Ambtelijke missive (brief)
Origineel
Ambtelijke missive (brief) 4 januari 1940 (verzonden op 5 januari 1940) De Directeur (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te [Plaatsnaam onbekend, aangeduid als "Alhier"] [Rechtsboven, handgeschreven:]
ten. h.v. Beeren [mogelijk initialen of naam van een behandeld ambtenaar]
[Midden boven:]
DV.
[Links boven:]
8 B/2/1 M.
[Midden links, handgeschreven:]
Verzonden 5/1 - 40
[Rechts boven:]
4 Januari 1940
[Adresseringsblok:]
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Inhoud:]
Ter voldoening aan de missive van Uw Ambtgenoot voor de Pensioenen d.d. 27 Januari 1936 No. 201 A.P.B. (No.86 L.M.) heb ik de eer U te berichten, dat gedurende het vierde kwartaal 1939 bij het Marktwezen geen werkzaamheden zijn opgedragen aan personen, wien pensioen ex de Pensioenwet 1922 (S.240) was toegekend.
[Afsluiting:]
De Directeur, Dit document is een standaard administratieve rapportage binnen een gemeentelijk apparaat. De Directeur van de dienst Marktwezen rapporteert aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de boodschap is een formele bevestiging ("negatieve melding") dat er in het laatste kwartaal van 1939 geen gepensioneerden zijn ingezet voor werkzaamheden bij het Marktwezen.
Er wordt specifiek verwezen naar de Pensioenwet 1922 (Staatsblad 240). Dit duidt op een streng toezicht op de arbeidsinzet van gepensioneerden, waarschijnlijk om te voorkomen dat zij banen bezet hielden die nodig waren voor de actieve beroepsbevolking, of om dubbele inkomsten uit de staatskas te reguleren. De toon is uiterst hoffelijk en formeel ("heb ik de eer U te berichten"), passend bij de ambtelijke etiquette van die tijd. De datum van het document, 4 januari 1940, is historisch relevant. Nederland bevindt zich op dat moment in de periode van de Mobilisatie, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in mei 1940. Ondanks de internationale spanningen en de oorlogsdreiging draaide de gemeentelijke bureaucratie in Nederland op volle toeren door volgens de vastgestelde procedures.
De functie van Wethouder voor de Levensmiddelen was in deze periode cruciaal. Vanwege de oorlogsdreiging was de distributie van voedsel en de controle op markten (Marktwezen) een topprioriteit voor het lands- en stadsbestuur. Deze brief laat zien dat zelfs in tijden van naderende crisis, de minutieuze controle op de uitvoering van sociale wetgeving zoals de Pensioenwet van 1922 gehandhaafd bleef. Het gebruik van roze doorslagpapier wijst erop dat dit een kopie is voor het eigen archief van de verzendende dienst.