Handgeschreven financieel overzicht/notitie.
Origineel
Handgeschreven financieel overzicht/notitie. Het overzicht betreft de periode mei 1939 tot en met oktober 1940. Het is waarschijnlijk opgesteld of verzonden op 13 november 1940 (gezien de aantekening "13/11 '40"). [Bovenaan de pagina:]
een overzicht van de opbrengst aan
huur (ad f 10,- per week), die
in de maanden ~~Mei~~ 1939 tot en
met October 1940 uit dezen
hoofde werd verkregen.
[In de marge/midden:]
DD [paraaf]
13/11 '40 exp.
[Lijst 1939:]
1939
Mei --- f 120,-
Juni --- 90,-
Juli --- 50,-
Augustus --- 60,-
September --- 170,-
October --- 280,-
November --- 260,-
December --- 330,-
[Lijst 1940:]
1940
Januari --- f 380,-
Februari --- 340,-
Maart --- 190,-
April --- 110,-
Mei --- 100,-
Juni --- 80,-
Juli --- 100,-
Augustus --- 130,-
September --- 150,-
October --- 180,- * Inhoud: Het document betreft een administratieve verantwoording van huurinkomsten. Er wordt expliciet vermeld dat de huurprijs 10 gulden per week bedraagt.
* Berekening: De vermelde maandbedragen zijn aanzienlijk hoger dan de huur van één enkel object voor één maand (dat zou circa 40 à 50 gulden moeten zijn). Dit suggereert dat het overzicht de totale opbrengst van meerdere verhuurbare eenheden (zoals kamers of woningen) betreft, of dat er sprake is van achterstallige betalingen die in bepaalde maanden zijn voldaan.
* Fluctuatie: Er is een opvallende piek in de inkomsten te zien tussen september 1939 en februari 1940. Vanaf maart 1940 dalen de inkomsten weer, om na de zomer van 1940 weer licht te stijgen.
* Annotaties: De doorhaling van "Mei" in de inleidende tekst en de toevoeging "exp." (waarschijnlijk 'expeditie' of 'verzonden') bij de datum 13/11 '40 wijzen op een ambtelijke of zakelijke verwerking van het document. Dit overzicht is opgesteld in november 1940, een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De periode die het overzicht beslaat (mei 1939 - oktober 1940) overbrugt de laatste fase van de neutraliteit en de eerste maanden van de oorlog. In die tijd was 10 gulden per week een aanzienlijk bedrag; het gemiddelde weekloon voor een arbeider lag in die jaren rond de 20 tot 30 gulden. De administratie kan afkomstig zijn van een vastgoedbeheerder, een instelling die panden beheerde, of een particuliere verhuurder die verantwoording moest afleggen (bijvoorbeeld aan een executeur-testamentair of overheidsinstantie).