Handgeschreven ambtelijke notitie / memorandum.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / memorandum. Omstreeks eind januari of begin februari 1940 (verwijst naar januari 1940). 10/4/2 3
notities bij de opgaaf van nadeelige en voordeelige
gevolgen van den oorlogstoestand.
op de vragen, gesteld bij het verzenden van de vorige
opgave (zie brief 19 Jan. 1940 no 10/4/1 m.
is geen antwoord binnengekomen.
Bij het berekenen van het nadeel, ontstaan door
huurderving, werd voor Januari 1940 opnieuw
aangenomen, dat onder normale omstandigheden
de huurders die wegens mobilisatie ontheffing
van hun verplichtingen hebben gekregen, na afloop
van hun contract eenzelfde object zouden hebben
gehuurd.
Nadeel als gevolg van prijsstijgingen werd
opnieuw "pro memorie" opgenomen.
Mindere opbrengst van belastingheffingen.
Deze post betreft uitsluitend de Vischmarkt.
Ook voor Januari 1940 werd de opbrengst
van het gemiddelde bedrag in Januari van de jaren
1936-1937 en 1938 gesteld tegenover de
opbrengst in Januari 1940.
De vorstperiode is in Januari 1940 mede
van grooten invloed geweest op de ontvangsten.
Hieruit blijkt dat ~~volledige~~ juiste ~~precise~~
cijfers omtrent het nadeel ontstaan door
den oorlogstoestand niet zijn te geven. Het document is een interne ambtelijke notitie waarin de economische schade van de "oorlogstoestand" (de periode van mobilisatie vóór de daadwerkelijke Duitse inval) wordt geëvalueerd. De schrijver behandelt drie hoofdpunten:
- Huurderving: Er is sprake van gederfde inkomsten omdat huurders vanwege de mobilisatie zijn vrijgesteld van hun betalingsverplichtingen. Er wordt vanuit gegaan dat zij onder normale omstandigheden hun huurcontract zouden hebben verlengd.
- Prijsstijgingen: Deze worden wel erkend als nadeel, maar niet gekwantificeerd (genoteerd als 'pro memorie').
- Belastingopbrengsten (Vischmarkt): Er is een duidelijke daling in de inkomsten van de Vismarkt geconstateerd door de opbrengsten van januari 1940 te vergelijken met het gemiddelde van 1936-1938.
De conclusie van de schrijver is dat het onmogelijk is om een exact cijfer te plakken op de schade die puur door de oorlogssituatie komt. Dit komt door een externe factor: de extreme kou in januari 1940 (de "vorstperiode"), die de handel op de markt ook negatief heeft beïnvloed. Dit document stamt uit de periode van de Mobilisatie (1939-1940) in Nederland. Hoewel Nederland nog niet in oorlog was (de inval begon op 10 mei 1940), verkeerde het land sinds augustus 1939 in een "staat van oorlog" (oorlogstoestand).
Veel mannen waren onder de wapenen geroepen, wat directe economische gevolgen had voor hun gezinnen en voor de lokale economie (zoals de genoemde huurderving en lagere marktinkomsten). De winter van 1940 was bovendien een van de strengste winters van de 20e eeuw, wat in dit document terecht wordt aangehaald als complicerende factor voor de economische statistieken. De vermelding van de "Vischmarkt" duidt erop dat dit document afkomstig is uit een gemeentelijk archief van een stad met een visafslag of centrale vismarkt (bijvoorbeeld Groningen, Leiden of Utrecht).