Adviesnota of rapport van een subcommissie aan een commissie/gemeentebestuur.
Origineel
Adviesnota of rapport van een subcommissie aan een commissie/gemeentebestuur. -3-
doordien tevens de pluimveeslachterij ingevolge artikel 4 sub 3e
der Hinderwet zal worden gecentraliseerd (zie boven).
Ad III. Indien het vorenstaande door het Gemeentebe-
stuur en door de Kroon aanvaardbaar wordt geacht, zal het noodig
zijn, in aansluiting daarop, nadere voorschriften te stellen,
betreffende den invoer [handgeschreven invoeging:] het vervoer / en het voorhanden [handgeschreven in de kantlijn:] hebben / van ongeslacht [handgeschreven invoeging:] en/of geslacht pluimvee [handgeschreven invoeging:] en konijnen
in een verordening ex artikel 168 der Gemeentewet. Hiertoe kan
wellicht de Algemeene Politie Verordening worden aangevuld.
[Handgeschreven toevoeging in de linker kantlijn:]
T teneinde v.h.
vereischte keuringsmerk
te worden voorzien.
Het staat naar de meening van de sub-commissie geens-
zins vast, dat een geheel van regelen zooals hierboven in het kort
werd aangeduid, rechtsgeldigheid kan verkrijgen. Met name is niet
bekend, of de Kroon aan den Gemeenteraad toestemming zal ver-
leenen zooals ad II werd besproken; in dit verband wordt herinnerd
aan het ontwerp Wijziging Vleeschkeuringswet, dat eventueel deze
geheele materie aan de Warenwet zal onttrekken.
Teneinde veel, misschien overbodigen arbeid te voor-
komen, geeft de sub-commissie in overweging, dat de Commissie aan
het Gemeentebestuur zal adviseeren om zich met een gemotiveerd
verzoek tot de Kroon te wenden, teneinde te vernemen of deze
bereid zal zijn om een toestemming als bovenbedoeld ex artikel 15
lid 3 der Warenwet 1919 (S. 581) aan den Gemeenteraad van Amsterdam
te verleenen. Hierbij wordt uitgegaan van de vooronderstelling,
dat de Gemeenteraad zich met het principe van centrale slachterij
en centrale keuring kan vereenigen. Indien ook de Kroon te kennen
zou geven, dat bij Haar speciaal tegen den naderen eisch van het
keuringsmerk geen bezwaar zou bestaan, ware der Commissie op te
dragen haar voorstellen nader uit te werken.
[Onderaan staan diverse handgeschreven parafen en onleesbare aantekeningen, vermoedelijk van goedkeuring, waaronder:]
algem. verord. van alle waren ... speciaal ... * Kern van de tekst: De subcommissie adviseert het Gemeentebestuur van Amsterdam om eerst bij de landelijke overheid ("de Kroon") te polsen of er toestemming komt voor nieuwe regels rondom gecentraliseerde pluimveeslachting en -keuring. Men wil voorkomen dat er veel werk wordt gestoken in lokale verordeningen (zoals de APV) die later juridisch onhoudbaar blijken.
* Handgeschreven wijzigingen: De handgeschreven toevoegingen zijn essentieel: ze breiden het bereik van de regels uit van enkel "ongeslacht pluimvee" naar ook "geslacht pluimvee" en voegen expliciet "konijnen" toe. Ook wordt het "vervoer" en het "voorhanden hebben" toegevoegd als acties waarvoor regels moeten gelden.
* Juridische complexiteit: De tekst toont een juridisch spanningsveld tussen verschillende wetten (Hinderwet, Gemeentewet, Warenwet en de toenmalige Vleeschkeuringswet). Men is onzeker over de "rechtsgeldigheid" van de plannen, wat wijst op een periode waarin voedselveiligheidswetgeving nog volop in ontwikkeling was.
* Keuringsmerk: De toevoeging in de kantlijn verduidelijkt dat het doel van deze regels is dat al het pluimvee en konijnen voorzien moeten worden van een officieel keuringsmerk. Dit document past in de vroege 20e-eeuwse beweging naar scherpere controle op de volksgezondheid. Voorheen werd pluimvee vaak ongecontroleerd en kleinschalig geslacht. Gemeenten als Amsterdam probeerden dit te reguleren door keuringen te verplichten en slachtactiviteiten te centraliseren (vergelijkbaar met het Openbaar Slachthuis voor groter vee).
De verwijzing naar de Warenwet van 1919 is cruciaal; dit was de eerste nationale wet die de kwaliteit van levensmiddelen breed reguleerde. Amsterdam probeert hier binnen de kaders van die wet (artikel 15 lid 3) ruimte te vinden voor eigen strenge gemeentelijke regels. De onzekerheid over de Vleeschkeuringswet suggereert dat er op dat moment landelijke discussie was over of pluimvee onder de algemene Warenwet of onder de specifiekere Vleeskeuringswet (die zich primair op runderen/varkens richtte) moest vallen.