Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 160
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven conceptverslag of notulen van een commissievergadering.

Origineel

Handgeschreven conceptverslag of notulen van een commissievergadering. [Linksboven:] 4

[Linkermarge:] I in het klein

[Hoofdtekst:]
~~Slachtplaats hebben~~ ~~tot de~~ ~~verkoop~~ worden
toegelaten. ▢ Zou men overgaan tot
~~ditzelfde~~ een zelfde als mede deelde
de heer Van der Laan.
centralisatie zonder dergelijke
maatregelen dan zou dit tot
gevolg hebben, dat de slacht-
inrichting van geslacht pluimvee
zou toenemen ten koste van de
slachtingen te Amsterdam. De
concurrentie laat geen verdere eenzijdige
verhooging van de bedrijfskosten
der gevestigde partijen toe. Men
meende dat zelfs het verbeteren
van de slachtplaatsen te Amsterdam
~~uit den aard der zaak~~ ~~geen stap zou~~
~~doen dat~~ hervorming hiervan bezwaarlijk
zonder meer zou zijn door te voeren.
[Horizontale slingerlijn als scheiding]
▢ De subcommissie is van oordeel
dat het, gehoord deze mededeeling,
blijkbaar niet goed mogelijk
zal zijn tot een compromis
te geraken tusschen de verschillende
bij het vraagstuk betrokken
belangen n.l. die voortvloeiende
uit de toepassing der Hinderwet,
de hygiënische ^(voorshands), de markt- ^(en handels-) belangen.
Zij acht het ^(verder) van geen nut,
na de verkregen informatie, contact
met den handel te zoeken.
Het is volgens de heer Damen
wel mogelijk om op grond
van art. 4 der Hinderwet tot het
oprichten van een ~~centrale~~ slachtplaats te komen
de Warenwet bepaalt wel, dat
~~de~~ ambtenaren kunnen treden
om de waar te toonen. Echter
een verplichting om de waren

[Linkermarge onderaan:]
I ^(verder)
F, maar daarmede is nog geen
verplichte keuring bereikt.
aldus de heer ~~Heyman,~~ Dit document betreft een intern werkdocument van een subcommissie die zich buigt over de regulering van slachthuizen in Amsterdam, met specifieke aandacht voor pluimvee en varkens. De kern van de discussie is de spanning tussen overheidsregulering (hygiëne en hinderbeperking) en de economische belangen van de lokale handel.

De commissie constateert dat centralisatie van de slacht zonder flankerende maatregelen nadelig kan uitpakken voor de Amsterdamse ondernemers, omdat de concurrentie uit de regio (waar minder strenge regels of lagere kosten gelden) dan te groot wordt. Er wordt geconcludeerd dat een compromis tussen alle betrokken belangen (gezondheid, handel, hinderwetgeving) op dat moment onwaarschijnlijk is. Juridisch wordt vastgesteld dat hoewel de Hinderwet grond biedt voor een centrale voorziening, de Warenwet op dat moment nog onvoldoende handvaten biedt voor een algehele keuringsplicht. De tekst past in de bredere historische context van de opkomst van de publieke gezondheidszorg en de toenemende overheidsbemoeienis met de voedselveiligheid rond de eeuwwisseling (1900). In deze periode werden in veel grote steden openbare slachthuizen opgericht om de ongecontroleerde en vaak onhygiënische huisslachtingen en kleine private slachtplaatsen te vervangen.

De genoemde Hinderwet (oorspronkelijk uit 1875) was het instrument bij uitstek om overlast door geur, geluid en vervuiling in de stad te reguleren. De Warenwet (pas formeel van kracht in 1919, maar hier reeds in concept of vroege vorm besproken) was gericht op de kwaliteit van de producten zelf. Het document illustreert de bureaucratische worsteling om deze wetten effectief in te zetten voor het algemeen belang zonder de lokale economie onnodig te schaden.

Samenvatting

Dit document betreft een intern werkdocument van een subcommissie die zich buigt over de regulering van slachthuizen in Amsterdam, met specifieke aandacht voor pluimvee en varkens. De kern van de discussie is de spanning tussen overheidsregulering (hygiëne en hinderbeperking) en de economische belangen van de lokale handel.

De commissie constateert dat centralisatie van de slacht zonder flankerende maatregelen nadelig kan uitpakken voor de Amsterdamse ondernemers, omdat de concurrentie uit de regio (waar minder strenge regels of lagere kosten gelden) dan te groot wordt. Er wordt geconcludeerd dat een compromis tussen alle betrokken belangen (gezondheid, handel, hinderwetgeving) op dat moment onwaarschijnlijk is. Juridisch wordt vastgesteld dat hoewel de Hinderwet grond biedt voor een centrale voorziening, de Warenwet op dat moment nog onvoldoende handvaten biedt voor een algehele keuringsplicht.

Historische Context

De tekst past in de bredere historische context van de opkomst van de publieke gezondheidszorg en de toenemende overheidsbemoeienis met de voedselveiligheid rond de eeuwwisseling (1900). In deze periode werden in veel grote steden openbare slachthuizen opgericht om de ongecontroleerde en vaak onhygiënische huisslachtingen en kleine private slachtplaatsen te vervangen.

De genoemde Hinderwet (oorspronkelijk uit 1875) was het instrument bij uitstek om overlast door geur, geluid en vervuiling in de stad te reguleren. De Warenwet (pas formeel van kracht in 1919, maar hier reeds in concept of vroege vorm besproken) was gericht op de kwaliteit van de producten zelf. Het document illustreert de bureaucratische worsteling om deze wetten effectief in te zetten voor het algemeen belang zonder de lokale economie onnodig te schaden.

Locaties

Betreft de gemeente Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →