Ambtsbrief / interne correspondentie.
Origineel
Ambtsbrief / interne correspondentie. 29 maart 1940. Een directeur (mogelijk van een financiële of administratieve afdeling, afgaande op de referentie VB/HG en SB/6/2 M.). De Heer Directeur der Afdeeling Arbeidszaken, Raadhuis, Alhier. [Rechtsboven, handgeschreven:]
ter hr. Müller
[Linksboven, getypt:]
VB/HG. [Handgeschreven:] extra
SB/6/2 M.
[Rechts, getypt:]
29 Maart 1940.
[Geadresseerde, getypt:]
den Heer Directeur
der Afdeeling Arbeidszaken,
Raadhuis,
A l h i e r .
[Inhoud, getypt:]
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat op
28 dezer een bedrag van f 85,75 aan den Gemeente-Ontvanger
is overgemaakt (vide Uw nota d.d. 10 Februari 1940, No.
77/2 P.B.).
[Ondertekening, getypt:]
De Directeur, * Inhoud: Het document betreft een officiële bevestiging van een betaling. Er is een bedrag van 85,75 gulden overgemaakt naar de Gemeente-Ontvanger op 28 maart 1940 ("28 dezer").
* Referentie: De betaling is gedaan naar aanleiding van een nota van de Afdeling Arbeidszaken met kenmerk 77/2 P.B., gedateerd op 10 februari 1940. De term "vide" (Latijn voor 'zie') wordt hier gebruikt om naar deze bron te verwijzen.
* Handgeschreven toevoegingen: De notitie "extra" wijst waarschijnlijk op een speciale behandeling of prioriteit. De vermelding "ter hr. Müller" duidt aan dat het document ter kennisneming of behandeling aan een specifiek persoon (Müller) binnen de afdeling is doorgegeven. * Historische periode: De brief dateert van slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Het weerspiegelt de normale dagelijkse gang van zaken in het gemeentelijk apparaat aan de vooravond van de oorlog.
* Bestuurlijke structuur: "Alhier" geeft aan dat zowel de afzender als de ontvanger zich in dezelfde gemeente (waarschijnlijk in of nabij het Raadhuis) bevinden. Het document illustreert de strikte formele communicatie en administratieve afhandeling van financiële transacties tussen verschillende gemeentelijke afdelingen in die tijd.
* Taalgebruik: Het gebruik van de "den"-vorm ("den Heer", "den Gemeente-Ontvanger") en de beleefdheidsformule "Hiermede heb ik de eer U te berichten" is typerend voor de formele ambtelijke correspondentie van de vroege 20e eeuw in Nederland.