← Terug
Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 189
Dossier 92
Jaar 1939

Concept-rapport/advies van een subcommissie.

Opgesteld na 25 november 1936 (de datum waarop de subcommissie werd ingesteld).

Samenvatting

Dit document vormt de eerste pagina van een ambtelijk advies over de regulering van pluimveeslachterijen. De kern van het advies is drieledig: 1. **Inperking van de scope:** De commissie adviseert om de nieuwe regels enkel te laten gelden voor pluimvee en konijnen, en expliciet niet voor wild, omdat de overlast en de consumptieomvang van wild te gering zijn. 2. **Wettelijke grondslag:** Er wordt gezocht naar een juridische basis binnen de bestaande nationale wetgeving (Hinderwet, Warenwet en Gemeentewet) om lokaal te kunnen ingrijpen. 3. **Juridische complicatie:** De tekst signaleert een probleem met de Hinderwet. Op dat moment (1936) was het juridisch onduidelijk of een pluimveeslachterij wel als een 'slachterij' in de zin van de wet kon worden beschouwd. De commissie concludeert dat dit waarschijnlijk niet zo is, aangezien er op dat moment een wetswijziging in voorbereiding was om dit hiaat te dichten.

Historische Context

In de jaren '30 leidde de groei van de steden en de professionalisering van de voedselketen tot de noodzaak voor striktere hygiëne- en overlastregels. Pluimveeslachterijen in stedelijke gebieden (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de referentie naar het 'Marktwezen' en Mr. A. van Praag) zorgden voor stank en geluidsoverlast. Dit document illustreert de overgangsfase waarin lokale overheden probeerden grip te krijgen op industriële voedselverwerking, terwijl de nationale wetgeving daar nog niet volledig op was aangepast. De genoemde Mr. A. van Praag was een prominent ambtenaar bij de gemeente Amsterdam, wat suggereert dat dit document afkomstig is uit het Amsterdams Gemeentearchief en betrekking heeft op de hoofdstedelijke markten.

Genoemde Personen

A. van Praag

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen

Transcriptie

**CONCEPT** **Aan de Commissie voor het bestudeeren van maatregelen ter beteugeling van den hinder van pluimvee-slachterijen.** _________________________________________________________________ De ter vergadering van 25 November 1936 ingestelde sub-commissie, aan wier werkzaamheden is deelgenomen door den secretaris van het Marktwezen Mr.A.van Praag, heeft zich beraden, welke regeling voor het slachten en keuren van en den handel in wild en gevogelte hier ter stede, bij den huidigen stand der Wetgeving, kan worden ontworpen. Naar het oordeel van de sub-commissie is het gewenscht om de voorgestelde bepalingen te beperken tot pluimvee en konijnen. Het wild-verbruik hier ter stede heeft niet zoodanigen omvang, dat bijzondere maatregelen daarvoor worden vereischt; ook het slachten pleegt niet den hinder te veroorzaken, die van pluimvee-slachterijen wordt ondervonden. De wenschelijkheid om wèl konijnen bij de regeling te betrekken berust vooral op het grootere verbruik, dat een intensievere keuring wettigt. Voor de onderhavige regeling komen drie wetten als uitgangspunt in aanmerking: I) art.4 sub 3e der Hinderwet; II) art.15 lid 3 der Warenwet 1919 (S.581); III) art.168 der Gemeentewet. **Ad I.** Krachtens artikel 4 sub 3e der Hinderwet kan de Gemeenteraad bij plaatselijke verordening verbieden o.a. om een slachterij op te richten, te hebben of te gebruiken indien in de gemeente een inrichting aanwezig is, waarin belanghebbenden onder bij verordening vast te stellen voorwaarden het bedrijf kunnen uitoefenen. De eenige vraag, die hier rijst is, of een pluimveeslachterij een slachterij is in den zin van deze wetsbepaling. Gezien het feit, dat een Wetsontwerp aanhangig is, waarbij de pluimvee-slachterijen uitdrukkelijk onder dit voorschrift worden gebracht, moet deze vraag waarschijnlijk voor de wet in haar huidigen vorm ontkennend worden beantwoord. Aangezien de Regeering even-