Getypte ambtelijke brief/rapportage.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/rapportage. 19 januari 1940. Een ambtelijke afdeling (geïdentificeerd door initialen VP/DV, vermoedelijk Marktwezen of Financiën). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Handgeschreven rechtsboven]: ter k. v. Müller
10/4/1 M.
[Rechtsboven]: 19 Januari 1940.
[Midden links]:
Voor- en nadeelen van
den oorlogstoestand.
[Midden rechts]:
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r.
Gevolg gevende aan de opdracht vervat in de circu-
laire van Burgemeester en Wethouders d.d. 20 September jl.
(No. 1164/208 Fin. 1939) heb ik de eer in bijlage dezes een op-
728 L.M.
gave van de nadeelige en van de voordeelige gevolgen van den
oorlogstoestand in te dienen, welke opgave betrekking heeft
op de maanden September tot en met December 1939. In overleg
met de afdeeling Financiën is de toezending dezer gegevens
tijdelijk uitgesteld; zij zal voortaan maandelijks plaatsvinden.
Met betrekking tot de nadeelige gevolgen doen zich
een tweetal vraagpunten voor, waaromtrent ik te zijner tijd
gaarne zal worden ingelicht. Deze vraagpunten zijn:
1e. In het algemeen kan worden aangenomen, dat huur-
ders van pakhuisafdeelingen of bezetters van plaatsen op de
Centrale Markt, deze, na beëindiging van het huurcontract
respectievelijk van het kalenderjaar opnieuw zouden hebben ge-
huurd, respectievelijk bezet. Mogen dus de nadeelige gevolgen
van de verbreking van het contract door de mobilisatie ook
worden geacht in de toekomst te blijven voortduren? Indien
de oorlogstoestand lang duurt wordt dit uiteraard twijfelach-
tig, omdat het ook in normale tijden wel voorkomt, dat gros-
siers van de markt verdwijnen.
2e. In de laatste vier maanden van 1939 kan de prijs-
stijging voor het Marktwezen nog niet van grooten invloed zijn
geweest; deze nadeelige post is daarom Pro Memorie opgenomen.
Hoe moet echter in de toekomst het geldelijke nadeel tengevol- Dit document vormt een administratieve verslaglegging van de economische impact die de dreigende oorlogssituatie (de mobilisatieperiode) had op de Amsterdamse marktsector aan het einde van 1939. De ambtenaar stelt een balans op van financiële mee- en tegenvallers voor de gemeente.
Er worden twee specifieke methodologische problemen aangesneden:
1. Gederfde inkomsten door mobilisatie: Veel handelaren en huurders op de Centrale Markt moesten hun activiteiten staken vanwege militaire dienstplicht. De vraag is of de gemeente deze misgelopen huur als een permanent verlies moet boeken voor de gehele duur van de oorlog, aangezien handelaren ook in vredestijd soms vertrekken.
2. Inflatie en prijsstijgingen: Hoewel de prijzen in de laatste maanden van 1939 nog stabiel genoeg waren om geen grote gaten in de begroting van het Marktwezen te slaan, voorziet de schrijver dat dit in de toekomst wel een probleem zal worden. Het wordt daarom nu als 'Pro Memorie' (P.M.) genoteerd, in afwachting van een berekeningsmethode voor toekomstige schade. Het document is gedateerd op 19 januari 1940, midden in de zogenaamde 'Schemeroorlog' (Phoney War). Nederland was op dat moment nog neutraal, maar de algehele mobilisatie (sinds augustus 1939) had de samenleving en economie al diep geraakt. De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthal in Amsterdam-West, destijds de spil van de voedseldistributie in de stad.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze periode een cruciale taak in het waarborgen van de voedselvoorziening en het beheersen van de prijzen. De brief toont de minutieuze bureaucratische voorbereiding van de gemeente Amsterdam op de economische ontwrichting die een grootschalig conflict met zich mee zou brengen, slechts vier maanden voordat Duitsland Nederland daadwerkelijk zou binnenvallen.