Archiefdocument
Origineel
13 maart 1940. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. [Stempel linksboven]
№ 10/4/3 M.1940 14/3
[Gedrukte koptekst]
GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. Financiën
No. 1164/208 1939.
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 13 Maart 1940.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
[Handgeschreven aantekening diagonaal over koptekst: in Muller?]
Bij circulaire van 20 September 1939 Afd. Fin. 1939 No. 1164/208 verzochten wij U maandelijks, onder goedkeuring van het lid van ons College, waaronder Uw [handgeschreven boven doorgestreept: dienst / ~~bedrijf~~] ressorteert aan den Wethouder voor de Financiën in te zenden een opgave van de nadeelen en eventueele voordeelen, als gevolg van de bijzondere omstandigheden, met vermelding van den aard dezer voor- en nadeelen.
Aangezien tot op heden voor zoover Uw [handgeschreven boven doorgestreept: dienst / ~~bedrijf~~] betreft geen opgaven ter zake werden ingezonden, hoewel meermalen op toezending werd aangedrongen, verzoeken wij U thans hieraan alsnog ten spoedigste en uiterlijk 23 dezer te willen voldoen. Voor zooveel noodig brengen wij onder Uw aandacht, dat de in te zenden opgaven in elk geval dienen te bevatten een zoo goed mogelijke raming van het nadeel der prijsstijging over de plaats gehad hebbende aankoopen en voorts de kosten van vervanging van gemobiliseerde ambtenaren en werklieden, alsook eventueel overwerk. Als eventueel voordeel komt in aanmerking de besparing op loonen en salarissen etc. van gegradueerde gemobiliseerden.
TG.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
[Handtekening: W. de Vlugt]
de Secretaris,
[Handtekening: Dankmeijer?]
Aan den Heer Directeur van de
Centrale Markt.
[Linksonder]
Model G.A. 7
12.500—9—’39
[Rechtsonder handgeschreven]
60 Dit document is een formele aanmaning van het Amsterdamse stadsbestuur aan de directeur van de Centrale Markt. De kern van het schrijven is de gebrekkige administratieve verslaglegging vanuit de Centrale Markt betreffende de economische impact van de "bijzondere omstandigheden" – een verwijzing naar de mobilisatietoestand in Nederland.
De brief specificeert welke data de gemeente nodig heeft om de begroting te bewaken:
1. Exploitatienadelen: Kostenstijgingen door inflatie bij inkopen en de loonkosten voor vervangend personeel of overwerk, noodzakelijk door de afwezigheid van werknemers die voor militaire dienst zijn opgeroepen.
2. Exploitatievoordelen: Besparingen op de reguliere salarissen van diezelfde gemobiliseerde werknemers.
De toon is berispend: men wijst erop dat eerdere verzoeken zijn genegeerd en stelt een harde deadline van tien dagen (vóór 23 maart). De correctie van "bedrijf" naar "dienst" benadrukt de ambtelijke hiërarchie binnen de gemeentelijke organisatie. In maart 1940 verkeerde Nederland in de zogenaamde 'Schemeroorlog'. Hoewel het land neutraal was, was het leger sinds augustus 1939 volledig gemobiliseerd. Dit had een enorme impact op de Amsterdamse economie en de gemeentelijke bedrijfsvoering. Veel mannen waren onder de wapenen, wat leidde tot personeelstekorten in cruciale diensten zoals de Centrale Markt (de 'buik van Amsterdam').
Tegelijkertijd zorgde de internationale spanning voor schaarste en prijsstijgingen. De gemeente Amsterdam probeerde via de Afdeling Financiën een strakke centrale regie te voeren over deze veranderende geldstromen. Dit document illustreert de bureaucratische realiteit vlak voor de Duitse inval in mei 1940: ondanks de oorlogsdreiging draaide de gemeentelijke administratie op volle toeren door om de financiële gevolgen van de mobilisatie in kaart te brengen. W. de Vlugt Gemeente Amsterdam