Ambbtelijke brief/nota.
Origineel
Ambbtelijke brief/nota. 5 november 1940. Onbekend (mogelijk directeur van de Centrale Markt), ondertekend door "M. Sixma" (rechtsboven). [Handgeschreven rechtsboven:] M. Sixma
VP/HG.
10/23/7 M.
5 November 1940.
In gebruik geven van gebouwen of
terreinen der Centrale Markt tegen
een lagere huur dan de normale.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 19 September jl. om advies ontvangen stukken no. 416 L.M. 1940 heb ik de eer U te berichten, dat dezerzijds een bespreking is gevoerd met de afdeeling Financiën naar aanleiding van het Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 30 Augustus jl. (No. 12/105 P.W./416 L.M. 1940), welk Besluit strekte tot uitvoering van het Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 12 April 1940 (No. 416 L.M. 1940). Bij deze bespreking is gebleken, dat twijfel kan bestaan omtrent de vraag, of het laatstgenoemde Besluit d.d. 12 April jl. ook voor mijn dienst toepasselijk is; waarschijnlijk moet dit Besluit alleen voor verhuringen gelden, waarvoor contracten zijn opgemaakt en niet voor tijdelijke ingebruikgeving, in verband met de bijzondere omstandigheden. Daarvoor blijft dan het Besluit van 17 October 1939 (No. 515/147 Kab.Bn/867 L.M. 1939) van toepassing.
Indien deze zienswijze juist is, kan derhalve geen huur worden verlangd voor gebouwen of terreinen, die alleen tengevolge van de buitengewone omstandigheden in gebruik moesten worden genomen, doch die anders niet verhuurd zouden zijn. Daarmede vervalt de vordering van een huurprijs voor de meeste objecten genoemd in de bijlage van mijn rapport d.d. 10 Juni 1940 (No. 10/23/2 M.).
Alleen blijft deze vordering mijne inziens bestaan voor gebruik, dat niet met de buitengewone tijdsomstandigheden samenhangt, namelijk voor het oefenterrein der bereden Politie en voor het sportveld van 10.000 m2., dat in gebruik is bij de afdeeling Onderwijs. Omtrent dit laatste stelde ik laatstelijk met mijn rapport d.d. 31 Mei 1939 (No. 70/2/3 M.) voor, dat hiervoor een vergoeding zal worden betaald, zooals voor sportvelden gebruikelijk is, en wel met terugwerkende kracht tot 15 October 1934. Ik verzoek U beleefd wel te willen bevorde- Deze brief betreft een administratieve afwikkeling van huurvorderingen voor terreinen en gebouwen van de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van het betoog is dat er onderscheid gemaakt moet worden tussen reguliere verhuur en het tijdelijk in gebruik geven van panden vanwege de "bijzondere omstandigheden".
De schrijver stelt voor om geen huur te rekenen voor objecten die uitsluitend door de oorlogstoestand in gebruik zijn genomen en die normaal gesproken leeg zouden staan of niet verhuurbaar zijn. Hiermee zouden de meeste huurvorderingen uit een eerder rapport (juni 1940) komen te vervallen. Er worden twee uitzonderingen genoemd die wel belast moeten blijven: het oefenterrein van de bereden politie en een sportveld van de afdeling Onderwijs, aangezien dit gebruik al van vóór de oorlog dateert. Voor het sportveld wordt zelfs gepleit voor huurbetaling met terugwerkende kracht tot 1934. De datum van de brief, 5 november 1940, is essentieel voor het begrip van de tekst. Nederland was op dat moment enkele maanden bezet door nazi-Duitsland. De term "buitengewone omstandigheden" is het ambtelijke eufemisme voor de staat van oorlog en de bezetting.
De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam in West) speelde een cruciale rol in de voedselvoorziening van de stad, die tijdens de bezetting onder grote druk stond door schaarste en distributiemaatregelen. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was verantwoordelijk voor deze logistiek. Veel ruimtes werden gevorderd of tijdelijk ingericht voor noodopslag. Het document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie probeerde om te gaan met de juridische en financiële rompslomp van deze onvoorziene ingebruiknames van gemeentelijk vastgoed.