Dienstbrief / Circulaire van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief / Circulaire van de Gemeente Amsterdam. 23 mei 1940. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. [Linksboven in stempel:] No 10/26/1 M.
[Bovenaan gecentreerd:] GEMEENTE AMSTERDAM
[Rechtsboven handgeschreven:] Markhs (2x)
[Rechtsboven paraaf:] Th. Meijler (?)
No. 690/21.7 Fin. '40.
490 Km. 1940
Amsterdam, 23 Mei 1940.
Bij Koninklijk Besluit van 10 Mei 1940, Staatsblad No.483, is overgegaan tot het instellen van een bankenmoratorium, waarvan de strekking is, het onnodig opvragen van banksaldi in het algemeen belang zooveel mogelijk tegen te gaan en te beperken. Behalve de gewone bankinstellingen vallen ook instellingen als b.v. het Gemeente Girokantoor onder het moratoriumbesluit. Het is ons gebleken, dat de omstandigheid, dat bij het moratoriumbesluit de vrije beschikking in contanten over saldi aan beperkingen is onderworpen bij ambtenaren en werklieden, die gewoon waren hun salaris geheel of ten deele op hun rekening bij het Gemeente Girokantoor te laten overschrijven, de neiging heeft doen ontstaan om het salaris in den vervolge uitsluitend in contanten op te nemen. Voor deze wijze van handelen is echter geen enkele gegronde reden aanwezig. Zij, die tot dusver een deel van hun salaris lieten overschrijven ter betaling van huren, belastingen, verzekeringspremies, etc. behooren dit in het algemeen belang te blijven doen. Voor het doen van overschrijvingen is geen enkele beperking opgelegd en bovendien is met ingang van 21 Mei 1940 toegestaan per maand 6% van het tegoed per 10 Mei 1940 of minstens f.100.- per 7 dagen in contanten op te nemen.
Ten einde een normale functionneering van het Giroverkeer te handhaven en het baargeldverkeer tot het noodzakelijke te beperken, waardoor gewichtige, algemene belangen worden gediend, zooals trouwens met de instelling van het bankenmoratorium wordt beoogd, verzoeken wij U er bij het onder U ressorteerende personeel op aan te dringen op dezelfde wijze als voorheen over het salaris te beschikken en het gireeren van betalingen zooveel mogelijk aan te moedigen.
EL
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
[Handtekening: W. de Vlugt]
de Secretaris,
[Handtekening: Van Tienhoven]
[Onderaan handgeschreven:]
5.
R. M. 83
[Squiggle/Paraaf]
Aan Heeren Hoofden van diensten,
bedrijven en administratiën.
[Rechtsonder:] 60 Dit document is een officiële instructie van het Amsterdamse stadsbestuur aan alle hoofden van gemeentelijke diensten. De kern van de boodschap is een oproep tot financiële kalmte onder het overheidspersoneel.
Direct na de Duitse inval werd er een 'bankenmoratorium' afgekondigd om een bankrun te voorkomen. Dit hield in dat mensen slechts beperkt contant geld konden opnemen. Uit de brief blijkt dat ambtenaren en arbeiders uit angst voor deze beperkingen massaal hun salaris contant wilden laten uitbetalen in plaats van via de Gemeentegiro.
Het college van B&W probeert dit tegen te gaan met twee argumenten:
1. Giraal betalen blijft onbeperkt: Men kan nog steeds onbeperkt huur en belastingen betalen via overschrijvingen.
2. Verruiming opnames: Er wordt gewezen op de versoepeling van 21 mei, waarbij men toch weer beperkt contant geld (f.100 per week of 6% van het saldo) kon opnemen.
De brief is ondertekend door burgemeester Willem de Vlugt en (waarschijnlijk) secretaris H.A. van Tienhoven. De datum van deze brief, 23 mei 1940, is cruciaal. Nederland was op dat moment pas acht dagen gecapituleerd na de Duitse inval op 10 mei. Het land bevond zich in een staat van totale onzekerheid en shock.
Het genoemde "Koninklijk Besluit van 10 Mei 1940" werd uitgevaardigd op de dag van de inval, vlak voordat de regering naar Londen vertrok. Het bankenmoratorium was een noodgreep om het financiële systeem in de lucht te houden tijdens de chaos van de strijd.
In Amsterdam heerste grote onrust over de waarde van het geld en de toegankelijkheid van spaartegoeden. De gemeente Amsterdam had haar eigen "Gemeente Girokantoor" (opgericht in 1917), wat een voorloper was van het moderne girale betalingsverkeer. Het stadsbestuur was er alles aan gelegen om het vertrouwen in dit systeem te behouden om de stedelijke economie niet volledig te laten stagneren onder de nieuwe bezettingsmacht. De brief toont aan hoe de lokale overheid direct na de capitulatie probeerde de "normale" gang van zaken te herstellen.