Doorslag van een ambtelijke brief (typschrift op dun papier).
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief (typschrift op dun papier). 7 mei 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, mogelijk Marktwezen of een overkoepelend secretariaat). VP/HG.
10/13/2 H.
7 Mei 1940.
Overschrijding van toegestane
kredieten.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Naar aanleiding van de missive van Uw Ambtgenoot
voor de Financiën d.d. 26 April jl. (No.284 L.M.1940) heb
ik de eer U te berichten, dat ten behoeve van het Marktwezen
geen toegestane kredieten loopende zijn, die door de bijzon-
dere tijdsomstandigheden ontoereikend zijn of vrij zeker
zullen worden overschreden. Ik geef U beleefd in overweging
Uw Ambtgenoot van het vorenstaande mededeeling te doen.
De Directeur, * Administratieve context: De brief is een reactie op een eerdere correspondentie (missive) van de Wethouder van Financiën van 26 april 1940. Het betreft een interne communicatie binnen een gemeentelijk apparaat over de budgettaire bewaking van de afdeling "Marktwezen".
* Kernboodschap: De directeur stelt vast dat er momenteel geen kredieten voor het Marktwezen lopen die ontoereikend zijn of overschreden dreigen te worden, ondanks de heersende omstandigheden. Hij adviseert de Wethouder van Levensmiddelen om dit terug te koppelen aan de Wethouder van Financiën.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in een uiterst formele, ambtelijke stijl, kenmerkend voor de vroege 20e eeuw ("heb ik de eer U te berichten", "geef U beleefd in overweging").
* Opmerkelijke details: De handgeschreven correctie in het dossiernummer (de '2' over de '3' in 10/13/2) en de handgeschreven naam bovenin wijzen op actieve archivering en behandeling door een specifieke functionaris (mogelijk een secretaris of juridisch adviseur genaamd Nijhoff). De datum van dit document, 7 mei 1940, is historisch zeer saillant. Het is geschreven slechts drie dagen voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. De term "bijzondere tijdsomstandigheden" in de tekst verwijst naar de gespannen situatie van de mobilisatie en de dreigende oorlog, die grote invloed had op de voedselvoorziening en de marktwerking (Levensmiddelen en Marktwezen).
De brief illustreert hoe het ambtelijke apparaat, ondanks de naderende crisis, tot op het allerlaatste moment vasthield aan strikte budgettaire procedures en formele communicatielijnen tussen de verschillende wethoudersposten (Financiën versus Levensmiddelen). De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een functie die in tijden van schaarste en crisis cruciaal was voor de distributie en betaalbaarheid van voedsel.