Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 145
Dossier 24
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief (afschrift).

25 november 1935. Van: De Directeur van het Gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht.

Origineel

Getypte brief (afschrift). 25 november 1935. De Directeur van het Gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht. Afschrift.

Nº 11/2 M. 1936
No. 264 A.Z. 1935.

Behoort bij brief van den Directeur van het Gem. Bouw- en Woningtoezicht d.d. 25/11 1935 No 264 A.Z.

Amsterdam, 25 November 1935.

Betreft: Kippenslachterijen.

Hierbij moge ik Uw aandacht vragen voor het volgende.

Uit de klachten, die in den loop der jaren mijn Dienst bereikten ten aanzien van kippenslachterijen, blijkt, dat in toenemende mate hinder wordt ondervonden van deze slachterijen, die in de Oude Stad veelvuldig te midden van woningen worden aangetroffen.

De toenemende mate, waarin de hinder wordt ondervonden, houdt verband met het sterk verhoogde gebruik van gevogelte als consumptie-artikel.

Voor zoover mij bekend, gelden ten aanzien van de inrichting van kippenslachterijen geen bijzondere voorschriften. Ze vallen ook niet onder de bepalingen van de Vleeschkeuringswet.

Blijkbaar zijn er geen hygiënische gevaren verbonden aan de gebrekkige inrichting, en den onzindelijken toestand van onderhoud, van dergelijke slachterijen. De kippenslachterijen doen zich in hoofdzaak in twee vormen voor, n.l. poelierderijen, waar, ten behoeve van het winkelbedrijf ter plaatse, pluimvee geslacht wordt, en wat men zou kunnen noemen loonslachterijen, waar pluimvee geslacht wordt, dat elders verkocht wordt. Combinaties van deze twee soorten komen ook voor. Beide soorten kippenslachterijen kunnen hinderlijk zijn, de loonslachterijen wel het meest.

De hinder, die van dergelijke bedrijven wordt ondervonden, bestaat in de eerste plaats uit hinder van lawaai; het gekakel en geschreeuw van de dieren, die op de open plaats, of ook wel

Den Heer Wethouder voor de Volkshuisvesting. In dit document kaart de directeur van het Bouw- en Woningtoezicht een groeiend stedelijk probleem aan: de overlast veroorzaakt door kleinschalige kippenslachterijen in de dichtbebouwde Amsterdamse binnenstad (de "Oude Stad").

De kernpunten uit de analyse zijn:
1. Oorzaak van de groei: Er is een significante stijging in de consumptie van gevogelte, waardoor het aantal slachtactiviteiten midden in woonwijken toeneemt.
2. Juridisch vacuüm: Er wordt geconstateerd dat deze specifieke inrichtingen buiten de toenmalige Vleeschkeuringswet vallen. Hierdoor ontbreekt het aan effectieve instrumenten om eisen te stellen aan hygiëne, onderhoud of inrichting.
3. Typologie: Er wordt onderscheid gemaakt tussen de winkelgebonden poelier en de "loonslachterij" (groothandel/verwerking voor derden), waarbij de laatste als de grootste bron van overlast wordt gezien.
4. Aard van de overlast: De voornaamste klacht betreft geluidshinder ("gekakel en geschreeuw") van de levende dieren die op binnenplaatsen worden gehouden in afwachting van de slacht. Dit document stamt uit het interbellum (1935), een periode waarin de stad Amsterdam worstelde met de overgang van een ongecontroleerde menging van wonen en werken naar modernere stedenbouwkundige ordening.

De situatie beschrijft een typisch voorbeeld van 'hinder' in de zin van de toenmalige Hinderwet. Omdat gevogelte destijds niet onder de algemene Vleeschkeuringswet viel (die primair gericht was op rund-, varkens- en schapenvlees), bevonden deze bedrijfjes zich in een grijs gebied. Het document illustreert de vroege bemoeienis van de overheid met de leefbaarheid in de volksbuurten en de professionele observaties van de Dienst Bouw- en Woningtoezicht die de basis legden voor strengere milieu- en inrichtingseisen in latere jaren.

Samenvatting

In dit document kaart de directeur van het Bouw- en Woningtoezicht een groeiend stedelijk probleem aan: de overlast veroorzaakt door kleinschalige kippenslachterijen in de dichtbebouwde Amsterdamse binnenstad (de "Oude Stad").

De kernpunten uit de analyse zijn:
1. Oorzaak van de groei: Er is een significante stijging in de consumptie van gevogelte, waardoor het aantal slachtactiviteiten midden in woonwijken toeneemt.
2. Juridisch vacuüm: Er wordt geconstateerd dat deze specifieke inrichtingen buiten de toenmalige Vleeschkeuringswet vallen. Hierdoor ontbreekt het aan effectieve instrumenten om eisen te stellen aan hygiëne, onderhoud of inrichting.
3. Typologie: Er wordt onderscheid gemaakt tussen de winkelgebonden poelier en de "loonslachterij" (groothandel/verwerking voor derden), waarbij de laatste als de grootste bron van overlast wordt gezien.
4. Aard van de overlast: De voornaamste klacht betreft geluidshinder ("gekakel en geschreeuw") van de levende dieren die op binnenplaatsen worden gehouden in afwachting van de slacht.

Historische Context

Dit document stamt uit het interbellum (1935), een periode waarin de stad Amsterdam worstelde met de overgang van een ongecontroleerde menging van wonen en werken naar modernere stedenbouwkundige ordening.

De situatie beschrijft een typisch voorbeeld van 'hinder' in de zin van de toenmalige Hinderwet. Omdat gevogelte destijds niet onder de algemene Vleeschkeuringswet viel (die primair gericht was op rund-, varkens- en schapenvlees), bevonden deze bedrijfjes zich in een grijs gebied. Het document illustreert de vroege bemoeienis van de overheid met de leefbaarheid in de volksbuurten en de professionele observaties van de Dienst Bouw- en Woningtoezicht die de basis legden voor strengere milieu- en inrichtingseisen in latere jaren.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →