Getypte brief met handgeschreven aantekening.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven aantekening. 18 juni 1937 (verzonden op 19 juni 1937). De Directeur (naam niet gespecificeerd, mogelijk van een gemeentelijke dienst). den Heer Dr. J.G.A. Reeser, Veemarkt en Abattoir, Alhier (waarschijnlijk Den Haag of een andere grote Nederlandse stad met een gecombineerde veemarkt en abattoir). vP/HG. [handgeschreven:] Verzonden 19/6
1/26/2 M.
1
18 Juni 1937.
den Heer Dr.J.G.A.Reeser,
Veemarkt en Abattoir,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een door de
heeren Gaaikema en Mr.Van Praag opgestelden concept-
brief te doen toekomen, zooals die door onze sub-
commissie kan worden gezonden aan de Commissie voor
het bestudeeren van maatregelen ter beteugeling van
den hinder van pluimvee-slachterijen.
Het zal mij aangenaam zijn van U te mogen
vernemen, of dit concept U nog aanleiding tot opmer-
kingen geeft. Indien ik op 25 Juni a.s. niets van U
heb vernomen, neem ik aan, dat U zich ermede kunt
vereenigen; ik zal het dan namens de sub-commissie
aan den Voorzitter van bovengenoemde commissie zenden.
De Directeur, * **Onderwerp:** Het document betreft het verzenden van een conceptbrief voor goedkeuring. De brief handelt over maatregelen tegen overlast ("hinder") veroorzaakt door pluimveeslachterijen.
- Kernboodschap: De afzender vraagt Dr. Reeser om commentaar op een concepttekst die is opgesteld door de heren Gaaikema en Van Praag. Er wordt een deadline gesteld: als er voor 25 juni geen reactie is, wordt uitgegaan van akkoord en wordt de brief naar de hoofdcommissie gestuurd.
- Toon: Zeer formeel en zakelijk ("heb ik de eer U", "zooals die door onze sub-commissie kan worden gezonden").
- Taalgebruik: Typisch voorvóóroorlogs ambtelijk Nederlands met verbuigingen zoals "opgestelden", "dezes" en "den hinder". Deze correspondentie uit 1937 geeft inzicht in de administratieve procedures rondom volksgezondheid en milieuhinder in de jaren dertig. De "Commissie voor het bestudeeren van maatregelen ter beteugeling van den hinder van pluimvee-slachterijen" wijst op een actieve bemoeienis van de overheid met de regulering van de voedselindustrie in de stad.
Dr. J.G.A. Reeser was een bekende figuur in de veterinaire wereld van die tijd; hij was directeur van de Veemarkt en het Abattoir in Den Haag. De aanwezigheid van namen als Gaaikema en Mr. Van Praag duidt op een samenwerking tussen technische/medische experts en juridisch onderlegde ambtenaren (gezien de titel 'Mr.'). De brief illustreert hoe besluitvorming in subcommissies werd voorbereid voordat het naar een hogere instantie ging.