Financieel jaarverslag / Bedrijfsrekening.
Origineel
Financieel jaarverslag / Bedrijfsrekening. ### [Pagina 12]
BIJLAGE II (Centrale Markt).
Lasten --- a. BEDRIJFSREKENING OVER HET JAAR 1937.
| Omschrijving | Begrooting ($f$) | Rekening ($f$) |
|---|---|---|
| Rente van het kapitaal | 296.208 | 30 |
| Afschrijving overeenkomende met de verplichte aflossing op leeningen | 147.500 | — |
| Verdere afschrijving | 12.500 | — |
| Onderhoud | 8.000 | — |
| Schoonmaken | 2.500 | — |
| Assurantie | 1.074 | 12 |
| Verwarming | 4.000 | — |
| Verlichting en kracht | 10.000 | — |
| Materialen | 1.500 | — |
| Vergoeding onkosten in zake koelhuisexploitatie | 18.000 | — |
| Water | 3.125 | 63 |
| Reiniging hal en terreinen | 29.000 | — |
| Diverse terreinkosten | 1.000 | — |
| Jaarwedden | 88.829 | — |
| Loonen | 9.787 | 53 |
| Uitkeering bij verlof | 306 | 33 |
| Uitkeering bij ziekte | 187 | 34 |
| Kosten Invaliditeitswet | 50 | — |
| Kosten Ziektewet | 10 | — |
| Kosten Ongevallenwet | 300 | — |
| Geneeskundige contrôle | 99 | 62 |
| Uniform- en dienstkleeding | 2.072 | 05 |
| Bijdrage Pensioenfonds | 13.811 | — |
| Tramkosten | 100 | — |
| Kosten Girokantoor | 200 | 68 |
| Telefoon | 2.800 | — |
| Drukwerk | 3.000 | — |
| Kantoorbehoeften | 1.500 | — |
| Porto | 100 | — |
| Rijwielhuur | 45 | — |
| Reiskosten | 426 | 05 |
| Bewakingskosten | 100 | — |
| Brandverzekeringsbelasting | 3.003 | 31 |
| Straatgeld | 840 | — |
| Grondbelasting | 925 | — |
| Polderlasten | 104 | — |
| Afschrijving dubieuze debiteuren | 12.000 | — |
| Diversen en onvoorzien | 2.745 | 04 |
| Kosten inkoop van tijdelijken diensttijd | 103 | 61 |
| Gereedschappen | 270 | 72 |
| Rente in rekening-courant | 3.496 | 51 |
| Huur dienstwoning | 260 | — |
| Autokosten | 352 | 48 |
| Totaal | 682.233 | 32 |
a) In ontvangst verantwoord op volgn. 377a f 216.754,69, op 382a f 2.414,57 en op 126e f 48.344,35.
b) " " " " 377b.
c) " " " " 631.
d) " " " " 382.
[Pagina 13]
Baten
| Omschrijving | Begrooting ($f$) | Rekening ($f$) |
|---|---|---|
| Huren en pachten | 165.000 | — |
| Koel- en vriesloonen | 50.000 | — |
| Verkoop ijs | 1 | — |
| Entreegelden | 47.000 | — |
| Vergoeding gebruik spoorwegen | 500 | — |
| Plaatsgelden | 94.000 | — |
| Kade- en liggelden | 13.000 | — |
| Verhaal pensioenbijdragen | 9.250 | — |
| Diversen en onvoorzien | 5.249 | — |
| Rente in rekening-courant | 10.000 | — |
| Uitkeering van de gemeente Amsterdam tot dekking van het nadeelig saldo | 288.233 | 32 |
| Totaal | 682.233 | 32 |
a) In uitgaaf gesteld op volgn. 1476a. Het document biedt een gedetailleerd overzicht van de exploitatiekosten en inkomsten van de Centrale Markt in Amsterdam voor het boekjaar 1937. Een cruciaal aspect van deze rekening is dat de markt niet zelfvoorzienend was; er was sprake van een aanzienlijk "nadeelig saldo" (verlies).
- Exploitatietekort: De werkelijke inkomsten uit marktactiviteiten (zoals huren, entreegelden en koelloonen) waren onvoldoende om de lasten (vooral rente op kapitaal en afschrijvingen) te dekken. Dit tekort bedroeg in 1937 feitelijk ƒ 279.928,90.
- Gemeentelijke subsidie: Dit tekort werd volledig aangevuld door een uitkering van de gemeente Amsterdam, waardoor de balans technisch sluitend werd gemaakt op ƒ 629.251,70.
- Kostenstructuur: De grootste kostenpost is de "Rente van het kapitaal" (ƒ 267.513,61), wat wijst op de hoge investeringskosten voor de aanleg van het marktcomplex. Ook personeelskosten (jaarwedden, loonen, pensioenen) en onderhoud vormen significante posten.
- Inkomstenbronnen: De belangrijkste inkomsten kwamen uit de verhuur van ruimtes (ƒ 155.135,80) en plaatsgelden (ƒ 83.840,13). De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was een prestigieus gemeentelijk project bedoeld om de voedseldistributie in de stad te moderniseren en te centraliseren. In 1937 bevond Nederland zich in de nasleep van de Grote Depressie. De financiële overzichten uit deze periode laten zien dat dergelijke publieke voorzieningen vaak met verlies draaiden en steunden op gemeentelijke financiering om de operationele continuïteit te waarborgen.
De vermeldingen van de "Invaliditeitswet", "Ziektewet" en het "Pensioenfonds" illustreren de opbouw van de sociale zekerheid voor gemeentepersoneel in die tijd. De specifieke posten voor "Koel- en vriesloonen" en "koelhuisexploitatie" benadrukken de technologische rol die de markt speelde in de bewaring van bederfelijke waren, wat essentieel was voor de volksgezondheid en de stedelijke economie. Gemeente Amsterdam