Getypte brief of petitie (fragment/slotpagina).
Origineel
Getypte brief of petitie (fragment/slotpagina). Onbekend, vermoedelijk medio 20e eeuw (jaren '30 of '40). 9e. Waar wij, als bonafide poeliers, gaarne ten alle tijden
onze verplichtingen tegenover den staat, doch ook tegenover de
volksgezondheid en ons gezinsleven zullen trachten na te komen,
is ordening in ons bedrijf noodzakelijk.
Redenen, waarom wij Uwe Excellentie verzoeken het daarheen
te willen leiden, dat ons vak beschermd wordt door een gevogelte
besluit.
Ter toelichting gaat hierbij een ontwerp bevattende de o.i.
noodzakelijke bepalingen, welke het gevogeltebesluit moeten bevatten.
't Welk doende, etc. Dit document is de afsluiting van een formeel verzoekschrift of een memorie van toelichting. De tekst is opgesteld door een groep poeliers die zichzelf als "bonafide" (betrouwbaar/rechtmatig) bestempelen.
De kern van het betoog is een roep om overheidsingrijpen in de vorm van "ordening". De schrijvers voeren drie morele en maatschappelijke gronden aan voor hun verzoek:
1. Loyaliteit en plichtsbetrachting jegens de staat.
2. Zorg voor de volksgezondheid (waarschijnlijk gerelateerd aan hygiëne-eisen bij de verwerking van gevogelte).
3. Het beschermen van het gezinsleven (waarschijnlijk doelend op een eerlijk inkomen en gereguleerde werktijden).
Het uiteindelijke doel is het tot stand komen van een "gevogeltebesluit", een wettelijk kader dat het vak moet beschermen tegen ongewenste praktijken of ongebreidelde concurrentie. De afkorting "o.i." staat voor "onzes inziens". De slotformule "'t Welk doende, etc." is een destijds gebruikelijke juridische afkorting voor de beleefdheidsformule "’t Welk doende, zij zullen doen wat recht en billijk is". De terminologie in het document, met name het woord "ordening", wijst sterk op de sociaaleconomische tijdsgeest van de jaren 1930 of de vroege naoorlogse periode in Nederland. In deze tijd streefden veel beroepsgroepen naar een vorm van Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie (PBO). Men wilde af van de totale vrijheid van handel die tot chaos en kwaliteitsverlies had geleid tijdens de crisisjaren.
Door middel van een "besluit" (zoals het hier genoemde gevogeltebesluit) kon de overheid regels stellen aan wie het vak mocht uitoefenen (vestigingseisen) en aan de kwaliteit van de producten. Dit diende zowel de gevestigde vakmensen als de consument. De poeliers lobbyden hier dus voor een vorm van zelfregulering onder toezicht van de staat om hun sector te saneren en te professionaliseren.