Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 26 maart 1940. Onbekend (ondertekend als "De Directeur"), vermoedelijk een gemeentelijke instantie te Amsterdam (referentie VP/HG.). Den Heer Directeur voor Maatschappelijken Steun, Reguliersdwarsstraat 65-71, Amsterdam-Centrum (Wijk 5). [Bovenaan gecentreerd:]
VP/HG.
[Linksboven, doorgestreept en gewijzigd:]
~~10/14/3 M.~~
2$^B$/19/2 M
[Rechtsboven:]
26 Maart 1940.
[Handgeschreven over en naast de datum:]
V. Frenz [?]
Inboeken dossier 2B.
Paraaf
26/3-'40.
[Adressering:]
den Heer Directeur voor
Maatschappelijken Steun,
Reguliersdwarsstraat 65-71,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 5.
[Hoofdtekst:]
Naar aanleiding van Uw op 14 Februari jl. aan den Heer
Wethouder voor de Levensmiddelen gerichten brief (Lett.I.M.
No.27422/70571) heb ik de eer U voor de goede orde te berich-
ten, dat de in dien brief genoemde venter M.Querido eerst op
22 Maart jl. een erkenning bij de Nederlandsche Groenten- en
Fruitcentrale heeft aangevraagd. Ten tijde, dat Uw bovenaan-
gehaalde brief werd geschreven, was een dergelijke aanvraag
door hem nog niet ingediend.
[Onderschrift:]
De Directeur, De brief is een feitelijke, administratieve mededeling tussen twee Amsterdamse instanties. De kern van de boodschap is een correctie op een eerdere veronderstelling: een zekere M. Querido, werkzaam als 'venter' (straatverkoper), had ten tijde van een eerdere brief (14 februari) nog geen officiële erkenning aangevraagd bij de centrale sectororganisatie. Dit deed hij pas op 22 maart 1940.
De toon is strikt zakelijk en ambtelijk ("heb ik de eer U voor de goede orde te berichten"). De brief illustreert de nauwgezette bureaucratische controle op kleine zelfstandigen en steuntrekkers in die periode. Het document dateert van vlak voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). In deze periode was de Nederlandse overheid al druk bezig met de organisatie van de voedselvoorziening en distributie via organen zoals de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale.
De bemoeienis van de 'Directeur voor Maatschappelijken Steun' (de toenmalige sociale dienst) suggereert dat de status van de heer Querido als venter relevant was voor zijn recht op financiële ondersteuning of zijn vergunning om handel te drijven. De naam 'Querido' is een bekende Sefardisch-Joodse naam in Amsterdam; veel Joodse Amsterdammers waren in die tijd werkzaam in de ambulante handel. Dit soort administratieve dossiers vormden later, tijdens de bezetting, vaak de basis voor de registratie en vervolging van de Joodse bevolking door de nazi's, hoewel deze brief op zichzelf een reguliere ambtelijke handeling uit de vooroorlogse periode betreft. I.M.