Handgeschreven ambtelijke notitie / memorie.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / memorie. 31 oktober 1939. Nº 213/157/1 No 25/10
Den heer Inspecteur v. h. Marktwezen
Alhier.
Th. v. Laar in groenten en fruit,
plaatshouder Lindengracht maakte geruimen
tijd, in verband met steun, geen gebruik
van zijn plaats.
Een bewijs ter verkrijging van een erkenning
wordt door het lagere personeel bij het Markt-
wezen niet verstrekt.
Amsterdam, 31 October 1939
[Handtekening] Dit document is een intern schrijven binnen de Amsterdamse gemeentelijke administratie, specifiek gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen. De brief handelt over de situatie van de heer Th. v. Laar, een koopman in groenten en fruit met een vaste staanplaats op de Lindengracht-markt.
De kern van de melding is dat Van Laar zijn standplaats geruime tijd niet heeft bezet omdat hij "steun" (een werkloosheidsuitkering) ontving. In de jaren '30 was het voor uitkeringsgerechtigden vaak verboden om handelsactiviteiten te ontplooien. Nu Van Laar waarschijnlijk zijn plek wil opeisen of zijn afwezigheid officieel wil verantwoorden om zijn vergunning niet te verliezen, is er behoefte aan een bewijsstuk of erkenning van deze situatie. De schrijver van de notitie stelt vast dat het lager geplaatste personeel van de marktdienst niet bevoegd is om een dergelijke officiële verklaring af te geven, waardoor de beslissing bij de Inspecteur wordt neergelegd. Het document dateert van oktober 1939. Nederland bevond zich op dat moment in de periode van de mobilisatie, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, maar vóór de Duitse inval in Nederland. Economisch gezien waren de naweeën van de Grote Depressie nog sterk voelbaar.
De "steun" was een sober stelsel van sociale zorg met een streng regime van controle en stempelen. Voor marktkooplieden was het behoud van hun 'plaatsrecht' op locaties zoals de Lindengracht (een van de belangrijkste markten in de Jordaan) cruciaal voor hun bestaanszekerheid op de lange termijn. Dit document biedt een inkijkje in de bureaucratische afhandeling van marktvergunningen en de strikte scheiding tussen beleidsvoerend personeel (de Inspecteur) en uitvoerend personeel in het vooroorlogse Amsterdam.
Samenvatting
Dit document is een intern schrijven binnen de Amsterdamse gemeentelijke administratie, specifiek gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen. De brief handelt over de situatie van de heer Th. v. Laar, een koopman in groenten en fruit met een vaste staanplaats op de Lindengracht-markt.
De kern van de melding is dat Van Laar zijn standplaats geruime tijd niet heeft bezet omdat hij "steun" (een werkloosheidsuitkering) ontving. In de jaren '30 was het voor uitkeringsgerechtigden vaak verboden om handelsactiviteiten te ontplooien. Nu Van Laar waarschijnlijk zijn plek wil opeisen of zijn afwezigheid officieel wil verantwoorden om zijn vergunning niet te verliezen, is er behoefte aan een bewijsstuk of erkenning van deze situatie. De schrijver van de notitie stelt vast dat het lager geplaatste personeel van de marktdienst niet bevoegd is om een dergelijke officiële verklaring af te geven, waardoor de beslissing bij de Inspecteur wordt neergelegd.
Historische Context
Het document dateert van oktober 1939. Nederland bevond zich op dat moment in de periode van de mobilisatie, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, maar vóór de Duitse inval in Nederland. Economisch gezien waren de naweeën van de Grote Depressie nog sterk voelbaar.
De "steun" was een sober stelsel van sociale zorg met een streng regime van controle en stempelen. Voor marktkooplieden was het behoud van hun 'plaatsrecht' op locaties zoals de Lindengracht (een van de belangrijkste markten in de Jordaan) cruciaal voor hun bestaanszekerheid op de lange termijn. Dit document biedt een inkijkje in de bureaucratische afhandeling van marktvergunningen en de strikte scheiding tussen beleidsvoerend personeel (de Inspecteur) en uitvoerend personeel in het vooroorlogse Amsterdam.