Ambtsbrief / Circulaire van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Ambtsbrief / Circulaire van de gemeente Amsterdam. De Wethouder voor de Financiën van Amsterdam (F.M. Rustige). [Stempel bovenmarge]: No 60/40/M. 1940 L/c
[Handgeschreven rechtsboven]: Marklov [of Marklow]
Afd. Fin. 1940.
No. 869/20.51
[Handgeschreven]: 888 Fin 1940
Amsterdam, 20 September 1940.
Ten behoeve van de vaststelling der uitkeering uit het Gemeentefonds ingevolge de Wet van 15 Juli 1929 (Staatsblad No. 388) zooals deze laatstelijk is gewijzigd, dient aan het eind van dit jaar een opgaaf te worden gezonden aan Gedeputeerde Staten dezer provincie, betreffende de gewone uitgaven en ontvangsten, welke voor de berekening der uitkeering in aanmerking komen, opgenomen in de gemeenterekening over 1939. Voor de berekening komen ook ditmaal niet in aanmerking de uitgaven en inkomsten terzake van werkloosheidsvoorziening, zoodat deze niet in de opgaaf mogen worden opgenomen.
[Handgeschreven in linkermarge]: hier indienen 7/x [?]
In verband hiermede moge ik U herinneren aan mijn circulaire d.d. 16 September 1931, No. 2748a/Fin., waarbij jaarlijksche toezending van de benoodigde gegevens aan de afdeeling Financiën door de onder U ressorteerende afdeelingen en diensten gevraagd werd. Hoewel in bovenaangehaalde circulaire als datum van inzending der opgaven 1 December is genomen, roep ik Uw medewerking in om de stukken zoo mogelijk vóór 15 November aan de afdeeling Financiën te doen toekomen.
R.
De Wethouder voor de Financiën,
(get.) Rustige Dit document is een interne administratieve circulaire binnen de gemeente Amsterdam, gericht aan de hoofden van diverse gemeentelijke afdelingen en diensten. De kern van het bericht is een verzoek om financiële cijfers over het dienstjaar 1939 aan te leveren.
Deze cijfers zijn noodzakelijk voor de jaarlijkse verantwoording aan de Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. Op basis van deze gegevens wordt de hoogte van de uitkering uit het landelijke Gemeentefonds bepaald. Opvallend is de expliciete instructie om uitgaven voor werkloosheidsvoorziening buiten de opgave te laten; dit wijst op een gescheiden financieringsstroom voor sociale zorg in die periode. De wethouder verzoekt om een versnelde aanlevering (vóór 15 november in plaats van 1 december), wat kan duiden op een verhoogde administratieve druk of een streven naar een snellere afwikkeling van de begrotingscijfers. Het document dateert van september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de bezetting bleef het Nederlandse civiele bestuursapparaat aanvankelijk grotendeels op de oude voet doorfunctioneren, onder toezicht van de bezetter.
De genoemde wethouder, Florentinus Marinus (Floris) Rustige (1884-1961), was een ervaren SDAP-bestuurder die sinds 1935 wethouder van Financiën in Amsterdam was. Hij bleef deze functie uitoefenen tot begin 1941, waarna de bezetter het gemeentebestuur ingrijpend wijzigde en wethouders verving door een door de NSB gedomineerd college. De Wet van 15 juli 1929 waarnaar wordt verwezen, was de "Financiële-Verhoudingswet", die de geldstromen tussen het Rijk en de gemeenten regelde en een cruciale rol speelde in de lokale autonomie en solvabiliteit van steden als Amsterdam tijdens de crisisjaren en de vroege oorlogsjaren. F.M. Rustige Gemeente Amsterdam NSB