Getypte ambtelijke nota of rapportage, pagina 2 van een omvangrijker stuk.
Origineel
Getypte ambtelijke nota of rapportage, pagina 2 van een omvangrijker stuk. -2-
wel, blijkens het voorbereiden van een Wetsontwerp ten deze, het belang erkent, dat pluimvee-slachterijen onder het onderhavige voorschrift vallen, lijkt het wel verantwoord om reeds thans te dien aanzien een plaatselijke verordening te ontwerpen. De kans, dat de Kroon een dergelijke verordening krachtens artikel 185 der Gemeentewet zal vernietigen, wordt op grond van het bovenstaande gering geacht. T
[Handgeschreven tekst in linker marge:]
T Uiteraard blijft de mogelijkheid bestaan, dat de Rechter, de verordening toetsende, haar niet verbindend zou verklaren. Wenscht men dit gevaar te ontgaan, dan zou kunnen worden overwogen om de verordening tot centralisatie der slachting te baseeren op art. 168 der Gemeentewet (openbare orde). Deze weg is ook gekozen voor niet-bedrijfsslachtingen van vee.
Zoals uit het bovenstaande blijkt, is uitgegaan
[Vervolg getypte tekst:]
~~Hierbij is uitgegaan~~ van de gedachte, dat het slachten van pluimvee e.d. centraal zou moeten geschieden; een maatregel, die in de eerste plaats noodig is, om den ten deze bestaanden hinder doeltreffend te bestrijden.
Aan centralisatie der slachting is bovendien het voordeel verbonden, dat de eventueel in te voeren verplichte keuring van pluimvee en konijnen erdoor wordt vergemakkelijkt.
Ad II. Deze verplichte keuring zou moeten voorafgaan aan het in den handel brengen van de waar. Krachtens de Verordening ex artikel 6 der Warenwet zijn pluimvee [ingevoegd: geslacht] en konijnen [ingevoegd: geslacht], evenals andere waren, aan keuring onderworpen; het is, om hygiënische redenen, gewenscht, om ten deze verdere eischen te stellen. Hiertoe opent artikel 15 lid 3 der Warenwet de mogelijkheid, door de Kroon de bevoegdheid te verleenen, om aan gemeenteraden toe te staan, eischen te stellen, waaraan een bepaalde waar moet voldoen. Een eisch, die in het onderhavige geval dient te worden gesteld is, dat de waar voorzien moet zijn van een merk, waaruit kan blijken, dat zij gekeurd is. Naar het oordeel van de meerderheid der sub-commissie omvat deze eisch voldoende, om een nadere regeling als in artikel 15 lid 3 der Warenwet bedoeld, te rechtvaardigen. Uiteraard zal het noodig zijn, wanneer de Gemeente zich tot de Kroon wendt met een verzoek om toestemming zooals in laatstgenoemd artikel voorgeschreven, dat de redenen worden uiteengezet, waarom de Gemeente Amsterdam den bijzonderen eisch van een keuringsmerk wenscht te stellen. Hiertoe zou kunnen worden aangevoerd, dat de Gemeente Amsterdam de keuring van ~~pluimvee~~ [ingevoegd: geslacht pluimvee en geslachte konijnen] wenscht te centraliseeren, teneinde deze te verbeteren; de centralisatie wordt in de hand gewerkt * Juridische argumentatie: De tekst weegt de haalbaarheid af van een lokale verordening voor pluimveeslachterijen. Er wordt verwezen naar Artikel 185 van de Gemeentewet (bevoegdheid verordeningen) en de Warenwet (Art. 6 en Art. 15 lid 3) voor de keuringseisen.
* Centralisatie en Hygiëne: Het hoofddoel is centralisatie van de slacht. Dit dient twee doelen: het bestrijden van hinder (overlast) en het efficiënter maken van de verplichte hygiënische keuring.
* Keuringsmerk: De subcommissie adviseert om een fysiek keuringsmerk verplicht te stellen op de producten voordat deze verhandeld worden.
* Bestuurlijke correctie: De handgeschreven kanttekening toont een kritische juridische blik; de auteur waarschuwt voor nietigverklaring door een rechter en stelt voor de verordening te funderen op Artikel 168 (openbare orde) in plaats van enkel de algemene verordenende bevoegdheid. Dit document past in de historische ontwikkeling van de Nederlandse voedselveiligheid en volksgezondheid, specifiek in de gemeente Amsterdam. In de betreffende periode vond een transitie plaats waarbij ook de slacht van kleinvee (pluimvee en konijnen) onder strikter overheidstoezicht kwam te staan, vergelijkbaar met de regels die al langer golden voor groter vee. Het document illustreert de complexe verhouding tussen gemeentelijke autonomie, nationaal toezicht (de Kroon) en de rechterlijke macht in het midden van de 20e eeuw. Gemeente Amsterdam