Handgeschreven conceptbrief of ambtelijke notitie.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief of ambtelijke notitie. [1] meegedeeld in hun voordracht "wijziging
[2] verordeningen betreffende het Marktwezen" d.d.
[3] 27 April 1934 (Gem. Blad 1934 Afd I No. 405, [tussenvoegsel:] Speciaal pag.
[4] 995). [doorgestreept teken]
[5] [geheel doorgehaalde regel: De eenige mogelijkheid]
[6] [geheel doorgehaalde regel: door mij wordt het ...]
[7] [geheel doorgehaalde regel: Ik acht het vooralsnog alleen mogelijk om den]
[8] pluimvee-handel in eenigszins beteekenende mate op
[9] de Centrale Markt te concentreeren, wanneer aldaar
[10] ook een gelegenheid tot het slachten van pluimvee
[11] wordt geschapen. Wanneer door een verordening dit
[12] [in de marge:] voor zoover het te Amsterdam geschiedt, slachten [doorgestreept: verplicht] op de markt kon worden [tussenvoegsel:] voorgeschreven of
[13] aangemoedigd, zou hierdoor ongetwijfeld het marktbelang
[14] [doorgestreept: ten zeerste worden gediend.]
[15] te deze Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorderen, dat
[16] [doorgestreept: rekening zal worden gehouden] met de belangen der Centrale Markt
[17] rekening zal worden gehouden. 31-12-35 WH Dit document is een werknotitie of een concept voor een ambtelijk schrijven betreffende de economische regulering van de Amsterdamse markten in de jaren '30. De kern van het betoog is dat de handel in pluimvee (kippen, eenden, etc.) alleen succesvol naar de Centrale Markt verplaatst kan worden als daar ook de faciliteiten voor de slacht aanwezig zijn.
Opvallend is de tekstuele aarzeling in regel 12. De auteur overweegt eerst de term "verplicht", maar zwakt dit af naar "voorgeschreven of aangemoedigd". Dit duidt op een afweging tussen dwingende wetgeving en economische stimulering. De verwijzing naar het Gemeenteblad 1934 toont aan dat dit document onderdeel is van een groter juridisch proces om de marktverordeningen te moderniseren. In de jaren '30 onderging het Amsterdamse marktwezen grote veranderingen. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934) moesten de centrale spil worden voor de voedselvoorziening van de stad. Door de handel te concentreren kon de gemeente beter toezien op hygiëne, belastingen en kwaliteitscontrole.
De pluimveehandel was van oudsher versnipperd over de stad. Uit dit document blijkt de bureaucratische inspanning om ook deze specifieke sector — inclusief de slacht, wat gepaard gaat met specifieke hygiëne-eisen — binnen de muren van de Centrale Markt te krijgen. De datum '31-12-35' suggereert dat men aan het einde van het jaar de balans opmaakte of nieuwe plannen voor het komende jaar voorbereidde.