Financieel overzicht/rapportage.
Origineel
Financieel overzicht/rapportage. Maart 1940 (met een rood stempel gedateerd op 10 april 1940). De Directeur van het Marktwezen. De Wethouder voor Levensmiddelen. Behoort bij brief no. [niet ingevuld] d.d. [niet ingevuld] 1940 aan
den Heer Wethouder voor Levensmiddelen
van den Directeur van het Marktwezen.
Opgave van de financieele gevolgen, die het Markt-
wezen (inclusief het bedrijf van de Centrale Markt en
het bedrijf van de Vischhal) van den oorlogstoestand
ondervindt, over de maand Maart 1940.
A. Nadelige gevolgen:
Salarissen van personeel, dat ter vervanging
van gemobiliseerden moest worden aangesteld f. 39.24
Vermindering, ontstaan door het als gevolg
van de mobilisatie ontbinden van huur-
overeenkomsten " 395.04
mindere opbrengst van belastingheffingen " 479.78
Hoogere uitgaven door prijsstijging " PM
f. 914.06
B. Voordeelige financieele gevolgen:
Aan gegradueerde gemobiliseerden minder
uitgekeerd aan het normale salaris f. 422.73
Vergoedingen voor het in gebruik geven van
kantoren en pakhuizen voor militaire
doeleinden " 97.16
f. 519.89
[Rood stempel: 10 / 4 / 6 M] * Administratieve structuur: Het document is een formele rapportage waarin de kosten en baten van de oorlogstoestand tegen elkaar worden weggestreept. Het Marktwezen rapporteert hier direct aan het politieke bestuur (de wethouder).
* Financiële impact: De netto-impact voor maart 1940 is negatief. De nadelige gevolgen bedragen f. 914,06, terwijl de voordelige gevolgen f. 519,89 bedragen.
* Personeel en Mobilisatie: Een groot deel van de mutaties komt voort uit de mobilisatie. Er is extra geld nodig voor vervangend personeel, maar er wordt bespaard op de salarissen van gemobiliseerde gegradueerden (mogelijk omdat de militaire soldij een deel van het loon verving of omdat er regelingen waren voor loondoorbetaling bij mobilisatie).
* Vastgoed en Belastingen: De mobilisatie leidde direct tot economische schade door het opzeggen van huurovereenkomsten en lagere belastingopbrengsten. Daarentegen ontving de gemeente wel vergoedingen voor het feit dat militairen gebruikmaakten van gemeentelijke gebouwen. Dit document stamt uit de periode van de "Vreemde Oorlog" (Phoney War), de maanden vlak voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Hoewel er nog geen directe gevechtshandelingen op Nederlands grondgebied plaatsvonden, was het Nederlandse leger al sinds augustus 1939 gemobiliseerd.
De "oorlogstoestand" waarover gesproken wordt, verwijst naar de economische en maatschappelijke ontregeling die deze mobilisatie met zich meebracht. Het Marktwezen van een grote stad (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de vermelding van de Centrale Markt en de Vishallen) moest hierdoor flinke aanpassingen doen. Het document illustreert hoe de lokale overheid de financiële gevolgen van de oorlogsdreiging tot in detail probeerde te monitoren. De post "PM" (Pro Memoria) bij prijsstijgingen suggereert dat men verwachtte dat de kosten door inflatie en schaarste in de nabije toekomst nog aanzienlijk zouden stijgen.