Archiefdocument
Origineel
15 juli 1940 (betreft de periode tot en met juni 1940). 10/32/2 15/7/40 [paraaf]
Juli 1940
Verkorte balansen per
Ultimo Juni 1940
bedrijf Vischmarkt
bedrijf Centrale Markt aan den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
alhier,
Gevolg gevende aan de opdracht vervat in de
circulaire van Uw ambtgenoot voor de Financiën d.d. 20 Juli
1939 (no 910/203 FIN. 1939) heb ik de eer U in bijlage dezer
verkorte balansen per ultimo Juni 1940 van de bedrijven
Centrale Markt en Vischmarkt te doen toekomen.
Ten aanzien van de te verwachten eindresultaten
van deze bedrijven kan door den onzekeren oorlogs-
toestand slechts een zeer voorzichtig oordeel worden gegeven.
Ten aanzien van het bedrijf van de Centrale
Markt heeft de oorlogstoestand in het eerste
halfjaar 1940 nog geen belangrijken ongunstigen
invloed gehad. De mindere opbrengst van
entreegelden werden dezerzijds op ongeveer f 1000.-
geraamd. De langdurige vorstperiode heeft
de opbrengst van kadegelden in dit halfjaar
ook met naar schatting f 2000.- doen verminderen.
Indien ook in het tweede halfjaar
(de Centrale Markt) geen groote nadeelen van
den oorlogstoestand ondervindt zou het geraamde
verliessaldo voor 1940 à f 247000.- met f 3000.-
verminderd moeten worden, welk bedrag echter nog
verhoogd moet worden met f 4000.-. Zijnde het... Dit document is een ambtelijke rapportage over de financiële status van de Amsterdamse markten (Centrale Markt en Vismarkt) kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland.
De kernpunten uit de tekst zijn:
1. Continuïteit: Ondanks de Duitse inval in mei 1940 wordt de reguliere administratieve cyclus (gebaseerd op een circulaire uit 1939) voortgezet.
2. Impact van de Oorlog: Er wordt geconstateerd dat de oorlog in het eerste halfjaar van 1940 nog geen "belangrijken ongunstigen invloed" heeft gehad op de Centrale Markt, al is er wel een lichte daling in entreegelden.
3. Natuurinvloeden: Naast de oorlog wordt de "langdurige vorstperiode" genoemd als oorzaak voor lagere inkomsten uit kadegelden (door bevriezing van de aanvoerroutes over water).
4. Financiële Prognose: Er wordt gesproken over een aanzienlijk geraamd verliessaldo van f 247.000,- voor het jaar 1940, waarbij de schrijver tracht de prognose behoedzaam bij te stellen op basis van de cijfers van het eerste halfjaar. Het document dateert van juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie. Het biedt een unieke inkijk in de overgangsfase waarin het civiele bestuur probeerde de normale gang van zaken te handhaven onder het nieuwe bewind van de bezetter.
De vermelding van de "langdurige vorstperiode" verwijst naar de extreem strenge winter van 1939-1940, die tot de koudste van de 20e eeuw behoort. Deze vorst had grote impact op de logistiek en de voedselvoorziening, wat direct terug te zien is in de daling van de kadegelden in dit document. De toon van de brief is feitelijk en gereserveerd, wat typerend is voor de bestuurlijke onzekerheid in de eerste maanden van de bezetting.