Handgeschreven memo of ambtelijke notitie.
Origineel
Handgeschreven memo of ambtelijke notitie. 18 april 1940. Later in Feb werd ik nogmaals opgebeld door de G.E.
met de vraag of voor de ontbrekende f 3.- een rekening
kon worden gestuurd aan M.W. Ik heb toen
gezegd dat dit m.i. niet moest worden gedaan,
omdat Serg R de gebruiker was en mede omdat
de G.E. reeds met de gebruiker zelf in contact was
getreden. Wel heb ik nog gevraagd of er sporen
van braak aan de meter waren geconstateerd. Dit
was volgens hr Kijneijer, die mij belde, niet het geval.
Hij deelde mij ten slotte mede dat nog verder
zou worden gezocht naar een eventueele fout
bij de G.E. en sprak tevens het vermoeden uit
dat de G.E. dit verlies voor hun rekening zoude
nemen.
M.
18/4 - 40 Het document betreft een verslag van een administratief geschil over een klein bedrag (3 gulden) voor energieverbruik. De auteur, aangeduid als 'M.', documenteert een gesprek met een medewerker van de 'G.E.' (zeer waarschijnlijk het Gemeente Energiebedrijf), de heer Kijneijer.
De kern van de kwestie is wie verantwoordelijk is voor een tekort: een zekere 'Serg R' (waarschijnlijk een sergeant) of 'M.W.' (mogelijk een afkorting voor een militaire instantie of het Ministerie van Waterstaat). De auteur adviseert om de rekening niet naar de instantie te sturen omdat het energiebedrijf al direct contact heeft met de feitelijke gebruiker. Er is expliciet gecontroleerd of er sprake was van fraude of vernieling ("braak aan de meter"), maar dat werd ontkend. De notitie eindigt met de conclusie dat het energiebedrijf de fout waarschijnlijk intern zal oplossen. De datum op het document, 18 april 1940, plaatst deze notitie in een historisch gevoelige periode: minder dan vier weken voor de Duitse inval in Nederland. De verwijzing naar 'Serg R' suggereert een militaire context, wat logisch is gezien de algehele mobilisatie van het Nederlandse leger in die tijd. Militairen waren op diverse locaties ingekwartierd, wat vaak leidde tot dergelijke administratieve discussies over de verrekening van kosten voor nutsvoorzieningen tussen de krijgsmacht, de individuele militair en de gemeentelijke instanties. De formele schrijfstijl en spelling (zoals eventueele en zoude) zijn representatief voor de ambtelijke correspondentie van die periode. M.W. Ik