensen hun toevlucht in de ambulante handel (venten) om het hoofd boven water te houden. Dit leidde in veel sectoren tot frictie met gevestigde middenstanders, die hun omzet zagen kelderen terwijl hun vaste lasten en de regeldruk vanuit de overheid (zoals de opkomende Warenwet en belastingcontroles) hoog bleven.

Het document illustreert de toenemende roep om regulering van de markt in de jaren '30, wat uiteindelijk in 1937 zou leiden tot de Vestigingswet Bedrijven, die striktere eisen stelde aan vakbekwaamheid en kredietwaardigheid voor ondernemers. De vermelding van "Z.O.Z." (Zie Ommezijde) geeft aan dat de brief op de volgende pagina vervolgd werd, waarschijnlijk met een concrete eis of de ondertekening door de betrokken partijen.

Samenvatting

In deze brief uiten gevestigde poeliers hun diepe onvrede over de opkomst van ongecontroleerde straathandel in gevogelte en wild. Hun argumentatie rust op vier pijlers:

  1. Professionaliteit: De nieuwe concurrenten missen de nodige vakkennis.
  2. Productkwaliteit en Misleiding: Er wordt inferieur vlees verkocht onder valse voorwendselen (zoals de claim dat het uit "eigen mesterij" komt).
  3. Volksgezondheid: De hygiënische omstandigheden bij de straathandel laten te wensen over (onafgedekt vervoer, herhaaldelijk aanbieden van oude voorraad, en het aanraken van vlees door klanten), wat een risico vormt voor de volksgezondheid.
  4. Oneerlijke concurrentie: De gevestigde winkeliers kampen met hoge regeldruk en kosten (keuringsdienst, belastingen), terwijl de ambulante handelaren deze kosten ontwijken. Dit leidt tot inkomstenderving voor zowel de ondernemers als de schatkist.

De brief is een duidelijke oproep aan de overheid om in te grijpen in de markt om de positie van de "bonafide" vakman te beschermen.

Historische Context

Dit document stamt uit 1935, een periode waarin Nederland nog volop de gevolgen ondervond van de Grote Depressie. Door de hoge werkloosheid zochten veel mensen hun toevlucht in de ambulante handel (venten) om het hoofd boven water te houden. Dit leidde in veel sectoren tot frictie met gevestigde middenstanders, die hun omzet zagen kelderen terwijl hun vaste lasten en de regeldruk vanuit de overheid (zoals de opkomende Warenwet en belastingcontroles) hoog bleven.

Het document illustreert de toenemende roep om regulering van de markt in de jaren '30, wat uiteindelijk in 1937 zou leiden tot de Vestigingswet Bedrijven, die striktere eisen stelde aan vakbekwaamheid en kredietwaardigheid voor ondernemers. De vermelding van "Z.O.Z." (Zie Ommezijde) geeft aan dat de brief op de volgende pagina vervolgd werd, waarschijnlijk met een concrete eis of de ondertekening door de betrokken partijen.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →