Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 196
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte rapportage of ambtelijk advies (pagina 2 van een groter geheel).

Origineel

Getypte rapportage of ambtelijk advies (pagina 2 van een groter geheel). --2--

wel, blijkens het voorbereiden van een Wetsontwerp ten deze, het
belang erkent, dat pluimvee-slachterijen onder het onderhavige
voorschrift vallen, lijkt het wel verantwoord om reeds thans te
dien aanzien een plaatselijke verordening te ontwerpen. De kans,
dat de Kroon een dergelijke verordening krachtens artikel 185 der
Gemeentewet zal vernietigen, wordt op grond van het bovenstaande
gering geacht.

Hierbij is uitgegaan van de gedachte, dat het slachten
van pluimvee e.d. centraal zou moeten geschieden; een maatregel,
die in de eerste plaats nodig is, om den ten deze bestaanden hin-
der doeltreffend te bestrijden.

Aan centralisatie der slachting is bovendien het voor-
deel verbonden, dat de eventueel in te voeren verplichte keuring
van pluimvee en konijnen erdoor wordt vergemakkelijkt.

Ad II. Deze verplichte keuring zou moeten voorafgaan
aan het in den handel brengen van de waar. Krachtens de Verordening
ex artikel 6 der Warenwet zijn pluimvee en konijnen, evenals andere
waren, aan keuring onderworpen; het is, om hygiënische redenen,
gewenscht, om ten deze verdere eischen te stellen. Hiertoe opent
artikel 15 lid 3 der Warenwet de mogelijkheid, door de Kroon de
bevoegdheid te verleenen, om aan gemeenteraden toe te staan, eischen
te stellen, waaraan een bepaalde waar moet voldoen. Een eisch,
die in het onderhavige geval dient te worden gesteld is, dat de
waar voorzien moet zijn van een merk, waaruit kan blijken, dat zij
gekeurd is. Naar het oordeel van de meerderheid der sub-commissie
omvat deze eisch voldoende, om een nadere regeling als in artikel
15 lid 3 der Warenwet bedoeld, te rechtvaardigen. Uiteraard zal
het nodig zijn, wanneer de Gemeente zich tot de Kroon wendt met
een verzoek om toestemming zooals in laatstgenoemd artikel voorge-
schreven, dat de redenen worden uiteengezet, waarom de Gemeente
Amsterdam den bijzonderen eisch van een keuringsmerk wenscht te
stellen. Hiertoe zou kunnen worden aangevoerd, dat de Gemeente
Amsterdam de keuring van pluimvee wenscht te centraliseeren, ten-
einde deze te verbeteren; de centralisatie wordt in de hand gewerkt * Inhoudelijke kern: Het document bepleit de centralisatie van pluimveeslacht in Amsterdam. Dit heeft een tweeledig doel: het beperken van hinder (zoals stank of overlast van verspreide kleine slachterijen) en het faciliteren van een efficiëntere, verplichte hygiënische keuring.
* Juridisch kader: De tekst refereert aan artikel 185 van de Gemeentewet en de artikelen 6 en 15 (lid 3) van de Warenwet. Er wordt gezocht naar een weg om via een lokale verordening een specifiek 'keuringsmerk' te verplichten, wat extra bevoegdheden van de Kroon vereist.
* Taalgebruik: Het document hanteert een formele, ambtelijke stijl met sporen van de oudere spelling (bijv. gewenscht, eischen, zooals, centraliseeren), hoewel woorden als nodig al in de modernere vorm verschijnen. Dit duidt op een tekst uit de periode 1930-1950.
* Besluitvorming: Er is sprake van een "sub-commissie" die adviseert over de haalbaarheid van de plannen en de kans op vernietiging door de centrale overheid (de Kroon) inschat als gering. Dit document past in de bredere historische ontwikkeling van de publieke volksgezondheid en voedselveiligheid in stedelijke gebieden. In de eerste helft van de 20e eeuw professionaliseerde het toezicht op de voedselketen aanzienlijk. Amsterdam, als grote gemeente, liep vaak voorop in het stellen van strengere hygiënische eisen voor de handel in levensmiddelen. De verschuiving van kleinschalige, vaak onhygiënische thuisslacht naar gecentraliseerde en gecontroleerde slachthuizen was een cruciaal onderdeel van dit proces. De noodzaak om voor dergelijke lokale regels toestemming te vragen aan de Kroon illustreert de toenmalige spanning tussen gemeentelijke autonomie en nationale wetgeving (de Warenwet).

Samenvatting

  • Inhoudelijke kern: Het document bepleit de centralisatie van pluimveeslacht in Amsterdam. Dit heeft een tweeledig doel: het beperken van hinder (zoals stank of overlast van verspreide kleine slachterijen) en het faciliteren van een efficiëntere, verplichte hygiënische keuring.
  • Juridisch kader: De tekst refereert aan artikel 185 van de Gemeentewet en de artikelen 6 en 15 (lid 3) van de Warenwet. Er wordt gezocht naar een weg om via een lokale verordening een specifiek 'keuringsmerk' te verplichten, wat extra bevoegdheden van de Kroon vereist.
  • Taalgebruik: Het document hanteert een formele, ambtelijke stijl met sporen van de oudere spelling (bijv. gewenscht, eischen, zooals, centraliseeren), hoewel woorden als nodig al in de modernere vorm verschijnen. Dit duidt op een tekst uit de periode 1930-1950.
  • Besluitvorming: Er is sprake van een "sub-commissie" die adviseert over de haalbaarheid van de plannen en de kans op vernietiging door de centrale overheid (de Kroon) inschat als gering.

Historische Context

Dit document past in de bredere historische ontwikkeling van de publieke volksgezondheid en voedselveiligheid in stedelijke gebieden. In de eerste helft van de 20e eeuw professionaliseerde het toezicht op de voedselketen aanzienlijk. Amsterdam, als grote gemeente, liep vaak voorop in het stellen van strengere hygiënische eisen voor de handel in levensmiddelen. De verschuiving van kleinschalige, vaak onhygiënische thuisslacht naar gecentraliseerde en gecontroleerde slachthuizen was een cruciaal onderdeel van dit proces. De noodzaak om voor dergelijke lokale regels toestemming te vragen aan de Kroon illustreert de toenmalige spanning tussen gemeentelijke autonomie en nationale wetgeving (de Warenwet).

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →