Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie). 15 juni 1940. De Directeur (dienst onbekend, mogelijk de gemeentelijke distributiedienst of een economische afdeling). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. HG. [Handgeschreven:] Extra
10/4/7 H.
1 15 Juni 1940.
Voor- en nadeelen van den
oorlogstoestand over de
maand April 1940. den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Gevolg gevende aan de opdracht vervat in de circu-
laire van Burgemeester en Wethouders d.d. 20 September 1939
(No.1164/208 Fin./728 L.M.1939) heb ik de eer U in bijlage
dezes een opgave van de nadeelige en van de voordeelige gevol-
gen van den oorlogstoestand in te dienen, welke opgave betrek-
king heeft op de maand April 1940.
De Directeur, * **Administratieve continuïteit:** Het document is gedateerd op 15 juni 1940, exact een maand na de Nederlandse capitulatie. Het is opvallend dat de ambtelijke verslaglegging over de periode van vóór de inval (april 1940) gewoon doorging onder het nieuwe bewind.
- Periode: De rapportage betreft de maand april 1940. Dit was de laatste volledige maand van de Nederlandse neutraliteit en mobilisatie, vlak voor de Duitse inval op 10 mei 1940.
- Doel: De brief dient als aanbiedingsbrief voor een bijlage (niet aanwezig in dit beeld) waarin de financiële en operationele effecten van de oorlogsdreiging werden gekwantificeerd.
- Terminologie: De term "oorlogstoestand" werd al gebruikt vanaf de mobilisatie in september 1939, ook al was Nederland toen nog niet feitelijk in oorlog. Direct na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939 (inval in Polen), namen Nederlandse gemeenten maatregelen om de economische gevolgen van de mobilisatie en de internationale handelsbeperkingen in kaart te brengen. De genoemde circulaire van 20 september 1939 was de basis voor deze periodieke rapportages. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een centrale rol in de beginnende distributie van goederen en het waarborgen van de voedselvoorziening, een taak die tijdens de bezetting die daarop volgde alleen maar urgenter zou worden.