Getypte notulen of verslag van een commissievergadering.
Origineel
Getypte notulen of verslag van een commissievergadering. en dat dit artikel als algemeene maatregel, naast de te
ontwerpen regeling, zyn beteekenis kan behouden.
De Heer GAAIKEMA wyst op de mogelykheid, dat, wan-
neer hier krachtens een Verordening zal worden opgetreden,
daarmede het terrein van den Rykswetgever wordt betreden.
Weliswaar heeft hetgeen de Heer SAMSON met het oog op de
mogelykheid van toepassing der Hinderwet heeft gezegd,
hem eenigszins gerustgesteld, maar voorzichtigheid blyft
geboden.
De Heer v. RAALTE is van meening, dat beperkende
bepalingen niet voldoende zullen zyn, maar dat de voor
te stellen regeling radicaal zal moeten zyn.
Met deze opvatting is de Commissie het eens.
De Heer REESER meent, dat het wel mogelyk is om het
pluimveeslachtersbedryf krachtens art. 4, sub III der
Hinderwet te regelen, maar dan moet er worden gezorgd
voor een centrale slachtplaats.
De Heer SEGAAR vraagt zich af, hoe de handel tegen-
over het centraliseeren van het slachtbedryf zal staan.
Het valt te verwachten, dat in de randgemeenten veel
zal worden geslacht. Moet een invoerverbod van geslacht
pluimvee worden uitgevaardigd?
De Heer v. RAALTE ziet in de geheele zaak maar een
matig hygiënisch belang, en vraagt aan den Heer REESER
of hy er bezwaar tegen zou hebben, wanneer het slachten
en keuren niet aan het Abattoir zou geschieden, waarmede
de Heer REESER niet geheel instemt.
Gaat de herziening van de Vleeschkeuringswet door,
dan zal in ieder geval aan het Abattoir moeten worden
geslacht.
Voor Marktwezen is het van belang, dat de keuring
en ook de slachting ter markt geschiedt, het marktprin-
cipe blyft dan het beste gehandhaafd. Het geslachte
pluimvee zou, na te zyn goedgekeurd, kunnen worden ge-
stempeld of gelood, waarvan een zekere reclame kan uit-
gaan.
De Heer TJADEN meent, dat, al mochten er buiten en
in de randgemeenten vele slachtingen worden uitgevoerd,
een centrale slachtplaats binnen het gemeentegebied,
waar dan ook, niet zal kunnen worden gemist.
Hiermede is de Commissie het eens. * Kernvraagstuk: De commissie bespreekt hoe het slachten van pluimvee gereguleerd moet worden. De centrale vraag is of dit via lokale verordeningen kan, of dat dit botst met nationale wetgeving (de "Rykswetgever").
* Juridische kaders: Er wordt verwezen naar de Hinderwet (specifiek art. 4, sub III) en de aanstaande herziening van de Vleeschkeuringswet. Dit wijst op een spanningsveld tussen milieuregulering (hinder) en volksgezondheid (keuring).
* Belangentegenstellingen:
* Hygiëne vs. Handel: De heer Van Raalte nuanceert het hygiënisch belang, terwijl anderen (Reeser, Tjaden) hameren op een centrale slachtplaats (Abattoir) voor betere controle.
* Lokaal vs. Regionaal: De heer Segaar voorziet problemen met de "randgemeenten" (mogelijk illegale of ongecontroleerde slacht buiten de stadsgrenzen) en oppert een invoerverbod.
* Marktwezen: Er is aandacht voor het "marktprincipe", waarbij keuring en slachting ter plekke de herkenbaarheid en kwaliteit (stempelen/loden) ten goede komen.
* Besluitvorming: De commissie lijkt te neigen naar een "radicale" regeling die centralisatie in een abattoir binnen de gemeentegrenzen verplicht stelt. Dit document stamt waarschijnlijk uit de jaren '30 of '40 van de 20e eeuw, gezien de spelling en de discussie over de herziening van de Vleeschkeuringswet (oorspronkelijk uit 1919). Het illustreert de professionalisering en centralisering van de voedselketen in Nederland. In deze periode probeerden gemeenten meer grip te krijgen op de hygiëne van levensmiddelen door kleinschalige, ongecontroleerde slachtactiviteiten te vervangen door gecentraliseerde abattoirs waar veterinaire keuring mogelijk was. De vrees voor concurrentie uit randgemeenten waar minder strenge regels golden, was een veelvoorkomend thema in gemeentelijke verslagen uit die tijd.