Ambtelijke correspondentie (waarschijnlijk een doorslag of kopie).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (waarschijnlijk een doorslag of kopie). 18 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). De Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Handgeschreven aantekening bovenaan:] Verzonden 18/12 [initialen]
[Getypt rechtsboven:] VD/HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
10/55/2 M. 18 December 1940.
Stofferingswerkzaamheden
gedurende het jaar 1938.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 12 December 1940 om advies ontvangen stuk No.285 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat door den dienst van het Marktwezen in het jaar 1938 geen opdrachten voor stofferingswerkzaamheden aan anderen dan den Dienst der Gemeentelijke Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen zijn gegeven.
De Directeur, Het document is een formele ambtelijke brief waarin verantwoording wordt afgelegd over uitgaven of opdrachten uit het verleden (1938). De directeur van de Dienst van het Marktwezen reageert op een verzoek om advies van de Wethouder voor de Levensmiddelen.
De kern van de boodschap is een ontkenning: er zijn in 1938 geen externe opdrachten voor stoffering verstrekt. Alle dergelijke werkzaamheden zijn binnenshuis gebleven, uitgevoerd door een andere gemeentelijke instantie (de Dienst der Gemeentelijke Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen). De toon is strikt zakelijk en volgt het destijds gebruikelijke ambtelijke protocol ("heb ik de eer U te berichten"). Hoewel de brief geschreven is in december 1940, tijdens de Duitse bezetting van Nederland, heeft de inhoud betrekking op de situatie in 1938 (voor de oorlog). Het is opvallend dat er eind 1940 onderzoek werd gedaan naar opdrachten uit 1938. Dit kan duiden op een administratieve controle, een bezuinigingsronde of een onderzoek naar de rechtmatigheid van eerdere gunningen door het nieuwe (onder toezicht staande) bestuur.
De genoemde diensten duiden op een grote gemeente (zeer waarschijnlijk Amsterdam, gezien de specifieke benaming van de gecombineerde was- en badinrichtingen). In die tijd was het gebruikelijk dat gemeentelijke diensten elkaars expertise gebruikten om kosten te besparen en de eigen werkgelegenheid te steunen.