Extract uit het "Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam".
Origineel
Extract uit het "Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam". Vrijdag, 10 februari 1939. [Linksboven]
№ 194 L.M. 1939
No.165 Fin.1939.
№ 4 / 3 // M. 1939 [Paars stempel met handgeschreven 28/2]
[Rechtsboven]
Vaststelling van den staat, aangevende welke afdeeling of dienst verantwoordelijk is voor elk nummer der begrooting voor het dienstjaar 1939.
[Handgeschreven aantekeningen in de rechterbovenhoek, o.a.: "Merkken(?)" en "h.i. Th. Rijks(?)"]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Vrijdag, 10 Februari 1939.
De Wethouder voor de Financiën deelt aan de vergadering mede:
dat in het besluit van Burgemeester en Wethouders van 6 Januari 1905, No. 468, o.m. is bepaald, dat ten opzichte van elk nummer of, voor zooveel noodig, van elk artikel van een nummer, of onderdeel van dat artikel, voorkomende op de begrooting der gewone uitgaven, zal worden aangegeven, welke afdeeling of welke dienst verantwoordelijk is voor de overschrijding van het bedrag van den post, onder het nummer, artikel of onderdeel daarvan toegestaan,
dat, na genoemd besluit, n.l. bij de wet van 30 December 1909, Staatsblad No. 416, wijziging is gebracht in de bepalingen der Gemeentewet betreffende het geldelijk beheer, door opneming van art. 114 bis (thans 122), dat den Gemeenteraad de bevoegdheid geeft ter zake van met name aangewezen inkomsten en betalingen andere regelen te stellen dan in de artikelen 113 en 114 (thans 120 en 121) der Gemeentewet zijn opgenomen,
dat de Gemeenteraad, laatstelijk bij zijn besluit van 2 Maart 1932 van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt, o.a. door vaststelling van "Regelen krachtens art. 122 der Gemeentewet bij diverse takken van dienst", waarbij tevens is vastgesteld een staat, waarin zijn vermeld de uitgaven, waarvan de betaling in afwijking van art. 121 der Gemeentewet zal plaats hebben en waarin, voor elk der genoemde uitgaven, een beheerder in den zin van genoemde "Regelen" is aangewezen, (Gemeenteblad 1932, afd. 3, Volgnummer 19 en Gemeenteblad 1938, afd. 3, Volgnummer 97),
dat in genoemde "Regelen" voorschriften zijn opgenomen betreffende de aansprakelijkheid van beheerders van volgnummers der begrooting van uitgaven waarvan hun het beheer is opgedragen,
dat vorengenoemd besluit van Burgemeester en Wethouders van 6 Januari 1905 No. 468, voor zooveel betreft de volgnummers der begrooting van uitgaven waarvoor een beheerder is aangewezen, derhalve zijn kracht heeft verloren,
dat ten gevolge van nieuwe posten in de begrooting, de staat behoorende bij bovengenoemde "Regelen" niet volledig meer is,
dat derhalve thans enkel nog ten aanzien van de volgnummers der begrooting van uitgaven voor 1939 welke niet in den staat, behoorende bij bovengenoemde "Regelen" zijn opgenomen, bepaald behoort te worden, welke afdeeling of dienst verantwoordelijk is voor het bedrag van den post, onder het nummer, artikel of onderdeel daarvan toegestaan,
dat het tevens wenschelijk is geen onzekerheid te laten bestaan omtrent de verantwoordelijkheid voor ontvangst- en uitgaafposten, waarvan het gebruikelijk is ze buiten de begrooting te behandelen, de z.g. "buitenrekeningposten".
Op zijn voorstel wordt door de vergadering besloten tot vaststelling van den door hem overgelegden staat, aangevende voor zoover noodig, de afdeeling of den dienst, die verantwoordelijk wordt gesteld voor elk nummer en eventueel voor elk artikel of onderdeel daarvan, behoorende tot de begrooting der uitgaven voor het dienstjaar 1939 en van de ontvangsten en uitgaven der z.g. "buitenrekeningposten".
Afschrift van dit besluit, met bijbehoorenden staat, zal worden gegeven aan de afdeeling Financiën (10 stuks), en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris (5 stuks), den Gemeenteontvanger en het Pensioenbureau.
TG. Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
[Handtekening: VanKier(?)]
[Rechtsonder: 4] Dit document is een ambtelijk besluit van het Amsterdamse college van Burgemeester en Wethouders (B&W) uit 1939, waarin de financiële verantwoording per begrotingspost wordt geregeld.
Kernpunten:
1. Historische Context: Er wordt verwezen naar een ouder besluit uit 1905 dat de basis legde voor de individuele verantwoordelijkheid per begrotingspost.
2. Wetswijzigingen: Het document haalt de wijziging van de Gemeentewet uit 1909 aan (art. 122), die de Gemeenteraad meer vrijheid gaf om afwijkende regels te stellen voor financieel beheer.
3. Het Probleem: Door de invoering van nieuwe begrotingsposten was de bestaande lijst ("staat") uit 1932, die vastlegde wie waarvoor verantwoordelijk was, niet meer volledig.
4. Het Besluit: Er wordt een nieuwe "staat" vastgesteld voor het jaar 1939. Hierin wordt per nummer, artikel of onderdeel bepaald welke dienst of afdeling verantwoordelijk is voor eventuele overschrijdingen.
5. Buitenrekeningposten: Expliciet wordt ook de verantwoordelijkheid voor posten buiten de reguliere begroting om vastgelegd om onzekerheid te voorkomen. Dit document illustreert de toenemende bureaucratisering en professionalisering van de gemeentelijke financiën in de vroege 20e eeuw. Amsterdam groeide in die periode hard, wat leidde tot complexere begrotingen en de noodzaak voor strikte afbakening van verantwoordelijkheden.
De timing, februari 1939, plaatst dit document in de maanden voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog. Het toont het "business as usual" van de gemeentelijke administratie in een tijd van grote internationale spanning. Juridisch gezien toont het de wisselwerking tussen de nationale Gemeentewet en de lokale "Regelen" die de stad hanteerde om haar enorme apparaat beheersbaar te houden. De verspreiding van het besluit (onder andere aan het Pensioenbureau en de Gemeenteontvanger) onderstreept de brede impact van deze budgettaire toewijzingen binnen de gemeentelijke organisatie.