Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam. 31 maart 1939. No.393 Fin.1939. Begrooting 1940.
294 hm 1939. E x t r a c t [handtekening: U. Müller]
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
[Stempel: № 4 / 4 / 2 M. 339] Vrijdag, 31 Maart 1939. [handgeschreven '5' boven 'Vrijdag']
De Wethouder voor de Financiën zegt het gewenscht te achten, aan de hoofden
van diensten en bedrijven enkele mededeelingen te doen omtrent de ontwerp-begroo-
ting voor 1940 en stelt mitsdièn aan de Vergadering voor het volgende besluit te
nemen:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam;
Gehoord de mededeelingen van den Wethouder voor de Financiën,
B e s l u i t e n:
aan de hoofden van diensten en bedrijven mede te deelen:
1e. dat zij bij het samenstellen hunner begrootingen er rekening mede moeten hou-
den, dat de omstandigheden voor de Gemeente nog steeds buitengewoon ongunstig
zijn en dat het normale evenwicht tusschen inkomsten en uitgaven nog geenszins
is bereikt;
2e. dat zij zorgvuldig zullen moeten overwegen welke maatregelen met betrekking
tot de door hen beheerde diensten of bedrijven kunnen worden genomen om een
terugkeer tot een reëel sluitende begrooting mogelijk te maken en dat voorstel-
len dienaangaande worden ingewacht;
3e. dat overigens er voor dient te worden zorg gedragen, dat niet alleen de uitga-
ven of lasten zoo scherp mogelijk worden geraamd, doch dat eveneens de ont-
vangsten en baten zoo nauwkeurig als mogelijk is op de juiste bedragen worden
begroot;
4e. dat de begrootingsgegevens uiterlijk 1 Mei a.s. moeten worden ingezonden.
Aldus wordt besloten.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan alle afdeelingen der Ge-
meentesecretarie, welke voor doorzending naar de hoofden van diensten en bedrijven
hebben zorg te dragen, almede aan het Bureau Gemeentesecretaris (5 stuks), den
Gemeente-ontvanger en het Pensioenbureau.
EL Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER. Dit document is een officieel besluit van het Amsterdamse college van B&W waarin stringente richtlijnen worden gegeven voor de begroting van 1940. De toon is dwingend en waarschuwend. De hoofden van gemeentelijke diensten worden gemaand tot uiterste soberheid.
De kernpunten zijn:
1. Financiële noodtoestand: Er wordt expliciet vermeld dat de situatie "buitengewoon ongunstig" is en dat er geen evenwicht is tussen inkomsten en uitgaven.
2. Bezuinigingsopdracht: Diensten moeten zelf met voorstellen komen om tot een "reëel sluitende begrooting" te komen.
3. Nauwkeurigheid: Zowel uitgaven als inkomsten moeten "zoo scherp mogelijk" en "nauwkeurig" geraamd worden, wat wijst op een streng toezicht vanuit de centrale financiële afdeling.
4. Strakke planning: De deadline van 1 mei geeft aan dat de centrale overheid haast heeft met het consolideren van de cijfers. Dit document stamt uit maart 1939, een periode van grote internationale spanning en aanhoudende economische malaise in Nederland. Hoewel de Grote Depressie van de jaren '30 op zijn retour leek, drukten de kosten van de werkloosheidsbestrijding en de beginnende mobilisatie (als gevolg van de dreiging van nazi-Duitsland) zwaar op de budgetten van grote gemeenten zoals Amsterdam.
De "Wethouder voor de Financiën" in Amsterdam was destijds de sociaaldemocraat Florentinus Marinus (Floor) Wibaut jr. of zijn opvolger (in deze periode vond er een wisseling plaats naar de SDAP-wethouder Franke). De gemeente voerde een politiek van 'tijdsomstandigheden': men moest zich aanpassen aan de krappe middelen. Het document illustreert de bureaucratische discipline die nodig was om een wereldstad financieel overeind te houden aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De secretaris die het extract ondertekende, mr. M.J. van Lier, was een centrale figuur in de Amsterdamse administratie van die tijd.