Afschrift van een officiële brief/adviesnota.
Origineel
Afschrift van een officiële brief/adviesnota. 7 juni 1939. F. van Meurs, Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen. De Wethouder voor de Volkshuisvesting. GEMEENTE AMSTERDAM [handgeschreven:] Markth.
Nº 92/2/3 M. 1939 7/6 AFSCHRIFT.
AFD. L.M. AMSTERDAM, 7 Juni 1939.
No. 380 -1939-
BIJLAGEN
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD
NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING
VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
Gezien
[Paraaf]
In antwoord op het mij bij Uw kantschrijven van 5 Mei j.l.
om advies toegezonden rapport bericht ik U het volgende.
Ik acht de Centrale Markt geenszins de aangewezen plaats
voor het eventueel vestigen van een centrale slacht- en be-
waarplaats voor pluimvee en konijnen. Zou tot het stichten van
een dergelijke slachtplaats worden overgegaan, dan zou m.i.
daarvoor in de eerste plaats het Abattoir in aanmerking komen.
Het is mij echter niet wel mogelijk op grond van het overgelegde
rapport te beoordeelen of aan een centrale slachtplaats wer-
kelijk behoefte bestaat. Feitelijke gegevens, o.a. wat betreft
het aantal thans bestaande slachterijen en den omvang der con-
sumptie van pluimvee en konijnen hier ter stede ontbreken daar-
in ten eenenmale. Indien de feitelijke omstandigheden mochten
aantoonen, dat maatregelen tot centralisatie van bedoelde
slachtplaatsen met daaraan verbonden keuring van pluimvee en
konijnen noodzakelijk moeten worden geacht, kan ik mij vereeni-
gen met de door de Commissie op blz.5 van haar rapport gege-
ven suggestie om zich tot de Kroon te wenden, ten einde haar
standpunt betreffende een eventueele regeling ter zake ex
artikel 15 der Warenwet te vernemen.
VK
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen,
(get.) F. VAN MEURS
Aan den heer Wethouder voor
de Volkshuisvesting.
Model G.A. 6
25.000-1-'39
[handgeschreven rechtsonder:] Com. Pluimvee * Onderwerp: Deze ambtelijke correspondentie betreft een advies over de mogelijke oprichting van een gecentraliseerde slacht- en bewaarplaats voor pluimvee en konijnen in Amsterdam.
* Standpunt: Wethouder Van Meurs wijst de Centrale Markt resoluut af als locatie en suggereert het Abattoir als logischer alternatief.
* Kritiek: De wethouder plaatst kritische kanttekeningen bij de kwaliteit van het onderliggende rapport. Hij stelt dat cruciale statistische gegevens (zoals consumptiecijfers en een inventarisatie van huidige slachterijen) ontbreken, waardoor de noodzaak voor centralisatie niet bewezen is.
* Juridische weg: Indien centralisatie wenselijk blijkt voor de volksgezondheid (keuring), adviseert hij om via de 'Kroon' (de regering) te onderzoeken of dit via artikel 15 van de Warenwet geregeld kan worden.
* Taalgebruik: Typisch formeel-ambtelijk Nederlands uit het interbellum (bijv. "ten eenenmale", "kantschrijven", "hier ter stede"). * Historisch kader: Het document dateert van juni 1939, enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het toont de bemoeienis van het stadsbestuur met de modernisering en regulering van de voedselketen.
* Stedelijke infrastructuur: In deze periode waren de Centrale Markt (geopend in 1934) en het Gemeentelijk Abattoir (Cruquiusweg) de spil van de Amsterdamse voedselvoorziening. De discussie over centralisatie past in een bredere trend van schaalvergroting en hygiënetoezicht.
* Wethouder F. van Meurs: Frederik van Meurs was een SDAP-wethouder die zich onder andere bezighield met de distributie van levensmiddelen in een tijd dat sociale voorzieningen en volksgezondheid steeds belangrijker werden op de politieke agenda.