Archief 745
Inventaris 745-311
Pagina 103
Dossier 100
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie.

16 juli 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst of bedrijf). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier.

Origineel

Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie. 16 juli 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst of bedrijf). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. extra [handgeschreven]

HG.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

10/4/9 M.             1                      16 Juli 1940.

Nadeelen van den oorlogs-
toestand over de maand
Juni 1940.

Gevolg gevende aan de opdracht vervat in de circu-
laire van Burgemeester en Wethouders d.d. 20 September 1939
(No.1164/208 Fin./728 L.M.1939) heb ik de eer U in bijlage
dezes een opgave van de nadeelige gevolgen van den oorlogstoe-
stand in te dienen, welke opgave betrekking heeft op de maand
Juni 1940.

De Directeur, Deze brief is een formeel geleidend schrijven waarmee een niet nader genoemde directeur een rapportage indient bij de wethouder van Levensmiddelen. De kern van het document is de verantwoording van schade of nadelige effecten veroorzaakt door de oorlogssituatie in de maand juni 1940.

Opvallend is de verwijzing naar een circulaire van 20 september 1939. Dit betekent dat het Nederlandse bestuur al tijdens de mobilisatieperiode (vóór de feitelijke Duitse inval in mei 1940) procedures had vastgesteld om de economische en maatschappelijke gevolgen van een eventuele oorlog nauwgezet te registreren. De bureaucratische continuïteit bleef na de capitulatie dus in stand; men rapporteerde in juli 1940 volgens de regels die nog door het vooroorlogse Nederlandse bestuur waren opgesteld.

De specifieke adressering aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept het belang van de voedselvoorziening direct na de bezetting, een periode waarin distributie en schaarste directe zorgen werden voor het lokale bestuur. De brief is gedateerd op 16 juli 1940, exact twee maanden na de Nederlandse capitulatie. Nederland bevond zich op dat moment in de beginfase van de Duitse bezetting.

Juni 1940 was de eerste volledige kalendermaand onder bezetting. De administratie van steden (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de terminologie en archiefvorming) was in deze periode druk bezig met het inventariseren van de schade: niet alleen fysieke schade door oorlogshandelingen, maar ook financiële nadelen door stagnatie van handel, extra kosten voor noodmaatregelen en verstoringen in de aanvoer van levensmiddelen.

Dergelijke rapportages waren essentieel voor de gemeente om inzicht te krijgen in de budgettaire tekorten en om eventuele claims of verzoeken om extra middelen te onderbouwen bij de centrale (nu onder toezicht van de bezetter staande) overheid. De handgeschreven notitie "extra" suggereert dat dit een afschrift is of dat er spoed bij geboden was.

Samenvatting

Deze brief is een formeel geleidend schrijven waarmee een niet nader genoemde directeur een rapportage indient bij de wethouder van Levensmiddelen. De kern van het document is de verantwoording van schade of nadelige effecten veroorzaakt door de oorlogssituatie in de maand juni 1940.

Opvallend is de verwijzing naar een circulaire van 20 september 1939. Dit betekent dat het Nederlandse bestuur al tijdens de mobilisatieperiode (vóór de feitelijke Duitse inval in mei 1940) procedures had vastgesteld om de economische en maatschappelijke gevolgen van een eventuele oorlog nauwgezet te registreren. De bureaucratische continuïteit bleef na de capitulatie dus in stand; men rapporteerde in juli 1940 volgens de regels die nog door het vooroorlogse Nederlandse bestuur waren opgesteld.

De specifieke adressering aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept het belang van de voedselvoorziening direct na de bezetting, een periode waarin distributie en schaarste directe zorgen werden voor het lokale bestuur.

Historische Context

De brief is gedateerd op 16 juli 1940, exact twee maanden na de Nederlandse capitulatie. Nederland bevond zich op dat moment in de beginfase van de Duitse bezetting.

Juni 1940 was de eerste volledige kalendermaand onder bezetting. De administratie van steden (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de terminologie en archiefvorming) was in deze periode druk bezig met het inventariseren van de schade: niet alleen fysieke schade door oorlogshandelingen, maar ook financiële nadelen door stagnatie van handel, extra kosten voor noodmaatregelen en verstoringen in de aanvoer van levensmiddelen.

Dergelijke rapportages waren essentieel voor de gemeente om inzicht te krijgen in de budgettaire tekorten en om eventuele claims of verzoeken om extra middelen te onderbouwen bij de centrale (nu onder toezicht van de bezetter staande) overheid. De handgeschreven notitie "extra" suggereert dat dit een afschrift is of dat er spoed bij geboden was.

Kooplieden in dit dossier 26

Gebouw Jan van Galenstraat 8/22 Waterlooplein
Sportveld nabij terrein Waterloosing [doorgehaald]
Stads-bank-van-leening, rek. 49
Strook Visseringkade gratis
Strook Vlissingkade zie 96/12/1 m
Terrein, bestemd voor de uitbreiding van het marktterrein Waterlooplein
Terreinstuk langs kade F id.
Waterleidingen, rek. 43

Gerelateerde Documenten 6