Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 236
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke nota of voorstel (waarschijnlijk een doorslag of kopie).

Origineel

Getypte ambtelijke nota of voorstel (waarschijnlijk een doorslag of kopie). -5-

Ondergeteekende geeft in overweging, alvorens de bovenstaande voorstellen nader uit te werken, dat het Gemeentebestuur zich tot de Kroon wendt, teneinde te vernemen of deze in principe bereid zal zyn om haar toestemming als hierboven bedoeld tot een regeling ex artikel 15 lid 3 der Warenwet 1919 (S. 581) aan den Gemeenteraad te verleenen. Wanneer deze vraag door de Kroon bevestigend wordt beantwoord ware alsnog na te gaan, welke de financieele en economische gevolgen van een geheel van regelen, zooals hier voorgesteld, zouden zyn. Hieromtrent kan reeds thans worden meegedeeld, dat een centralisatie der slachteryen ex de Hinderwet, naar het oordeel van alle geraadpleegde instanties niet practisch uitvoerbaar zal zyn, wanneer niet tevens de vorenbedoelde keuringsvoorschriften ex de Warenwet kunnen worden gesteld. Daaronder zou namelyk hier ter stede nagenoeg niet van een centrale slachtplaats gebruik worden gemaakt, doch zouden de belanghebbenden van slachteryen in de aangrenzende Gemeenten hun waren betrekken en deze dan geslacht te Amsterdam invoeren. Moet echter ook hetgeen geslacht wordt ingevoerd op de Amsterdamsche slachtplaats worden gekeurd, dan vervalt de mogelykheid om deze slachtplaats voorby te gaan en zal zy zeer waarschynlyk aan haar bestemming beantwoorden. Dit document is een ambtelijk advies betreffende de regulering van de vleessector in Amsterdam. De kern van het betoog is een strategisch-juridisch probleem: de gemeente wil slachtactiviteiten centraliseren in één centrale slachtplaats.

Er worden twee wetten aangehaald:
1. De Hinderwet: Wordt gebruikt om verspreide slachterijen te sluiten of te centraliseren om overlast te beperken.
2. De Warenwet 1919 (Art. 15 lid 3): De schrijver stelt dat centralisatie via de Hinderwet alleen kans van slagen heeft als er ook strikte keuringsregels via de Warenwet worden ingevoerd.

Het argument is economisch van aard: als de gemeente alleen de lokale slacht reguleert, zullen slagers simpelweg hun vee in naburige gemeenten laten slachten en het vlees daarna Amsterdam binnenbrengen ("invoeren"). Om dit te voorkomen, moet de gemeente van de Kroon (de landelijke overheid) toestemming krijgen om ook voor dat ingevoerde vlees een verplichte keuring op de Amsterdamse slachtplaats af te dwingen. Alleen dan wordt het omzeilen van de centrale slachtplaats onmogelijk gemaakt. In de vroege 20e eeuw vond in grote Nederlandse steden een professionalisering plaats van het toezicht op de volksgezondheid en voedselveiligheid. Amsterdam kampte met de vervuiling en onhygiënische omstandigheden van vele kleine, private slachthuizen verspreid over de stad.

De oprichting van het Openbaar Slachthuis aan de Cruquiusweg (geopend in 1887, maar continu onderwerp van regelgeving) was bedoeld om de controle op vlees te centraliseren. Echter, zoals dit document illustreert, leidde dit tot weerstand van handelaren die de kosten en regels van het centrale slachthuis wilden ontwijken door uit te wijken naar randgemeenten (zoals de toenmalige gemeenten Sloten of Watergraafsmeer). Dit document toont de juridische strijd aan om een waterdicht systeem te creëren waarbij geen vlees de stad in kwam zonder gemeentelijke controle, een proces dat uiteindelijk leidde tot de landelijke Vleeskeuringswet. Gemeente Amsterdam

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies betreffende de regulering van de vleessector in Amsterdam. De kern van het betoog is een strategisch-juridisch probleem: de gemeente wil slachtactiviteiten centraliseren in één centrale slachtplaats.

Er worden twee wetten aangehaald:
1. De Hinderwet: Wordt gebruikt om verspreide slachterijen te sluiten of te centraliseren om overlast te beperken.
2. De Warenwet 1919 (Art. 15 lid 3): De schrijver stelt dat centralisatie via de Hinderwet alleen kans van slagen heeft als er ook strikte keuringsregels via de Warenwet worden ingevoerd.

Het argument is economisch van aard: als de gemeente alleen de lokale slacht reguleert, zullen slagers simpelweg hun vee in naburige gemeenten laten slachten en het vlees daarna Amsterdam binnenbrengen ("invoeren"). Om dit te voorkomen, moet de gemeente van de Kroon (de landelijke overheid) toestemming krijgen om ook voor dat ingevoerde vlees een verplichte keuring op de Amsterdamse slachtplaats af te dwingen. Alleen dan wordt het omzeilen van de centrale slachtplaats onmogelijk gemaakt.

Historische Context

In de vroege 20e eeuw vond in grote Nederlandse steden een professionalisering plaats van het toezicht op de volksgezondheid en voedselveiligheid. Amsterdam kampte met de vervuiling en onhygiënische omstandigheden van vele kleine, private slachthuizen verspreid over de stad.

De oprichting van het Openbaar Slachthuis aan de Cruquiusweg (geopend in 1887, maar continu onderwerp van regelgeving) was bedoeld om de controle op vlees te centraliseren. Echter, zoals dit document illustreert, leidde dit tot weerstand van handelaren die de kosten en regels van het centrale slachthuis wilden ontwijken door uit te wijken naar randgemeenten (zoals de toenmalige gemeenten Sloten of Watergraafsmeer). Dit document toont de juridische strijd aan om een waterdicht systeem te creëren waarbij geen vlees de stad in kwam zonder gemeentelijke controle, een proces dat uiteindelijk leidde tot de landelijke Vleeskeuringswet.

Locaties

Abattoir / Slachthuis

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →