Ambtelijke brief / memorandum.
Origineel
Ambtelijke brief / memorandum. 8 april 1940. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Handgeschreven rechtsboven:] lev. Gr. Müller
[Handgeschreven middenboven:]
HG.
Verzonden 8/4-40.
8B/7/2 M.
1
8 April 1940.
Opgaven voor Bijdrage aan
Gemeentepensioenfonds
(niet-bedrijven).
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 23
Maart jl. ontvangen stuk No.308 L.M.1940 heb ik de eer U hier-
onder de in dit stuk gevraagde gegevens te verstrekken:
a) de som der pensioensgrondslagen op 15 Maart 1940 van de
ambtenaren en werklieden, die op dien datum in pensioen-
gerechtigden dienst der Gemeente waren en die hetzij op of
na 1 Mei 1913 voor het eerst in dienst der Gemeente zijn
getreden, hetzij op laatstgenoemden datum reeds in dienst
der Gemeente waren, doch dan krachtens voorloopige aanstel-
ling met tijdsbepaling, bedroeg:...........ƒ 48.029,-;
==========
b) de som der pensioensgrondslagen op 15 Maart 1940 van alle
ambtenaren en werklieden, die op dien datum in pensioen-
gerechtigden dienst der Gemeente waren, bedroeg ƒ 56.552,-;
==========
c) de vermoedelijke middelsom der pensioensgrondslagen, be-
doeld onder a, berekend naar den toestand op 15 Maart 1941
en op 15 September 1941, zal bedragen........ƒ 48.998,-;
==========
d) de vermoedelijke middelsom der pensioensgrondslagen bedoeld
onder b, berekend naar den toestand op 15 Maart 1941 en 15
September 1941 zal bedragen:................ƒ 57.521,-.
==========
Pensionneeringen als bedoeld aan het slot van bovenbe-
doeld stuk zullen bij mijn dienst niet plaats vinden.
De Directeur, Deze brief is een formele administratieve verantwoording van pensioengrondslagen binnen een gemeentelijke dienst. De directeur van de betreffende dienst rapporteert aan de Wethouder voor de Levensmiddelen over de totale bedragen waarover pensioenafdrachten berekend moeten worden.
De gegevens zijn onderverdeeld in:
* Huidige status (15 maart 1940): Opgesplitst in een specifieke groep (a: aangesteld na mei 1913 of toen tijdelijk aangesteld) en de totale groep (b: alle pensioengerechtigden).
* Prognoses voor 1941: Verwachte gemiddelde bedragen voor dezelfde groepen voor het komende jaar (c en d).
Opvallend is de precisie van de bedragen, tot op de gulden nauwkeurig, en de formele ambtelijke schrijfstijl ("heb ik de eer U hieronder... te verstrekken"). De brief sluit af met de mededeling dat er in de betreffende dienst geen pensioneringen op de planning staan zoals blijkbaar in de eerdere correspondentie werd gesuggereerd. De datum van de brief, 8 april 1940, is historisch zeer relevant. Het is slechts één maand voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Uit het document blijkt dat de reguliere gemeentelijke bureaucratie en de pensioenadministratie op dat moment nog volledig normaal functioneerden, ondanks de oorlogsdreiging.
De ontvanger, de Wethouder voor de Levensmiddelen, bekleedde in deze periode een cruciale functie. Gezien de internationale spanningen was de voedselvoorziening en de organisatie van de distributie (voorbereid sinds 1939) een topprioriteit voor de overheid. Het feit dat deze pensioengegevens naar deze wethouder worden gestuurd, suggereert dat de afzender mogelijk de directeur is van een dienst die nauw verbonden is met de voedselvoorziening of distributie.
De vermelding "niet-bedrijven" duidt erop dat het hier gaat om administratieve onderdelen van de gemeente, in tegenstelling tot de gemeentebedrijven (zoals de GWL of het GEB), die vaak een eigen boekhouding en pensioenregelingen kenden. De scheidslijn van 1 mei 1913 in punt (a) verwijst waarschijnlijk naar een specifieke wijziging in de pensioenwetgeving of gemeentelijke verordeningen die destijds is ingegaan, waardoor verschillende "cohorten" personeel ontstonden.