Getypte brief (kopie/afschrift).
Origineel
Getypte brief (kopie/afschrift). 17 januari 1936. H. Eggink, Spijkerstraat 106, Arnhem. Den Heer D. Vlasblom, 2e van Swindenstraat No. 56, Amsterdam. H.EGGINK. SPIJKERSTRAAT 106, ARNHEM.
AFSCHRIFT.
Arnhem, 17 Januari 1936.
Den Heer D.Vlasblom,
te
Amsterdam. [onderstreept]
2e van Swindenstraat No. 56
Mijnheer,
Naar aanleiding van ons telefonisch onderhoud d,d. 14 dezer betreffende de door de Gemeenteraad van Amsterdam ingevoerde bepalingen betreffende de inrichting van slachterijen e.d. deel ik U mede, dat ik dit plan niet anders als van harte kan toejuichen, omdat er dan uiteindelijk eens een einde komt aan de mistoestanden in ons vak, slachten op W.C.'s, boven- en opkamertjes etc.
De bepalingen kunnen volgens mij niet te scherp worden doorgevoerd, daar toch de bona fide poelier al heel gauw zelf de noodige maatregelen genomen heeft, ook al voor de invoering van deze bepalingen, dat zijn slachterij e.d. goed en hygienisch zijn ingericht, zoodat met betrekkelijk weinig kosten aan deze bepalingen is te voldoen.
Ingesloten doe ik U een gemeenteverordening der Gemeente Arnhem toekomen en kunt U daaruit zien, dat ook voor onze stad deze bepalingen zijn doorgevoerd, hetgeen niet anders als in het belang van de goede poeliers kan uitvallen.
Andere poeliers hebben o.a. ook nog de navolgende bepalingen:
Muren blauw gewit, waschbak met handdoek, waterslang, een put voor afvoerwater uitmondende op het gemeenteriool met stankafsluiter.
U ziet hieruit wel, dat de bepalingen niet malsch zijn.
De ingesloten gemeenteverordening stuurt U wel na gebruikmaking terug en hoop U hiermede voldoende te hebben ingelicht.
Inmiddels teeken ik met collegiale groeten,
Hoogachtend,
w.g.H.Eggink. * Toon: De brief is zakelijk, professioneel en collegiaal. De afzender spreekt als een medestander die de professionalisering van het vakgebied steunt.
* Kernboodschap: H. Eggink spreekt zijn volledige steun uit voor nieuwe, strengere gemeentelijke regels voor het inrichten van slachterijen. Hij deelt de Arnhemse verordening met zijn Amsterdamse collega als referentiemateriaal.
* Belangrijke details:
* Eggink noemt schokkende voorbeelden van "mistoestanden" die blijkbaar voorkwamen, zoals slachten in toiletten of kleine bovenkamers.
* Hij maakt een onderscheid tussen "bona fide" (ter goeder trouw) poeliers en degenen die de kantjes er vanaf lopen.
* Specifieke hygiënemaatregelen worden genoemd: blauw gewitte muren (wat vaak werd gedaan om vliegen te weren), aanwezigheid van stromend water en een degelijke rioolaansluiting met stankafsluiter. Deze brief stamt uit de periode tussen de wereldoorlogen (het interbellum), een tijd waarin de Nederlandse overheid steeds meer nadruk legde op volksgezondheid en voedselveiligheid door middel van gemeentelijke verordeningen. De overgang van informele, vaak onhygiënische thuisslacht naar gereguleerde, professionele bedrijfsruimtes was in 1936 in volle gang.
De brief illustreert hoe ondernemers in die tijd onderling informatie uitwisselden over nieuwe regelgeving die hun branche trof. De "collegiale groeten" suggereren dat Vlasblom en Eggink beiden actief waren in de poeliersbond of een vergelijkbare beroepsvereniging. De locatie van Eggink in de Spijkerbuurt in Arnhem en Vlasblom in de Dapperbuurt in Amsterdam plaatst de correspondentie in de context van twee groeiende stedelijke centra die hun regelgeving rondom levensmiddelen aan het moderniseren waren.