Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 162
Dossier 90
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief op officieel briefpapier.

2 Juli 1936. Van: Keuringsdienst voor Waren, Keuringsgebied Nijmegen (Directeur: Dr. W. J. de Mooy). Aan: Den heer Directeur van het marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W.).

Origineel

Getypte brief op officieel briefpapier. 2 Juli 1936. Keuringsdienst voor Waren, Keuringsgebied Nijmegen (Directeur: Dr. W. J. de Mooy). Den heer Directeur van het marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W.). [Stempel linksboven:]
№ 1/67/4 M. 1936 4/7

KEURINGSDIENST VOOR WAREN,
KEURINGSGEBIED NIJMEGEN.
(Directeur: Dr. W. J. de Mooy.)


Afd. 18 f No. 1150
Bericht op schrijven van:
26 Juni 1936
1/67/1 M.
Betreffende:
Poeliersbedrijven.
==============

[Rechtsboven:]
Nijmegen, 2 Juli 1936
van Nispenstraat 5.
Telephoon 1010.
Postrekening No. 61680.

[Kader rechts:]
Spreekuur van den Directeur:
Maandag van 10-12 en 2-4 uur.

[Tekst rechtsonder kenmerk:]
Bij verdere briefwisseling over den inhoud
van dit schrijven gelieve men afdeeling en
dagteekening te vermelden.

[Inhoud brief:]
In antwoord op nevenvermeld schrijven,heb
ik de eer U mede te deelen,dat de Keuringsdienst te Arnhem
dd.1.Maart j.l. is opgeheven en de Gemeente Arnhem na
dien datum tot dit Keuringsgebied behoort.
Op Uw vraag kan ik U mededeelen,dat te Arnhem
niet bestaat een verordening op de inrichting van poeliers-
bedrijven.Evenwel stelt men aan poeliersbedrijven wel
voorwaarden op grond van de "Verordening houdende voor-
schriften ter voorkoming van hinder en schade voor de
openbare gezondheid bij het gebruiken van gebouwen en er-
ven".
In artikel 6 van deze verordening staat o.a.
Het is verboden:
a. enz.
b. binnen de kom der gemeente eene bewaarplaats te hebben
van levend pluimvee of levende konijnen ten behoeve
van den handel in die dieren,hetzij levend,hetzij ge-
slacht,zonder dat daarbij voldoende voorzieningen zijn
getroffen tot wering van stank en tot voorkoming van
rustverstoring of anderen hinder voor de omgeving of
schade voor de openbare gezondheid.
artikel 7.
Het is verboden:
binnen de kom der gemeente eenige bewaarplaats van
vuilnis,asch of mest of van beenderen,bloed of anderen

[Linksonder:]
Aan
den heer Directeur van het marktwezen.
Jan van Galenstraat 14.
Amsterdam(W.)
============

[Onderaan links:]
1000-5-'36. * Administratieve Herstructurering: De brief meldt een belangrijke wijziging in de organisatie van de Keuringsdienst voor Waren: de opheffing van de afdeling Arnhem per 1 maart 1936, waarna de gemeente Arnhem onder het keuringsgebied Nijmegen viel.
* Juridische Grondslag: Er blijkt voor Arnhem geen specifieke "poeliersverordening" te bestaan. In plaats daarvan wordt teruggegrepen op een algemene gezondheids- en hinderverordening. Dit illustreert hoe lokale overheden in die tijd specifieke bedrijfsactiviteiten reguleerden via algemene bepalingen over volksgezondheid en overlast.
* Inhoud van de Voorschriften: De geciteerde artikelen (6 en 7) richten zich op de preventie van stank, geluidsoverlast ("rustverstoring") en algemene gezondheidsrisico's die gepaard gaan met het houden van levende dieren en het verwerken van slachtafval (bloed, beenderen) binnen de bebouwde kom.
* Intergemeentelijke Informatie-uitwisseling: Het document toont de actieve correspondentie tussen verschillende gemeentelijke instanties (Nijmegen/Arnhem en Amsterdam) over regelgeving en toezicht op de handel in waren. Deze brief stamt uit de periode van het interbellum (1936), een tijd waarin de professionalisering van de voedselveiligheid en de publieke gezondheid in Nederland in volle gang was. De Keuringsdienst van Waren (tegenwoordig onderdeel van de NVWA) speelde hierin een centrale rol.

De ontvanger, de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam, was gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14. Dit is het adres van de toenmalige Centrale Markthallen (geopend in 1934), het kloppende hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. Het is zeer waarschijnlijk dat de Amsterdamse directeur informatie inwon over regels elders in het land om de eigen marktvoorschriften of toezicht op poeliers die in Amsterdam handel dreven te vergelijken of aan te scherpen. De brief eindigt midden in artikel 7, wat suggereert dat er een tweede pagina was of dat de relevante informatie voor de geadresseerde hiermee was afgesloten.

Samenvatting

  • Administratieve Herstructurering: De brief meldt een belangrijke wijziging in de organisatie van de Keuringsdienst voor Waren: de opheffing van de afdeling Arnhem per 1 maart 1936, waarna de gemeente Arnhem onder het keuringsgebied Nijmegen viel.
  • Juridische Grondslag: Er blijkt voor Arnhem geen specifieke "poeliersverordening" te bestaan. In plaats daarvan wordt teruggegrepen op een algemene gezondheids- en hinderverordening. Dit illustreert hoe lokale overheden in die tijd specifieke bedrijfsactiviteiten reguleerden via algemene bepalingen over volksgezondheid en overlast.
  • Inhoud van de Voorschriften: De geciteerde artikelen (6 en 7) richten zich op de preventie van stank, geluidsoverlast ("rustverstoring") en algemene gezondheidsrisico's die gepaard gaan met het houden van levende dieren en het verwerken van slachtafval (bloed, beenderen) binnen de bebouwde kom.
  • Intergemeentelijke Informatie-uitwisseling: Het document toont de actieve correspondentie tussen verschillende gemeentelijke instanties (Nijmegen/Arnhem en Amsterdam) over regelgeving en toezicht op de handel in waren.

Historische Context

Deze brief stamt uit de periode van het interbellum (1936), een tijd waarin de professionalisering van de voedselveiligheid en de publieke gezondheid in Nederland in volle gang was. De Keuringsdienst van Waren (tegenwoordig onderdeel van de NVWA) speelde hierin een centrale rol.

De ontvanger, de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam, was gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14. Dit is het adres van de toenmalige Centrale Markthallen (geopend in 1934), het kloppende hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. Het is zeer waarschijnlijk dat de Amsterdamse directeur informatie inwon over regels elders in het land om de eigen marktvoorschriften of toezicht op poeliers die in Amsterdam handel dreven te vergelijken of aan te scherpen. De brief eindigt midden in artikel 7, wat suggereert dat er een tweede pagina was of dat de relevante informatie voor de geadresseerde hiermee was afgesloten.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →