Statistische opgave van de aardappelaanvoer.
Origineel
Statistische opgave van de aardappelaanvoer. [Stempel: MARKTWEZEN * CENTRALE MARKT * AMSTERDAM]
DE TOTALE AANVOER VAN AARDAPPE-
LEN BEDROEG IN 1938 :
65.733.220 KG = 939.046 HL.
DE MARKTWAARDE VAN DEZE
AANVOER BEDROEG
FL. 3.137.268.10
DE AANGEVOERDE AARDAPPELEN
WAREN HERKOMSTIG UIT :
NOORD HOLLAND | 280.684 HL = 29.9 % | ✓
ZEELAND | 530.988 " = 57.5 % | ✓
FRIESLAND | 77.080 " = 8.2 % | ✓
WESTLAND | 12.146 " = 1.3 % | ✓
MALTA | 21.116 " = 2.3 % | ✓
DIVERSE
DRENTE | 5.230
LIMBURG | 2.586
DIVERSE PARTIJEN | 210
------------------------- | 8.026 " = 0.8 %
939.046 HL.
[Paraaf: du.] Dit document biedt een gedetailleerd overzicht van de aardappelmarkt in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Enkele opvallende datapunten:
- Volume: In 1938 werd er ruim 65 miljoen kilogram aan aardappelen aangevoerd. De omrekening naar hectoliter (HL) suggereert dat de aardappelen per volume werden verhandeld, wat gebruikelijk was in de groothandel.
- Economische waarde: De totale marktwaarde van ruim 3,1 miljoen gulden (in 1938 een aanzienlijk bedrag) onderstreept het economische belang van de aardappel als basisvoedsel.
- Geografische spreiding: Zeeland was de grootste leverancier met 57,5% van het totaal, gevolgd door Noord-Holland (29,9%). Friesland volgt op grote afstand.
- Import: Opvallend is de vermelding van Malta (2,3%). Dit betreft waarschijnlijk de zogenaamde 'vroege aardappelen' (Malta's), die in het voorjaar werden geïmporteerd wanneer de Nederlandse voorraden van het vorige jaar opraakten.
- Administratieve controle: De handgeschreven vinkjes en de paraaf duiden op een handmatige controle van de cijfers door een ambtenaar van het Marktwezen. De Centrale Markt in Amsterdam (gelegen in de Jan van Galenstraat, geopend in 1934) was in 1938 het kloppende hart van de voedseldistributie voor de hoofdstad. Het Marktwezen was de gemeentelijke instantie die verantwoordelijk was voor het beheer van de markten en de controle op de handel.
Statistieken zoals deze waren essentieel voor de gemeentelijke planning en de nationale economische monitoring. In 1938 was de economie nog herstellende van de crisis van de jaren '30, en de landbouwsector werd streng gereguleerd door de overheid (onder andere via de Landbouwcrisiswet). De import uit Malta getuigt van de internationale handelsverbindingen die Amsterdam zelfs voor basisproducten onderhield. Kort na dit verslagjaar zou de voedselvoorziening door het uitbreken van de oorlog volledig onder staatstoezicht (distributie) komen te staan.
Samenvatting
Dit document biedt een gedetailleerd overzicht van de aardappelmarkt in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Enkele opvallende datapunten:
- Volume: In 1938 werd er ruim 65 miljoen kilogram aan aardappelen aangevoerd. De omrekening naar hectoliter (HL) suggereert dat de aardappelen per volume werden verhandeld, wat gebruikelijk was in de groothandel.
- Economische waarde: De totale marktwaarde van ruim 3,1 miljoen gulden (in 1938 een aanzienlijk bedrag) onderstreept het economische belang van de aardappel als basisvoedsel.
- Geografische spreiding: Zeeland was de grootste leverancier met 57,5% van het totaal, gevolgd door Noord-Holland (29,9%). Friesland volgt op grote afstand.
- Import: Opvallend is de vermelding van Malta (2,3%). Dit betreft waarschijnlijk de zogenaamde 'vroege aardappelen' (Malta's), die in het voorjaar werden geïmporteerd wanneer de Nederlandse voorraden van het vorige jaar opraakten.
- Administratieve controle: De handgeschreven vinkjes en de paraaf duiden op een handmatige controle van de cijfers door een ambtenaar van het Marktwezen.
Historische Context
De Centrale Markt in Amsterdam (gelegen in de Jan van Galenstraat, geopend in 1934) was in 1938 het kloppende hart van de voedseldistributie voor de hoofdstad. Het Marktwezen was de gemeentelijke instantie die verantwoordelijk was voor het beheer van de markten en de controle op de handel.
Statistieken zoals deze waren essentieel voor de gemeentelijke planning en de nationale economische monitoring. In 1938 was de economie nog herstellende van de crisis van de jaren '30, en de landbouwsector werd streng gereguleerd door de overheid (onder andere via de Landbouwcrisiswet). De import uit Malta getuigt van de internationale handelsverbindingen die Amsterdam zelfs voor basisproducten onderhield. Kort na dit verslagjaar zou de voedselvoorziening door het uitbreken van de oorlog volledig onder staatstoezicht (distributie) komen te staan.