Getypte ambtelijke nota of brief (pagina 6 van een groter geheel).
Origineel
Getypte ambtelijke nota of brief (pagina 6 van een groter geheel). -6-
slachteryen ex de Hinderwet, naar het oordeel van alle ge-
raadpleegde instanties niet aanbevelenswaardig zal zyn,
wanneer niet tevens de vorenbedoelde keuringsvoorschrif-
ten ex de Warenwet kunnen worden gesteld. Zonder die
voorschriften zou namelyk hier ter stede nagenoeg niet van
een centrale slachtplaats gebruik worden gemaakt, doch
zouden de belanghebbenden van slachteryen in de aangren-
zende Gemeenten hun waren betrekken en deze dan geslacht
te Amsterdam invoeren. Moet echter ook hetgeen geslacht
wordt ingevoerd op de Amsterdamsche slachtplaats worden
gekeurd, dan vervalt de mogelykheid om deze slachtplaats
voorby te gaan en zal zy zeer waarschynlyk aan haar be-
stemming beantwoorden.
De Directeur van de Veemarkt
en het Abattoir,
De Directeur van het Marktwezen,
De Directeur van den Keuringsdienst
van Waren,
De Hoofdcommissaris van Politie,
De Directeur van het Bouw- en
Woningtoezicht, De tekst behandelt een bestuursrechtelijk en economisch vraagstuk betreffende de centrale slachtplaats (het abattoir) van Amsterdam. De kern van het betoog is dat het verbieden of beperken van private slagerijen op basis van de Hinderwet (milieu/overlast) alleen effectief is als er tegelijkertijd strenge keuringseisen worden gesteld via de Warenwet (volksgezondheid).
De schrijvers waarschuwen voor een "waterbedeffect": als de regels alleen voor lokale slacht gelden, zullen handelaren uitwijken naar buurgemeenten om daar te slachten en het vlees vervolgens alsnog Amsterdam binnen te brengen. Door ook voor geïmporteerd vlees een verplichte keuring op het Amsterdamsche abattoir in te stellen, wordt het economisch onaantrekkelijk om de centrale faciliteit te omzeilen.
Opvallend is de brede ambtelijke consensus; de nota is ondertekend (of bedoeld voor ondertekening) door de hoofden van vijf verschillende diensten, wat duidt op een integraal beleidsadvies aan het gemeentebestuur. In de late 19e en vroege 20e eeuw streefden grote steden als Amsterdam naar de centralisatie van de slacht. Dit had twee hoofddoelen: het verbeteren van de hygiëne (toezicht op ziektes zoals tuberculose) en het efficiënt innen van accijnzen. Het Amsterdamse Gemeentelijke Abattoir aan de Cruquiusweg werd geopend in 1887.
Dit document illustreert de juridische strijd om dit monopolie te handhaven. De genoemde Warenwet (ingevoerd in 1919) gaf de gemeente de instrumenten om kwaliteitscontroles af te dwingen. De samenwerking met de Hoofdcommissaris van Politie en Bouw- en Woningtoezicht wijst erop dat men ook via handhaving en vergunningverlening de verspreide, vaak onhygiënische particuliere slachterijen in de woonwijken wilde uitfaseren ten gunste van de gecontroleerde omgeving van het centrale abattoir. Marktwezen Politie