Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 130
Dossier 17
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt ambtelijk memorandum of adviesstuk met handgeschreven correcties (correctietekens "tu").

Origineel

Getypt ambtelijk memorandum of adviesstuk met handgeschreven correcties (correctietekens "tu"). MAATREGELEN TER BETEUGELING
VAN DEN HINDER VAN PLUIMVEE-SLACHTERYEN e.d.


Hierby zou wellicht, in groote trekken, kunnen wor-
den gedacht aan regeling op den volgenden grond-
slag :

a. Aan de hand van art. 4, lid 1, onder 3°, der
Hinderwet, luidende :
"Art. 4. By plaatselyke verordening kan de Gemeenteraad:
"3°. in het belang der openbare orde, veiligheid
"of gezondheid verbieden eene slachery, vildery,
"pensery, drogery, rookery of zoutery van dierlyke
"stoffen, of eene inrigting, bestemd tot bewaring
"of verwerking van bloed of van dierlyken afval
"op te rigten, te hebben of te gebruiken, indien in
"de gemeente eene inrigting aanwezig is, waarin
"belanghebbenden, onder eveneens by verordening
"vastgestelde voorwaarden, het bedryf kunnen uit-
"oefenen, waartoe eene inrigting wordt vereischt,
"als by de verordening verboden.
"Plaatselyke verordeningen, in dit artikel be-
"doeld, gelden voor een bepaalden daarin genoem-
"den tyd, die 20 jaren niet mag te boven gaan.
"Zy kunnen, vóór dat die tyd is afgeloopen, telkens
"worden hernieuwd."

b. Aan de hand van art. 15, lid 3, der Warenwet
(zooals eveneens by Koninklyk Besluit van 30 Sep-
tember 1926, aan Gemeenteraad van Amsterdam ten
aanzien van ~~welke~~ melk en/of melkproducten is
toegestaan ).
Art. 15, lid 3, luidt :
"Tevens behouden Wy Ons voor, aan gemeenteraden
"toe te staan, eischen te stellen, waaraan eene be-
"paalde waar moet voldoen."

De vraag ryst echter, of er wel eenige aanleiding
bestaat, om speciaal te Amsterdam andere eischen
ten aanzien van pluimvee e.d. te stellen dan el-
ders in Nederland. Zoo neen, dan zouden i.c.
waarschynlyk niet door den Gemeenteraad voor-
schriften kunnen worden uitgevaardigd, doch zou,
indien hiertoe termen aanwezig zyn, krachtens art.
(14 en) 15 der Warenwet, by Koninklyk Besluit
een Het document onderzoekt de juridische mogelijkheden voor de gemeente Amsterdam om de overlast van pluimveeslachterijen aan te pakken. Er worden twee wettelijke wegen voorgesteld:
1. De Hinderwet: Hiermee kan de gemeente bepaalde vervuilende of hinderlijke bedrijven verbieden, mits er een openbare inrichting beschikbaar is waar de ondernemers hun bedrijf onder voorwaarden kunnen voortzetten (een vorm van concentratie van slachtactiviteiten).
2. De Warenwet: Hiermee kunnen kwaliteitseisen aan producten worden gesteld. Er wordt gerefereerd aan een precedent uit 1926 betreffende melk.

De auteur van het stuk plaatst een kritische kanttekening: als er geen specifieke lokale reden is waarom Amsterdam strenger moet zijn dan de rest van het land, heeft de gemeenteraad mogelijk niet de bevoegdheid om zelfstandig voorschriften uit te vaardigen. In dat geval zou een landelijke regeling via een Koninklijk Besluit (gebaseerd op de Warenwet) de aangewezen weg zijn.

In de tekst zijn diverse handgeschreven tekens "tu" zichtbaar, wat duidt op een correctieronde (waarschijnlijk "te verbeteren" of parafen van een corrector). In de vroege 20e eeuw zorgde het slachten van pluimvee, vaak in kleine ruimtes midden in woonwijken, voor aanzienlijke hygiënische problemen en stankoverlast in Amsterdam. Dit document illustreert de verschuiving naar een actievere overheid die via wetgeving (milieu en volksgezondheid) de leefbaarheid in de stad probeerde te reguleren. De genoemde Hinderwet uit 1875 was de voorloper van onze huidige milieuwetgeving, terwijl de Warenwet (1919) toezag op de veiligheid van levensmiddelen. De discussie over lokale versus nationale regelgeving is een klassiek bestuurlijk dilemma dat ook in dit document centraal staat.

Samenvatting

Het document onderzoekt de juridische mogelijkheden voor de gemeente Amsterdam om de overlast van pluimveeslachterijen aan te pakken. Er worden twee wettelijke wegen voorgesteld:
1. De Hinderwet: Hiermee kan de gemeente bepaalde vervuilende of hinderlijke bedrijven verbieden, mits er een openbare inrichting beschikbaar is waar de ondernemers hun bedrijf onder voorwaarden kunnen voortzetten (een vorm van concentratie van slachtactiviteiten).
2. De Warenwet: Hiermee kunnen kwaliteitseisen aan producten worden gesteld. Er wordt gerefereerd aan een precedent uit 1926 betreffende melk.

De auteur van het stuk plaatst een kritische kanttekening: als er geen specifieke lokale reden is waarom Amsterdam strenger moet zijn dan de rest van het land, heeft de gemeenteraad mogelijk niet de bevoegdheid om zelfstandig voorschriften uit te vaardigen. In dat geval zou een landelijke regeling via een Koninklijk Besluit (gebaseerd op de Warenwet) de aangewezen weg zijn.

In de tekst zijn diverse handgeschreven tekens "tu" zichtbaar, wat duidt op een correctieronde (waarschijnlijk "te verbeteren" of parafen van een corrector).

Historische Context

In de vroege 20e eeuw zorgde het slachten van pluimvee, vaak in kleine ruimtes midden in woonwijken, voor aanzienlijke hygiënische problemen en stankoverlast in Amsterdam. Dit document illustreert de verschuiving naar een actievere overheid die via wetgeving (milieu en volksgezondheid) de leefbaarheid in de stad probeerde te reguleren. De genoemde Hinderwet uit 1875 was de voorloper van onze huidige milieuwetgeving, terwijl de Warenwet (1919) toezag op de veiligheid van levensmiddelen. De discussie over lokale versus nationale regelgeving is een klassiek bestuurlijk dilemma dat ook in dit document centraal staat.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →