Getypte brief (vervolgblad van een correspondentie).
Origineel
Getypte brief (vervolgblad van een correspondentie). 2 juli 1936. De Directeur van de Keuringsdienst voor Waren, Keuringsgebied Nijmegen. Keuringsdienst voor Waren, Nijmegen, 2 Juli 1936
Keuringsgebied Nijmegen.
Vervolgblad. I
Afd. 18 f No. 1150
afval van dieren of van stankverspreidend verpakkings-
materiaal te hebben.
artikel 7 bis.
Het is verboden:
om in gebouwen of op terreinen gelegen binnen de kom
der gemeente en niet vallende onder de wet van 2 Juni
1875, Stbld. 95, inrichtingen te hebben, of bedrijven uit
te oefenen, welke voor de omgeving hinderlijke en kwalijk
riekende geuren verspreiden.
Volgens artikel 8 kunnen B.& W. van deze ver-
bodsbepalingen vrijstelling verleenen en wel onder het
stellen van voorwaarden.
Van deze voorwaarden zend ik U hierbij een
voorbeeld.
Overigens vallen, ten aanzien van de Warenwet
de kippenslachterijen, als bereidplaats van eetwaren on-
der de bepalingen van het Algemeen-Besluit Waren (K.B.
23 Juni 1925 S.262) [geannoteerd: wg]
Aangezien de bepalingen van B.& W. verder gaan
dan het K.B. de bepalingen van het genoemde K.B., is het
m.i. de vraag of deze Arnhemsche bepalingen wettig zijn.
Intusschen lijken ze mij wel nuttig en heeft de uitvoere
der met al of niet wettigheid van een bepaling eigenlijk
niets te maken.
Ik meen hiermede Uw vraag zoo volledig mogelijk
beantwoord te hebben.
**De Directeur van den Keuringsdienst**
**voor waren, Keuringsgebied Nijmegen.**
[Handtekening: M.J. de Boer]
500-2-'36.
--- * Juridische frictie: De kern van het document is een discussie over de hiërarchie van wetgeving. De directeur merkt op dat bepaalde lokale "Arnhemsche bepalingen" (wellicht overgenomen in Nijmegen of ter vergelijking aangehaald) strenger zijn dan het landelijke Koninklijk Besluit (K.B.) van 1925.
* Handhaving versus Wetmatigheid: Een opvallend aspect is de pragmatische houding van de directeur. Hoewel hij twijfelt aan de formele wettigheid van de strengere lokale regels (omdat ze verder gaan dan de landelijke wet), adviseert hij ze toch te gebruiken omdat ze "nuttig" zijn voor de uitvoering. Hij stelt zelfs dat de "uitvoerder" zich feitelijk niet druk hoeft te maken over de juridische houdbaarheid van de bepaling.
* Hinderwet: Er wordt verwezen naar de Wet van 2 juni 1875 (de Hinderwet). Artikel 7 bis is bedoeld voor inrichtingen die niet onder deze wet vallen, om zo toch grip te krijgen op geuroverlast binnen de bebouwde kom.
--- In de jaren '30 was de industrialisatie van de voedselproductie, zoals kippenslachterijen, in volle gang. Dit leidde vaak tot conflicten met omwonenden door stankoverlast. De landelijke Warenwet van 1919 en het Algemeen-Besluit Waren van 1925 boden een basis voor hygiëne, maar boden gemeenten soms onvoldoende handvaten om specifieke lokale overlast aan te pakken.
Dit document illustreert hoe lokale Keuringsdiensten in die tijd worstelden met de interpretatie van hun bevoegdheden. De directeur, waarschijnlijk M.J. de Boer, was een autoriteit op het gebied van warenwetgeving in de regio Nijmegen. De brief toont aan dat in de praktijk van de openbare gezondheidszorg de effectiviteit van een maatregel soms prevaleerde boven een strikt juridische toetsing aan de landelijke kaders.