Bijlage bij een ambtelijke brief betreffende financiële verantwoording.
Origineel
Bijlage bij een ambtelijke brief betreffende financiële verantwoording. 19 januari 1940. Directeur van het Marktwezen. [In de rechterbovenhoek handgeschreven:] 4m-
Behoort bij brief No. 10/4/1 M. d.d. 19 Januari 1940 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
Financieele gevolgen, die het Marktwezen van den oorlogstoestand ondervindt.
A. Nadeelige financieele gevolgen.
-
Uitgaven ten behoeve van de luchtbescherming:
1939. 1940
~~September~~ ~~f 210,92~~
~~October~~ ~~" 1089,29~~
~~November~~ ~~" 53,48~~
~~December~~ ~~" 52,75~~ [Handgeschreven:] nihil
Januari [Totaal doorgestreept:] ~~f 1406,44~~ -
Salarissen van personeel, dat ter vervanging van gemobiliseerden moest worden aangesteld:
1939. 1940
~~September~~ ~~f 10,46~~
~~October~~ ~~" 22,71~~
~~November~~ ~~" 31,39~~
~~December~~ ~~" 143,55~~ [Handgeschreven:] 51.23
Januari [Totaal doorgestreept:] ~~" 208,11~~ -
Overwerk in verband met de mobilisatie van personeel:
1939. 1940
~~September~~ ~~f 48,05~~
~~October~~ ~~" --,--~~
~~November~~ ~~" 72,--~~
~~December~~ Januari ~~" 18,--~~ [Handgeschreven:] nihil
[Totaal doorgestreept:] ~~" 138,05~~ -
Huurderving ontstaan door het als gevolg van de mobilisatie ontbinden van huurovereenkomsten:
1939. 1940
~~September~~ ~~f 162,51~~
~~October~~ ~~" 225,01~~
~~November~~ ~~" 325,01~~
~~December~~ Januari ~~" 325,01~~ [Handgeschreven:] 395.84
[Totaal doorgestreept:] ~~" 1037,54~~ -
Mindere opbrengst van belastingheffingen:
~~1939.~~ 1940
~~September~~ ~~f 677,46~~
~~October~~ ~~" 148,64~~
~~November~~ ~~" 61,67~~
~~December~~ Januari ~~" 274,12~~ [Handgeschreven:] 440.21
[Totaal doorgestreept:] ~~" 1161,89~~ -
Hoogere uitgaven door prijsstijging: P.M.
[Eindtotaal doorgestreept:] ~~f 3952,03~~
[Handgeschreven nieuw totaal:] 887.28 Het document is een financieel overzicht van de extra kosten en inkomstendervingen die het gemeentelijke "Marktwezen" ondervond tijdens de mobilisatieperiode vlak voor de Duitse inval in Nederland. De posten zijn verdeeld in zes categorieën:
1. Luchtbescherming: Kosten voor voorzorgsmaatregelen tegen luchtaanvallen.
2. Vervangend personeel: Salarissen voor tijdelijke krachten die de plaatsen innamen van mannen die onder de wapenen waren geroepen.
3. Overwerk: Extra personeelskosten direct gelinkt aan de mobilisatieperikelen.
4. Huurderving: Inkomstenverlies doordat huurders (waarschijnlijk marktkraamhouders of winkeliers) hun contracten opzegden vanwege de onzekere oorlogssituatie of persoonlijke mobilisatie.
5. Belastingderving: Verminderde belastinginkomsten door afgenomen economische activiteit op de markten.
6. Prijsstijging: Genoteerd als "P.M." (Pro Memoria), wat betekent dat deze kosten wel worden erkend maar op dat moment nog niet exact becijferd konden worden.
Opvallend is de administratieve bewerking: de oorspronkelijke getypte cijfers over de periode september t/m december 1939 zijn systematisch doorgestreept. In rode inkt zijn de cijfers voor de maand januari 1940 toegevoegd. Dit wijst op een update van het rapport waarbij men besloot alleen de meest recente maandcijfers te presenteren of de jaarbalans te corrigeren. Het uiteindelijke totaalbedrag is hierdoor bijgesteld van f 3952,03 (cumulatief over 1939) naar f 887,28 (voor de maand januari 1940). Dit document bevindt zich in de historische context van de "Vreemde Oorlog" (Phoney War). Hoewel Nederland in januari 1940 nog neutraal was en niet direct in gevecht was gewikkeld, was het land sinds augustus 1939 volledig gemobiliseerd.
De administratie van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" (in een grote stad, zeer waarschijnlijk Amsterdam gezien de structuur) had de zware taak om de voedselvoorziening en de marktordening stabiel te houden in een tijd van schaarste en economische ontregeling. Het Marktwezen beheerde de centrale markthallen en markten, die cruciaal waren voor de distributie van voedsel naar de burgerbevolking. De hier gerapporteerde posten laten zien hoe de dreigende oorlog tot in de kleinste haarvaten van de gemeentelijke huishouding doordrong, van de kosten voor zandzakken en verduistering (luchtbescherming) tot de gaten in de begroting door opgeroepen marktkooplieden.