Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. $N^0 10/19/1 \text{ M.1940 } \frac{29}{3}$
Verhooging waschprijzen Gem.wasscherij.
No. 207 L.M.1940.
Markhr.
n.c. [onleesbaar]
W. [onleesbaar]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
Vrijdag 22 Maart 1940.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoon-
maak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien de rapporten van den Directeur van den Dienst der Gem. Wasch-
en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen dd. 16 en 29 Februari 1940,
Nos 582 en 748 W.S.B.Z.;
Gelet op het advies van den Wethouder voor de Financiën van 13 Maart
1940, No.286/85.7 F.1940;
B e s l u i t e n :
gerekend te zijn ingegaan 1 Januari 1940, de waschprijzen der Gemeentelijke
Wasscherij, met uitzondering van die voor de geheele volkswasch, over het
bedrag der rekeningen met 3% te verhoogen.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen
Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (30 stuks),
Onderwijs (4 stuks), Maatschappelijke Steun (4 stuks), Openbare Gezondheid
en Ziekenhuiswezen (6 stuks), Financiën (2 stuks), Gemeentebedrijven
(6 stuks), Algemeene Zaken (3 stuks), Handelsinrichtingen (3 stuks),
Kunstzaken (2 stuks), Publieke Werken (4 stuks) en Volkshuisvesting
(3 stuks), alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris (2 stuks).
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.
ho Het document is een formeel besluit van het Amsterdamse college van Burgemeester en Wethouders (B&W) om de tarieven van de Gemeentelijke Wasscherij met 3% te verhogen. Opvallend is dat dit besluit met terugwerkende kracht wordt ingevoerd per 1 januari 1940.
Er is een belangrijke sociale uitzondering gemaakt: de "geheele volkswasch" is vrijgesteld van deze verhoging. Dit duidt op een beleid waarbij de meest basale voorzieningen voor de armere bevolkingslagen betaalbaar moesten blijven. De wasservice werd blijkbaar op grote schaal afgenomen door diverse gemeentelijke diensten, getuige de lange lijst van afdelingen (van Onderwijs tot Ziekenhuiswezen) die afschriften van dit besluit ontvingen. Dit besluit is genomen op 22 maart 1940, minder dan twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, zorgde de oorlogsdreiging in Europa al voor economische instabiliteit, stijgende grondstofprijzen en schaarste. De prijsverhoging van 3% kan worden gezien als een correctie voor de gestegen exploitatiekosten van de gemeentelijke diensten in deze mobilisatieperiode.
De "Dienst der Gem. Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen" was een essentieel onderdeel van de Amsterdamse publieke hygiëne in een tijd waarin veel woningen nog niet over eigen douche- of wasfaciliteiten beschikten. De ondertekenaar, Van Lier, was een hoge ambtenaar (gemeentesecretaris) die toezag op de administratieve afhandeling van collegebesluiten.