Ambtelijke correspondentie (doorslag van een brief).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (doorslag van een brief). 22 Maart 1940. De Directeur (van een gemeentelijke dienst, vermoedelijk gerelateerd aan distributie of voedselvoorziening). [Rechtsboven handgeschreven:] hr. Müller
VP/HG.
10/4/4 M.
22 Maart 1940.
Opgaven inzake voor- en
nadeelen van den oorlogs-
toestand.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Met hun circulaire d.d. 13 dezer (Afd.Fin.no.1164/
208 1939) hebben Burgemeester en Wethouders onder mijn aan-
dacht gebracht, dat ik in gebreke zou zijn gebleven de
maandelijksche opgaven in te zenden van de nadeelen en de
eventueele voordeelen, die het gevolg zijn van den oorlogs-
toestand.
Ik moge er op wijzen, dat mijnerzijds aan de des-
betreffende opdracht regelmatig wordt voldaan en dat de
bedoelde opgaven bij U zijn ingediend met mijn rapporten d.d.
19 Januari en 11 Maart jl. (No.'s 10/4/1 en 10/4/2 M.).
De Directeur, Dit document is een formele zakelijke brief waarin een directeur zich verweert tegen een berisping van het college van Burgemeester en Wethouders. De kern van het geschil is een vermeende administratieve nalatigheid: het niet insturen van maandelijkse rapportages over de economische effecten van de "oorlogstoestand".
De directeur reageert defensief en accuraat door te verwijzen naar specifieke data (19 januari en 11 maart) en dossiernummers (10/4/1 en 10/4/2 M.) van rapporten die hij reeds zou hebben ingediend bij de Wethouder voor de Levensmiddelen. Het document geeft een inkijkje in de strikte bureaucratische controlemechanismen die de overheid hanteerde om de impact van de internationale spanningen op de lokale economie en voedselvoorziening te monitoren. Opvallend is de vraag naar zowel "nadeelen" als "eventueele voordeelen", wat duidt op een poging tot een volledige economische balans van de oorlogsdreiging. De brief is geschreven op 22 maart 1940, minder dan twee maanden voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Hoewel Nederland op dat moment officieel nog neutraal was, verkeerde het land sinds de algemene mobilisatie in augustus 1939 in een "oorlogstoestand".
Deze periode kenmerkte zich door grote onzekerheid en economische ontregeling. De internationale handel lag grotendeels stil, wat leidde tot schaarste aan grondstoffen en levensmiddelen. Om de voedselvoorziening te waarborgen, werd het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in oorlogstijd geactiveerd en kregen gemeenten een cruciale rol in de distributie. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een sleutelfiguur in dit proces. De administratieve druk op gemeentelijke diensten was enorm hoog door de constante stroom aan nieuwe circulaires en rapportageverplichtingen, zoals deze brief illustreert. De handgeschreven naam "hr. Müller" verwijst vermoedelijk naar de ambtenaar of wethouder die het document in behandeling nam. Rijksbureau