Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 195
Dossier 17
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt concept-rapport/advies.

Origineel

Getypt concept-rapport/advies. CONCEPT

Aan de Commissie voor het bestudeeren van maatregelen ter beteugeling van den hinder van pluimvee-slachterijen.
___________

De ter vergadering van 25 November 1936 ingestelde sub-commissie, aan wier werkzaamheden is deelgenomen door den secretaris van het Marktwezen Mr.A.van Praag, heeft zich beraden, welke regeling voor het slachten en keuren van en den handel in wild en gevogelte hier ter stede, bij den huidigen stand der Wetgeving, kan worden ontworpen.

Naar het oordeel van de sub-commissie is het gewenscht om de voorgestelde bepalingen te beperken tot pluimvee en konijnen. Het wild-verbruik hier ter stede heeft niet zoodanigen omvang, dat bijzondere maatregelen daarvoor worden vereischt; ook het slachten pleegt niet den hinder te veroorzaken, die van pluimvee-slachterijen wordt ondervonden. De wenschelijkheid om wèl konijnen bij de regeling te betrekken berust vooral op het grootere verbruik, dat een intensievere keuring wettigt.

Voor de onderhavige regeling komen drie wetten als uitgangspunt in aanmerking:
I) art.4 sub 3e der Hinderwet;
II) art.15 lid 3 der Warenwet 1919 (S.581);
III) art.168 der Gemeentewet.

Ad I. Krachtens artikel 4 sub 3e der Hinderwet kan de Gemeenteraad bij plaatselijke verordening verbieden o.a. om een slachterij op te richten, te hebben of te gebruiken indien in de gemeente een inrichting aanwezig is, waarin belanghebbenden onder bij verordening vast te stellen voorwaarden het bedrijf kunnen uitoefenen.

De eenige vraag, die hier rijst is, of een pluimvee-slachterij een slachterij is in den zin van deze wetsbepaling. Gezien het feit, dat een Wetsontwerp aanhangig is, waarbij de pluimvee-slachterijen uitdrukkelijk onder dit voorschrift worden gebracht, moet deze vraag waarschijnlijk voor de wet in haar huidigen vorm ontkennend worden beantwoord. Aangezien de Regeering even- * Doel van het stuk: Het document dient als voorbereiding voor lokale regelgeving (verordeningen) om de overlast van pluimveeslachterijen in de stad te beperken.
* Afbakening: De subcommissie adviseert specifiek om 'wild' (zoals hert of zwijn) buiten de regeling te laten vanwege het geringe volume en de beperkte hinder, maar adviseert om konijnen expliciet wèl op te nemen vanwege de volksgezondheid (keuring).
* Juridische problematiek: De kern van de tekst is een juridische analyse van de Hinderwet. De auteur merkt op dat pluimveeslachterijen op dat moment (1936) strikt juridisch wellicht niet onder de definitie van een 'slachterij' vallen. Er wordt echter verwezen naar een nieuw wetsontwerp dat dit hiaat moet dichten.
* Toon: Formeel-ambtelijk en adviserend. Dit document stamt uit het interbellum, een periode waarin de verstedelijking en de professionalisering van de voedselketen in Nederland zorgden voor nieuwe uitdagingen op het gebied van volksgezondheid en ruimtelijke ordening. In de jaren '30 werden de regels voor hygiëne (Warenwet) en milieu (Hinderwet) steeds verder aangescherpt.

De vermelding van de "Secretaris van het Marktwezen" suggereert dat dit document afkomstig is uit de archieven van een grote gemeente (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de betrokkenheid van Mr. A. van Praag bij het Amsterdamse Marktwezen in die tijd). Het illustreert de verschuiving van kleinschalige, ongereguleerde thuisslacht naar gecentraliseerde, gecontroleerde slachtlocaties om overlast in woonwijken te voorkomen.

Samenvatting

  • Doel van het stuk: Het document dient als voorbereiding voor lokale regelgeving (verordeningen) om de overlast van pluimveeslachterijen in de stad te beperken.
  • Afbakening: De subcommissie adviseert specifiek om 'wild' (zoals hert of zwijn) buiten de regeling te laten vanwege het geringe volume en de beperkte hinder, maar adviseert om konijnen expliciet wèl op te nemen vanwege de volksgezondheid (keuring).
  • Juridische problematiek: De kern van de tekst is een juridische analyse van de Hinderwet. De auteur merkt op dat pluimveeslachterijen op dat moment (1936) strikt juridisch wellicht niet onder de definitie van een 'slachterij' vallen. Er wordt echter verwezen naar een nieuw wetsontwerp dat dit hiaat moet dichten.
  • Toon: Formeel-ambtelijk en adviserend.

Historische Context

Dit document stamt uit het interbellum, een periode waarin de verstedelijking en de professionalisering van de voedselketen in Nederland zorgden voor nieuwe uitdagingen op het gebied van volksgezondheid en ruimtelijke ordening. In de jaren '30 werden de regels voor hygiëne (Warenwet) en milieu (Hinderwet) steeds verder aangescherpt.

De vermelding van de "Secretaris van het Marktwezen" suggereert dat dit document afkomstig is uit de archieven van een grote gemeente (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de betrokkenheid van Mr. A. van Praag bij het Amsterdamse Marktwezen in die tijd). Het illustreert de verschuiving van kleinschalige, ongereguleerde thuisslacht naar gecentraliseerde, gecontroleerde slachtlocaties om overlast in woonwijken te voorkomen.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →