Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 154
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte rapportage of verslag (pagina 2).

Origineel

Getypte rapportage of verslag (pagina 2). -2-

De kansen van een centrale groothandelsmarkt te Amsterdam worden door den handel niet hoog aangeslagen. De pluimveemarkten te Purmerend en Barneveld, welke resp. des Dinsdags en des Donderdags worden gehouden, trekken allen aanvoer tot zich. Pogingen om elders groothandelsmarkten te stichten zyn mislukt. Echter zou het voor de poeliers van belang zyn, indien te Amsterdam een goede pluimveemarkt bestond, en wel met het oog op besparing van kosten en tyd.

Ongeacht alle genoemde bezwaren zouden de poeliers wel aan centralisatie tot op zekere hoogte mede willen werken, indien deze zou kunnen worden dienstbaar gemaakt aan een verbetering van de organisatie van den kleinhandel in geslacht pluimvee, door den straathandel te beperken, die ongelyke concurrentieverhoudingen schept. Het [handgeschreven in de kantlijn:] ongeveer aantal straathandelaren wordt geschat op 300 tegenover/80 gevestigde poeliersbedryven.

De ten aanzien van den straathandel te treffen maatregelen zouden moeten bestaan uit: verplichte aanvoer van alle levend en geslacht pluimvee op een centrale plaats te Amsterdam en verplichte keuring aldaar. Als verdere maatregel werd nog voorgesteld een vergunningsstelsel, waarby alleen degenen, die te Amsterdam een goedgekeurde winkel of slachtplaats hebben tot den verkoop in het klein worden toegelaten.

Zou men overgaan tot centralisatie zonder dergelyke maatregelen dan zou dit tot gevolg hebben, dat de invoer van geslacht pluimvee zou toenemen, ten koste van de slachtingen te Amsterdam. De concurrentie laat geen verdere eenzydige verhooging van de bedryfskosten der gevestigde poeliers toe. Men meende, dat zelfs het verbeteren van de slachtplaatsen te Amsterdam hierdoor bezwaarlyk zonder meer zou zyn door te voeren.

De sub-commissie is van oordeel dat het, gehoord deze mededeelingen, blykbaar niet goed mogelyk zal zyn tot een compromis te geraken tusschen de verschillende by het vraagstuk betrokken belangen n.l. die voortvloeiende uit de toepassing der hinderwet, de hygiënische, de markt- en handelsbelangen.

Zy acht het vooralsnog van geen nut, na de verkregen informaties, verder contact met den handel te zoeken. * Kernproblematiek: Er is een spanningsveld tussen de gevestigde poeliers (winkeliers) en de straathandelaren in Amsterdam. De poeliers zien een centrale markt alleen zitten als dit gepaard gaat met strikte regulering (keuring en vergunningen) die de straathandel aan banden legt.
* Concurrentie: Er is sprake van een grote scheve verhouding: ongeveer 300 straathandelaren tegenover slechts 80 gevestigde bedrijven. De gevestigde bedrijven klagen over oneerlijke concurrentie en hoge bedrijfskosten.
* Logistiek: De markten in Purmerend en Barneveld domineren de sector, waardoor een nieuwe groothandelsmarkt in Amsterdam commercieel riskant wordt geacht.
* Conclusie van de sub-commissie: De belangen (hygiëne, Hinderwet, handel) liggen te ver uit elkaar. Men adviseert om de gesprekken met de sector stop te zetten omdat een compromis onhaalbaar lijkt. Dit document illustreert de historische verschuiving in stedelijke distributie en voedselveiligheid. In de eerste helft van de 20e eeuw probeerden gemeenten de voedselketen te rationaliseren en te controleren. Straathandel werd vaak gezien als een risico voor de volksgezondheid (gebrek aan keuring) en als een economische bedreiging voor belastingbetalende winkeliers. De verwijzing naar de Hinderwet duidt op de overlast (geur, geluid, afval) die slachtplaatsen in de dichtbevolkte stad Amsterdam veroorzaakten. De steden Barneveld en Purmerend waren destijds de onbetwiste centra van de Nederlandse pluimveehandel, een positie die Amsterdam blijkbaar moeilijk kon uitdagen.

Samenvatting

  • Kernproblematiek: Er is een spanningsveld tussen de gevestigde poeliers (winkeliers) en de straathandelaren in Amsterdam. De poeliers zien een centrale markt alleen zitten als dit gepaard gaat met strikte regulering (keuring en vergunningen) die de straathandel aan banden legt.
  • Concurrentie: Er is sprake van een grote scheve verhouding: ongeveer 300 straathandelaren tegenover slechts 80 gevestigde bedrijven. De gevestigde bedrijven klagen over oneerlijke concurrentie en hoge bedrijfskosten.
  • Logistiek: De markten in Purmerend en Barneveld domineren de sector, waardoor een nieuwe groothandelsmarkt in Amsterdam commercieel riskant wordt geacht.
  • Conclusie van de sub-commissie: De belangen (hygiëne, Hinderwet, handel) liggen te ver uit elkaar. Men adviseert om de gesprekken met de sector stop te zetten omdat een compromis onhaalbaar lijkt.

Historische Context

Dit document illustreert de historische verschuiving in stedelijke distributie en voedselveiligheid. In de eerste helft van de 20e eeuw probeerden gemeenten de voedselketen te rationaliseren en te controleren. Straathandel werd vaak gezien als een risico voor de volksgezondheid (gebrek aan keuring) en als een economische bedreiging voor belastingbetalende winkeliers. De verwijzing naar de Hinderwet duidt op de overlast (geur, geluid, afval) die slachtplaatsen in de dichtbevolkte stad Amsterdam veroorzaakten. De steden Barneveld en Purmerend waren destijds de onbetwiste centra van de Nederlandse pluimveehandel, een positie die Amsterdam blijkbaar moeilijk kon uitdagen.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →