Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 1 april 1940. De Directeur van het Marktwezen. De Wethouder voor de Levensmiddelen (ter plaatse, "Alhier"). [Rechtsboven, handgeschreven:]
Mr. v. Beeren
[gevolgd door enkele lijnen/parafen]
[Links boven:]
DV.
8B/8/1 M.
[Rechts boven:]
1 April 1940.
[Adres:]
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r.
[Inhoud:]
Ter voldoening aan de missive van Uw Ambtgenoot voor de Pensioenen d.d. 27 Januari 1936 No. 201 A.P.B. (No.86 L.M.) heb ik de eer U te berichten, dat gedurende het eerste kwartaal 1940 bij het Marktwezen geen werkzaamheden zijn opgedragen aan personen, wien pensioen ex de Pensioenwet 1922 (S.240) was toegekend.
[Ondertekening:]
De Directeur,
[Linksonder, handgeschreven:]
8B/10/1
9/4/40 [Paraaf] * Onderwerp: Het document is een zogenaamde "nihil-melding". De directeur van de gemeentelijke dienst Marktwezen rapporteert dat er in het eerste kwartaal van 1940 geen gepensioneerden (onder de Pensioenwet 1922) werkzaamheden hebben verricht voor zijn afdeling.
* Administratieve context: De brief verwijst naar een instructie ("missive") uit 1936 van de wethouder belast met pensioenen. Dit duidt op een periodieke rapportageplicht om toezicht te houden op de inzet van gepensioneerden binnen de gemeentelijke overheid.
* Taalgebruik: Het document hanteert de voor die tijd gebruikelijke formele en eerbiedige ambtelijke taal ("heb ik de eer U te berichten").
* Annotaties: De handgeschreven aantekeningen linksonder (gedateerd 9 april 1940) suggereren de datum van ontvangst of verwerking bij het secretariaat van de wethouder. De naam "Mr. v. Beeren" rechtsboven duidt waarschijnlijk op de behandelend ambtenaar of referendaris. Dit document is gedateerd op 1 april 1940, slechts veertig dagen voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Het laat zien dat het civiele overheidsapparaat op dat moment nog volledig volgens de normale bureaucreatie en reglementen functioneerde.
De focus op gepensioneerden die bijwerken was in die tijd relevant vanwege de economische omstandigheden; na de crisisjaren van de jaren '30 was de arbeidsmarkt strikt gereguleerd. Men wilde voorkomen dat gepensioneerden banen bezet hielden die door werklozen ingevuld konden worden, of men wilde de pensioenuitkering kunnen korten als er sprake was van aanzienlijke neveninkomsten. Het "Marktwezen" hield toezicht op de markten en de voedseldistributie, een taak die vlak voor en tijdens de oorlog cruciaal zou worden onder de wethouder voor Levensmiddelen.