Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 129
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte notulen of een ambtelijk verslag van een commissievergadering (doorslag of concept).

Origineel

Getypte notulen of een ambtelijk verslag van een commissievergadering (doorslag of concept). het tactisch aanbeveling verdient vooraf in Den Haag te
informeeren of de Regeering haar goedkeuring aan een zoo-
danige gemeentelyke regeling denkt te verleenen, wordt be-
sloten, niet vooraf naar Den Haag te gaan, omdat men vreest
een afwyzend antwoord te zullen ontvangen in verband met
de ophanden zynde wyziging van de Vleeschkeuringswet, zon-
der dat men nochtans zekerheid heeft dat die wyziging
spoedig van kracht zal worden. Beter acht men het daarom,
de regeling te ontwerpen, en het resultaat aan Den Haag
voor te leggen, wat misschien een prikkel voor de Regee-
ring zal zyn om spoed te betrachten met de wyziging van
de Vleeschkeuringswet.
De Heeren v.d.Laan, Reeser, van Raalte en Gaaikema
zyn bereid als sub-commissie deze regeling te ontwerpen.
De regeling zal moeten steunen op de Warenwet en op
de Gemeentewet.
Om de kans op bezwaren van de zyde van de Regeering
zoo gering mogelyk te doen zyn, zal het aanbeveling ver-
dienen het gebruik van de Warenwet als rechtsgrond voor
de regeling, tot een minimum te beperken.
Dr. v.d. Laan en Dr. van Raalte wyzen er nog op, dat
de Commissie niet alleen aan Burgemeester en Wethouders
een regeling zal moeten voorstellen, maar ook een beschou-
wing zal moeten leveren over de (economische) consequen-
ties van de uitvoering van een zoodanige regeling.
Besloten wordt in het rapport aan Burgemeester en
Wethouders zulk een beschouwing op te nemen. Dit document verslaat een tactische discussie binnen een gemeentelijke commissie over het invoeren van een nieuwe lokale regeling voor vleeskeuring. De kernpunten zijn:

  1. Tactische koers: Er is vrees dat de landelijke overheid ("Den Haag") een voortijdig verzoek zal afwijzen omdat er een wijziging van de landelijke Vleeschkeuringswet op komst is. De commissie besluit daarom eerst een voldongen feit te creëren door de regeling volledig uit te werken alvorens deze voor te leggen. Men hoopt hiermee de landelijke overheid juist aan te sporen ("prikkel") om vaart te maken met de landelijke wetswijziging.
  2. Juridische grondslag: De regeling zal gebaseerd worden op de Warenwet en de Gemeentewet. Er wordt expliciet geadviseerd om de rol van de Warenwet als rechtsgrond te minimaliseren om de kans op bezwaren vanuit de Rijksoverheid te verkleinen.
  3. Economische impact: Dr. v.d. Laan en Dr. van Raalte benadrukken dat het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) niet alleen behoefte heeft aan de tekst van de regeling, maar ook aan een analyse van de economische gevolgen van de uitvoering ervan.
  4. Annotaties: De rode onderstrepingen accentueren de belangrijkste strategische keuzes: het besluit om niet vooraf naar Den Haag te gaan, de hoop op een "prikkel" voor de regering, en de noodzaak van een economische beschouwing. De spelling (bijv. "vleesch", "wyziging", "zoo") duidt op een document van vóór de spellinghervorming van 1947, vermoedelijk uit de jaren '20 of '30 van de 20e eeuw. In deze periode vond er in Nederland een belangrijke ontwikkeling plaats op het gebied van de volksgezondheid en voedselveiligheid. De Gemeentewet gaf gemeenten de ruimte voor eigen verordeningen, maar de opkomst van landelijke wetten zoals de Warenwet (1919) en de Vleeschkeuringswet (1919) zorgde voor spanningen tussen lokale autonomie en centrale sturing. Dit document is een treffend voorbeeld van hoe lokale bestuurders probeerden te manoeuvreren binnen dit veranderende juridische krachtenveld.

Samenvatting

Dit document verslaat een tactische discussie binnen een gemeentelijke commissie over het invoeren van een nieuwe lokale regeling voor vleeskeuring. De kernpunten zijn:

  1. Tactische koers: Er is vrees dat de landelijke overheid ("Den Haag") een voortijdig verzoek zal afwijzen omdat er een wijziging van de landelijke Vleeschkeuringswet op komst is. De commissie besluit daarom eerst een voldongen feit te creëren door de regeling volledig uit te werken alvorens deze voor te leggen. Men hoopt hiermee de landelijke overheid juist aan te sporen ("prikkel") om vaart te maken met de landelijke wetswijziging.
  2. Juridische grondslag: De regeling zal gebaseerd worden op de Warenwet en de Gemeentewet. Er wordt expliciet geadviseerd om de rol van de Warenwet als rechtsgrond te minimaliseren om de kans op bezwaren vanuit de Rijksoverheid te verkleinen.
  3. Economische impact: Dr. v.d. Laan en Dr. van Raalte benadrukken dat het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) niet alleen behoefte heeft aan de tekst van de regeling, maar ook aan een analyse van de economische gevolgen van de uitvoering ervan.
  4. Annotaties: De rode onderstrepingen accentueren de belangrijkste strategische keuzes: het besluit om niet vooraf naar Den Haag te gaan, de hoop op een "prikkel" voor de regering, en de noodzaak van een economische beschouwing.

Historische Context

De spelling (bijv. "vleesch", "wyziging", "zoo") duidt op een document van vóór de spellinghervorming van 1947, vermoedelijk uit de jaren '20 of '30 van de 20e eeuw. In deze periode vond er in Nederland een belangrijke ontwikkeling plaats op het gebied van de volksgezondheid en voedselveiligheid. De Gemeentewet gaf gemeenten de ruimte voor eigen verordeningen, maar de opkomst van landelijke wetten zoals de Warenwet (1919) en de Vleeschkeuringswet (1919) zorgde voor spanningen tussen lokale autonomie en centrale sturing. Dit document is een treffend voorbeeld van hoe lokale bestuurders probeerden te manoeuvreren binnen dit veranderende juridische krachtenveld.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →