Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag op dun papier). 3 juni 1940. De Directeur (naam onbekend, mogelijk de handtekening rechtsboven "A. Mulder" of vergelijkbaar). [Rechtsboven handgeschreven:] A. Mulder [?]
VP/HG.
10/27/1 K.
3 Juni 1940.
Verkorte balansen per
ultimo Maart 1940
bedrijf Vischmarkt en
bedrijf Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Gevolg gevende aan de opdracht vervat in de circu-
laire van Uw Ambtgenoot voor de Financiën d.d. 20 Juli 1939
(No. 910/203 Fin. 1939) heb ik de eer U in bijlage dezes ver-
korte balansen per ultimo Maart 1940 van de bedrijven Cen-
trale Markt en Vischmarkt te doen toekomen. Een oordeel om-
trent de te verwachten eindresultaten van deze bedrijven kan,
door den inmiddels ingetreden oorlogstoestand, bezwaarlijk
worden gegeven.
De Directeur, * Administratieve continuïteit: De brief toont aan dat de gemeentelijke administratie in de eerste weken na de Nederlandse capitulatie (14 mei 1940) 'gewoon' doorging. Er wordt verwezen naar een circulaire van bijna een jaar eerder (juli 1939).
* Onzekerheid door oorlog: De meest significante passage is de laatste zin. De directeur geeft aan dat het door de "ingetreden oorlogstoestand" nagenoeg onmogelijk is om een betrouwbare prognose te maken voor de financiële resultaten van de marktbedrijven. De normale economische gang van zaken was door de invasie en de beginnende bezetting volledig verstoord.
* Taalgebruik: Het document hanteert de voor die tijd gebruikelijke formele ambtelijke stijl ("heb ik de eer U... te doen toekomen") en de oude spelling (bijv. "Maart", "den", "Financiën"). Dit document is geschreven minder dan drie weken na de overgave van Nederland aan nazi-Duitsland. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze periode een cruciale taak, aangezien de voedselvoorziening en de distributie (voedselbonnen) direct onder grote druk kwamen te staan door de oorlog. De Centrale Markt en de Vismarkt waren vitale knooppunten in de voedselketen van de stad Amsterdam. De brief illustreert de overgangsfase waarin de civiele bureaucreatie probeerde haar werkzaamheden te hervatten terwijl de realiteit van de bezetting nog maar net was ingedaald.